De Bijbel, maar dan vol vuilspuiterij

Het is verleidelijk om de witlinnen kaft van de Bijbelbewerking Bloedboek van Dimitri Verhulst symbolisch te interpreteren. Hoe vaker je het pakt, opent, meedraagt: het helwitte omslag wordt groezeliger, het vuil gaat tussen de letters zitten, de rode inkt gaat bladderen. Van het gebruik wordt het vies. Net wat er gebeurde met het godswoord dat van mond tot mond ging, in Verhulsts visie: ‘als er later trammelant ontstond over dit verhaal, dan alleen omdat het zo kadukelijk werd vertaald’.

Bloedboek vat een goed deel van het Oude Testament samen, Genesis en Exodus en het vervolg tot en met de dood van Mozes. Kadukelijk is het niet, maar wel vuig genoeg vertaald om trammelant uit te willen lokken.

Dat was te verwachten: Verhulsts evolutiegeschiedenis Godverdomse dagen op een godverdomse bol (2008) was al een misantropische moddergeschiedenis, waarin de mens werd teruggebracht tot een nietig ‘‘t’. De oudtestamentische godvrezende mens is nu al net zo simpel als dat godverdomse schepsel, maar vooral richt Verhulst zijn pijlen op de aanstichter van veel ellende: God.

Verhulsts Bijbel is een verhaal van soap en strijd, druipend van bloed en andere lichaamssappen, typisch Verhulstiaans vervat in klinkend, morsig volks-Vlaams. Hij geeft de bijbelverhalen vaart (en dat is al een compliment waard). En Verhulst is een van de grootste stilisten van onze hedendaagse literatuur, dat bewijst hij maar weer – soms wat al te opschepperig. Met name in het begin woekeren de stijlbloempjes en barst het van het binnenrijm, terwijl het nauwelijks méér wordt dan taalpraal en vuilschrijverij. Dat wordt gaandeweg beter, dat neemt af. Zo neemt Verhulst de tijd voor het mooie verhaal van Jozef die door zijn broers verkocht werd – dat eindigt met een sisser, en eens een keertje niet vuig.

Van hem weet Verhulst een echt personage te maken, iets wat hem later bij Mozes toch niet helemaal lukt, laat staan bij God, de berekenende tiran. Die ‘hield niet op ons te wijzen op onze übermenschelijkheid’, noteert Mozes de Israëliet. In een andere context zou dat trammelant kunnen geven, maar hier prikt het nauwelijks. Omdat het een toontje, een trucje lijkt. Waar Guus Kuijer in zijn bijbelbewerkingen nieuwe perspectieven biedt omdat zijn personages in de officiële lezingen bijrollen kregen, vertelt vuilspuier Verhulst eenzijdiger sprookjes. Dat je toch benieuwd bent naar méér Verhulstbijbels komt door die stijl, bij vlagen weergaloos. Nu nog iets meer diepgang.