Crisis? De Boer heeft er geen dag hoofdpijn van

Trainer Frank de Boer volgt in de bestuurlijke chaos bij Ajax altijd zijn eigen koers.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

De dreigende implosie van de Cruijff-revolutie tekent zich af volgens dezelfde patronen die het begin ervan kenmerkten: frustratie bij supporters, niet verwezenlijkte ambities, ontgoocheling, een juridisch geschil, tweespalt. En net als toen onttrekt de enige constante in het voetbalbedrijf, hoofdtrainer Frank de Boer, zich in soevereine stijl aan het gekrakeel. Volgende maand viert de langstzittende hoofdtrainer in de eredivisie zijn lustrum als coach van Ajax. En nooit één dag hoofdpijn.

Als enige beleidsbepaler bij Ajax die regelmatig voor een camera verschijnt, vormt De Boer een dankbaar gesprekspartner als het weer mis is bij de club. Dan spreekt hij nuchtere woorden – vrijdag bijvoorbeeld sprak hij van een „arbeidsconflict” tussen hoofd jeugdopleiding Wim Jonk en Ajax. „Meer is het niet.”

De Boer wordt geprezen als stoïcijnse trainer die boven de strijdende partijen staat en zijn werk doet. Grotendeels terechte lof. Maar het is niet zo dat hij part noch deel had aan het geëscaleerde conflict dat vorige week leidde tot ontslag van Jonk en daarmee het einde van Cruijffs bemoeienis met de club. Daarvoor is De Boers zeggenschap in het beleid bij Ajax te groot geweest, waarbij Jonk vaak in besluitvorming werd overruled of niet eens gekend.

Sturend in aankoopbeleid

De Boer heeft zijn eigen invulling gegeven aan zijn rol in het bevoegdhedenvacuüm bij Ajax, zo leert het eerder deze maand via De Telegraaf uitgelekte rapport van de zeer tijdelijke adviseur Tscheu La Ling aan de raad van commissarissen. Exemplarisch voor de wanorde is De Boers wel/niet/soms wel/soms niet-status als lid van het technisch hart, het belangrijke orgaan met oud-voetballers dat in de visie van Cruijff het voetbalbeleid bij Ajax zou bepalen.

De passages in het uitgelekte rapport-Ling over het aankoopbeleid geven een zeldzaam inkijkje in de bedrijfsvoering van een betaaldvoetbalorganisatie. In het technisch hart moesten alle belangrijke voetbalbesluiten genomen worden, maar communicatie over aankopen verliep meestal in parallelle overleggen. Jonk, met zijn eigen kijk op de doorstroom van jeugdspelers, had het nakijken.

Het gezag dat De Boer heeft opgebouwd met zijn vier kampioenschappen maakte hem, in combinatie met gebrek aan tegenmacht, sturend in het aankoopbeleid van Ajax. De Boer heeft zich zo van veldtrainer ontwikkeld tot ‘manager’ naar Engels model, met bijbehorende dominante rol in het transferbeleid van een club. Directeur spelersbeleid Marc Overmars kwam hem daarbij tegemoet. „De hoofdtrainer drukt een grote stempel, dat is duidelijk”, schrijft Ling. Harde conclusie: „Het aankoopbeleid onder De Boer en Overmars faalt in sportieve en financiële zin.”

Onafhankelijkheid van denken

De Boer zegt altijd de visie van Cruijff te omarmen. Op hoofdlijnen is dat zo, in de zin dat hij ook vindt dat de jeugd deugt: de helft van de vijftig spelers die hij liet debuteren voor Ajax kwam uit de eigen jeugd. Maar intussen kiest De Boer bij Ajax steeds vaker voor een ‘nummer 10’ achter de spitsen, een tactische relikwie dat volgens Cruijff niet meer voldoet in het moderne voetbal. Contact met Cruijff had hij nog amper.

In zijn onafhankelijkheid van denken heeft de coach al lang geleden afstand genomen van ‘de visie’. Niet zozeer van Cruijff, als wel van de drammerigheid van diens discipelen op De Toekomst. „Er moet gekozen worden”, zei hij in januari 2012 toen het conflict van Cruijff met zijn medecommissarissen (over de voorgenomen benoeming van Louis van Gaal tot directeur) een climax naderde. „We zijn in eerste instantie de kant van Cruijff opgegaan en dan vind ik niet dat je hem weer zomaar weg kunt bonjouren”, zei de trainer.

Vrijdag zei De Boer dat het „ontzettend zonde” is dat Cruijff zijn handen van de club aftrekt. Maar hij ploegt door, stoïcijns. De ontwikkelingen leidden tot absurditeiten in de Amsterdam Arena zaterdagavond tijdens de wedstrijd tegen Cambuur, waar de fanatieke supporters pas in de rust plaatsnamen in hun vakken na een boycot van de eerste helft. Het statement tegen de bestuurlijke chaos werd weggehoond met een fluitconcert door de rest van het stadion.

„Het lijkt wel dat er ook bij supporters twee kampen zijn, niet alleen bij ons”, zei De Boer. En verder werd het 5-1 voor Ajax. Dat is wat hem werkelijk bezighoudt.