Brussel vreest ‘aanval als in Parijs’

De scholen in Brussel blijven dicht vandaag, uit angst voor terreur. Hoe lang zijn dergelijke maatregelen vol te houden?

De dichte kraampjes van de kerstmarkt in het centrum van Brussel ogen treurig in de waterkoude winterzon. Dit is hoe een bedreigde stad eruitziet: verstild. Lege pleinen en cafés op de doorgaans bruisende zaterdagavond in de hoofdstad van Europa, militairen in de uitgestorven straten zondagmiddag. Na „concrete aanwijzingen” voor een aanslag schroefde het Belgische antiterreurorgaan OCAD het dreigingsniveau in het Brusselse Gewest op naar het hoogste niveau. Gisteravond maakte premier Charles Michel bekend dat dat zeker tot vandaag zo blijft. Ook vandaag rijden er geen metro’s in de hoofdstad. Scholen en universiteiten blijven dicht.

Premier Michel zei te vrezen voor „een aanval zoals in Parijs”. Dat wil zeggen: een aanslag op verschillende plaatsen in de stad. Enkele uren later begon een politieactie in het centrum van Brussel. Gisteravond laat was nog onduidelijk waarom.

Brussel nam dit weekend direct drastische maatregelen: de Sinterklaasintocht werd afgelast, sportcompetities werden stilgelegd, geplande feesten en evenementen werden geannuleerd en winkeliers werden opgeroepen hun zaken te sluiten. Op een paar buslijnen na lag het hele openbaar vervoer stil.

Zo werd het een surrealistisch weekend voor veel Brusselaars. „Ik ben alleen op straat om naar de supermarkt te gaan”, zegt een man haastig, alsof zelfs het inhouden van zijn pas een levensbedreigend risico oplevert. Anderen nemen de dreiging luchtiger. „Ik vind het nogal overdreven allemaal”, zegt Michaël Munsters (24) zaterdagavond, terwijl hij op last van zijn baas het café waar hij werkt vroegtijdig afsluit. „Het is wel goed dat over onze veiligheid wordt gewaakt, maar het leven moet gewoon doorgaan. Mijn feestje vanavond is afgelast, daar baal ik flink van.”

De verhoogde terreurdreiging zou zijn gevolgd op de ontdekking van wapens afgelopen vrijdag in een huis van een van de terreurverdachten in de Brusselse wijk Molenbeek, zo schreef The New York Times. Daarbovenop kwamen berichten dat de voortvluchtige Salah Abdeslam, die medeverantwoordelijk wordt gehouden voor de aanslagen in Parijs, zich dit weekend zou hebben willen opblazen in het centrum van Brussel.

Dat werd duidelijk uit nieuwe verklaringen van Hamza Attouh, een van de handlangers van Abdeslam die hem een lift gaven van Parijs naar Brussel. Via zijn advocaat liet Attouh weten dat Abdeslam onderweg zeer zenuwachtig was en mogelijk een bomgordel droeg.

Met die informatie nam de Belgische regering geen enkel risico en legde het openbare leven stil. Op zaterdagmiddag pakten speciale eenheden van de Belgische politie vier verdachten op in het centrum van Brussel. De mannen zaten in een verdachte auto, maar hun verband met zowel de aanslagen in Parijs als de terreurdreiging in Brussel bleef onbekend.

Maar daarmee was de kous niet af. Het hoogste dreigingsniveau „zal niet zomaar voorbij zijn zodra we Salah Abdeslam vatten”, zei de Belgische minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon zaterdagavond. „De dreiging is breder dan alleen die figuur.” Bernard Clerfayt, burgemeester van de Brusselse gemeente Schaarbeek, bevestigde dat zondag op de radio. „Er zijn twee terroristen op het grondgebied van het Brussels Gewest die tot gevaarlijke daden in staat zijn.”

Met dergelijke uitspraken plaatsen de Belgische autoriteiten zich wel voor een dilemma. Deze ingrijpende maatregelen lijken niet lang vol te houden. Wat te doen als er op korte termijn niemand kan worden ingerekend? Kunnen Brusselaars dan toch weer met metro en naar school? Premier Charles Michel kon gisteren geen antwoord geven op de vraag: hoe straks verder? Vandaag zou de balans opnieuw worden opgemaakt.

Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken paste dit weekend zijn reisadvies voor Brussel aan en raadt Nederlanders aan drukke plaatsen te mijden.

Hoe nu verder? Dat is ook op straat de vraag. „Ik heb mijn kinderen thuis gelaten”, zegt Joëlle Saidi, een vrouw van Congolese komaf, die haar vader naar de trein begeleidt. „Bang ben ik niet. Maar om nu te zeggen dat ik me veilig voel, nee.”