De ‘lievelingsvijand’ doet weer mee

Mathieu van der Poel is na drie maanden terug van een zware knieblessure. De jonge wereldkampioen verbaast direct met de derde plaats in Koksijde.

Mathieu van der Poel op weg naar de derde plaats in het Belgische Koksijde.Foto David Stockman/AFP/Belga

Maagdelijk wit is zijn regenboogtrui nog, als Mathieu van der Poel met soepele tred direct iedereen lost in het zware zand van Herygersduin, genoemd naar de wereldkampioen van 1995, Paul Herygers. Nog geen meter gekoerst na een ernstige knieblessure in augustus? Bij zijn comeback bij de wereldbeker veldrit in Koksijde neemt de twintigjarige wereldkampioen in de eerste twee ronden even brutaal de leiding. „Van der Poel dicteert de koers”, jubelt de Belgische tv-commentator Michel Wuyts. Zelfs de Vlaamse fans juichen, langs het loodzware parcours bij de kust. Hun lievelingsvijand is terug. Eindelijk.

Raketstart

„De fans hebben mij misschien gemist maar ik hun ook”, vertelde de jonge wereldkampioen een paar dagen voor zijn terugkeer in een Brussels hotel. In de aanloop naar de Duinencross in Koksijde gaat het in veldritmekka Vlaanderen even niet over de dominantie van Wout Van Aert of het afscheidsjaar van Sven Nys. Alle ogen zijn gericht op Van der Poel. Zoon van voormalig wereldkampioen Adri, kleinzoon van Raymond Poulidor, beiden ook al publiekslievelingen. Geroemd om zijn klasse op de fiets en zijn liefde voor de cross. En nog een Vlaamse tongval ook.

Wat kan Van der Poel al in zijn eerste wedstrijd na zijn blessure, wordt hem de week voor Koksijde eindeloos gevraagd? „Ik mik op de toptien”, houdt hij tot vlak voor de start de boot af. Valse bescheidenheid? Na zijn raketstart valt hij terug naar de elfde plek, om toch nog als nummer drie het podium te halen, achter de glorieuze winnaar Nys (39) en nummer twee Van Aert. „Wat een kerel”, jubelt co-commentator Herygers.

Drie maanden reed Van der Poel geen wedstrijden sinds zijn val op de weg in de tweede rit van de Ronde van de Toekomst. Gat in de rechterknie, hechtingen. „Kan altijd gebeuren.” En de volgende dag gewoon weer gestart. Maar wel met last, nu van de linkerknie. „Toen ben ik afgestapt.” Thuis in het Belgische Kapellen voorzichtig proberen te trainen, maar niet verder dan de hoek van de straat. Ook onder de Spaanse zon lukte het niet. Zijn ergste vrees? „Dat heel het seizoen in het water zou vallen. Omdat niemand wist wat het was met die knie. Dat was het moeilijkste. Als je niet kan fietsen, nooit zonder pijn, denk je dat er echt iets ernstigs is. Zeker omdat het seizoen intussen begon. Dat waren periodes dat ik slecht heb geslapen.”

De Belgische specialist Toon Claes ontdekt het probleem: ontstoken peesbladen over de knieschijf. Een operatie is onvermijdelijk. „Ik heb me daarbij neergelegd en gelijk een plan gemaakt om terug te komen in Koksijde.” Maar eerst volgt een zware periode van drie weken absolute rust. „Ik heb nog nooit zolang niks gedaan. ’s Ochtends opstaan, op de bank gaan liggen en dan al weten dat je daar de hele dag moet blijven. Maar dat went na een paar weken ook. Series kijken, films, PlayStation. De hond heeft vaak bij me gelegen in die periode, die was blij dat ik veel thuis was.” En zijn vader? „Ik denk dat hij er ook wel mee zat, maar hij is niet iemand die dat uit. Hij heeft me met rust gelaten.”

Zware trainingsstage in Spanje

Intussen zag Van der Poel voor de tv lijdzaam toe hoe zijn Belgische generatiegenoot Van Aert veldrit na veldrit op zijn naam schreef. Indrukwekkend? „Het is moeilijk in te schatten als je er zelf niet bent. Maar in de crossen die ik heb gezien was hij met de concurrentie aan het spelen.”

Zelf zette hij de afgelopen weken alles op alles om snel terug te keren, met een zware trainingsstage in Spanje als slotstuk. „Ze zeggen dat je hier sterker uitkomt. Ik heb ook wel gemerkt dat ik op training langer en meer kan afzien. Omdat je dan terugdenkt aan de tijd dat je op de bank voor de tv keek naar de cross. Maar ik hoop dit niet te vaak mee te maken.”

Een haat-liefdeverhouding met de regenboogtrui, die hem tot nu toe nog weinig geluk bracht? „Nee, dat blijft een liefdeverhouding. Ik heb die trui nooit aangehad thuis op de bank. Ik train er wel in maar ze hebben hem nog niet vaak hoeven wassen.”

Na zijn derde plaats in Koksijde zat de trui eindelijk weer onder het slijk. „Rond Kerst en Nieuwjaar hoop ik weer in mijn topconditie te zijn”, sprak hij een paar dagen eerder. Nog doelen genoeg dit seizoen. Zijn trui van Nederlands kampioen verdedigen bijvoorbeeld. En kan hij opnieuw wereldkampioen worden? „Ja.”