Wie heeft de mooiste plek in het loongebouw?

Hoe wordt loon bepaald? Waarom verdient een politieagent minder dan een advocaat? En zijn de verschillen altijd logisch?

Illustratie XF&M

Waarom verdient het ene beroep meer dan het andere? Hoe ‘rechtvaardig’ zijn die verschillen in beloning eigenlijk? „Vanuit libertijns perspectief is een loon eerlijk als een werknemer het werk tegen dat loon in vrijheid, dus zonder dwang, aanvaardt”, zegt hoogleraar economie en bedrijfsethiek Johan Graafland. „De socialistische versie is een loon waarvan je kunt leven. Maar je kunt een eerlijk loon ook zien als een loon dat in verhouding staat tot de geleverde inspanning of productiviteit: de toegevoegde waarde van iemand.”

Bazen vinden we blijkbaar het meest productief in Nederland – en waarschijnlijk in de rest van de wereld. De salarisranglijst die adviesbureau Berenschot jaarlijks voor weekblad Elsevier maakt, wordt aangevoerd door alfamannen en alfavrouwen: bestuursvoorzitters van middelgrote organisaties, directeuren, burgemeesters van grote steden en bijvoorbeeld de bevelhebber der landstrijdkrachten.

Er is een brede middenmoot van dienstverlenende functies, zoals programmeurs (52.500 euro), helpdeskmedewerkers (49.500 euro) en politieagenten (39.000 euro). Onderaan staan ambachtelijke en fysieke beroepen, van winkelslager (25.000 euro) en stratenmaker (21.000 euro) tot, ten slotte, de assistent-boekbinder (19.500 euro) op nummer 257.

Winstgevende activiteiten betalen natuurlijk ook goed, bevestigen cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Ingenieurs in de delfstoffenwinning en financiële dienstverleners hebben de hogere uurlonen, in de horeca en landbouw, bosbouw en visserij vind je de lagere.

 

 

Sovjetunie

Kan het ook anders? Het is in de wereldgeschiedenis in ieder geval wel geprobeerd. In Rusland verdiende een ervaren staalarbeider in 1985 ruim twee keer zoveel (411 roebel per maand, nu circa 6 euro) als personeel van een bank of verzekeringsmaatschappij. Een minister verdiende drie keer modaal (600 roebel, nu 8,75 euro). Maar ook in de socialistische heilstaat was in de jaren tachtig sprake van enige marktwerking. Wie in het ijzige Siberië wilde werken, verdiende 1,2 tot 2 keer meer.

Ook nú kan het anders, betogen Rutger Bregman en Jesse Frederik in hun essay Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers (2015). De titel is ontleend aan een vergelijking tussen twee stakingen. Toen de vuilnismannen van New York in 1968 hun werk neerlegden, stapelde het vuil zich op en kregen ze na negen dagen een loonsverhoging. Maar toen Ierse bankmedewerkers in 1970 de deuren sloten, gingen mensen gewoon cheques uitschrijven en inwisselen bij de pub.

De conclusie van Bregman en Frederik: de toegevoegde waarde van vuilnismannen is groter dan die van bankemployees. Al staan vuilnismannen op nummer 224 op de Berenschot-lijst met een mediaan salaris van 24.000 euro bruto. Het is tijd voor een herwaardering van beroepen die écht belangrijk zijn, stellen de auteurs. Zoals onderwijzers, verpleegkundigen, agenten en vuilnismannen.

‘Bullshit jobs’

Veel beroepen, vooral in Europa en Noord-Amerika, dragen maatschappelijk eigenlijk weinig bij, stelt David Graeber. Bullshit jobs, noemt de Amerikaanse antropoloog dat in een essay uit 2013. Door automatisering en uitbesteding aan lagelonenlanden ís het mogelijk minder te werken. Maar omdat we graag consumeren, zijn er betekenisloze taken bijgekomen om inkomen te genereren. Denk aan de explosieve groei van de telemarketing, public relations, bedrijfsadvocatuur en financiële dienstverlening, zegt Graeber. Veel van die banen houden elkaar in stand, maar bestaan (grotendeels) uit papierschuiven.

Maar goed, objectieve criteria om het maatschappelijk nut van werk te meten zijn er niet, erkent Graeber. Nut alléén is misschien ook geen logische of eerlijke maatstaf voor beloning. Een piloot van een Boeing 747 en een treinmachinist vervoeren beiden honderden mensen van plaats A naar B. Maar op de lijst van Berenschot staat de piloot op nummer 4 (!) met een salaris van 442.000 euro bruto en de machinist op nummer 177 met een inkomen van 33.000 euro. „Een verkeersvlieger moet eerst zélf een opleiding van misschien 1,5 ton financieren”, zegt Hans van der Spek van Berenschot. „Die investering moet je wel terug kunnen verdienen. Terwijl een machinist een opleiding onder werktijd krijgt.”

Adviesbureau Hay Group heeft een eigen systematiek om functies te waarderen, zegt directeur beloningsonderzoek Anne Branger: „We kijken naar kennis en kunde, de verantwoordelijkheid die iemand heeft ten opzichte van het bedrijfsresultaat en de mate van complexiteit van het werk binnen de organisatie. Objectivering van functies is noodzakelijk. Beloning kan anders erg onrechtvaardig voelen, zeker als je naaste collega meer verdient dan jij.”

Maar ongelijke kansen zijn natuurlijk niet te voorkomen. Niet iedereen heeft de genetische aanleg om een atoomgeleerde te worden. Eén op de drie Nederlanders is hoogopgeleid en daarmee scoren we internationaal gezien hoog. Waar je woont, is ook bepalend voor je inkomen. Het maximale maandloon van middelbaar opgeleiden is in Nederland circa 2.000 euro en in Madagascar 90 euro, zegt Wageindicator.org. En wie met twee X-chromosomen wordt geboren, kampt nog altijd met een achterstand op de arbeidsmarkt. Vrouwen verdienen in Nederland bijna 16 procent minder dan mannen die vergelijkbaar werk doen, volgens het CBS.

Het soort bedrijf waar je voor werkt, maakt ook een groot verschil, zegt hoogleraar arbeidsverhoudingen Paul de Beer. „Bij grote bedrijven liggen de lonen gemiddeld een stuk hoger dan bij kleine bedrijven. Een van de verklaringen is dat grote bedrijven zo beter gekwalificeerde werknemers binnenhalen.” De ‘loonkloof’ tussen grote en kleine bedrijven is vooral flink in de VS. Amerikaanse onderzoekers hebben in 1999 berekend dat het verschil kan oplopen tot 35 procent.

Bínnen bedrijven zijn de loonverschillen ook groot, blijkt uit internationaal vergelijkend onderzoek van Edward Lazear, economisch adviseur van de Amerikaanse toenmalige president George Bush. En de trend in Nederland is dat die verschillen groeien, volgens Anne Branger van Hay Group. Nu de economie voorzichtig aantrekt, ontstaan er in bepaalde sectoren tekorten aan gespecialiseerde werknemers, zoals in de internethandel.

„Werkgevers willen werknemers niet meer betalen dan de concurrent, maar ook niet te weinig zodat mensen weggaan”, zegt Branger. „Er komt ook meer differentiatie tussen werknemers die ‘gewoon’ presteren en de groep die topprestaties levert. Ook wordt kritischer gekeken naar wie wel en wie geen bonus krijgt.”

De indruk van Van der Spek van Berenschot is dat de loonkloof tussen de top en het middenmoot de laatste jaren het hardst is gestegen. „Harder dan de kloof tussen de middenmoot en het onderste segment.”

Illustratie

Maar er zijn tegenwoordig ook bedrijven waar leidinggevenden juist minder verdienen dan hun ondergeschikten, zegt hij. Bij kennisinstituut TNO bijvoorbeeld verdienen sommige experts meer dan hun directe managers, vertelt een woordvoerder.

Platte inkomensverdeling

Uiteindelijk kent Nederland een „relatief platte inkomensverdeling”, volgens het CBS. De verschillen zijn in vergelijking met andere Europese landen klein en schommelen niet veel. „Bepalende factoren voor een gelijke inkomensverdeling zijn de omvang van de overheid en de kwaliteit van het rechtssysteem”, zegt hoogleraar Graafland. „Nederland scoort op beide hoog.”

En vergeet de invloed van de vakbonden niet. Decennia van polderoverleg hebben de herverdeling van inkomen ook gelijkmatiger gemaakt. Nederland is vertimmerd tot één groot loongebouw, met strakke bezoldigingsverordeningen, functieomschrijvingen en salarisschalen.

„Wat blijft is dat we kantoorwerk belangrijker vinden en hoger waarderen dan uitvoerend werk”, zegt Patrick Fey, voorzitter van CNV Overheid & Publieke Diensten.

Je kunt je inderdaad afvragen of dat altijd terecht is. Misschien is het wel veel moeilijker om een goede leraar te zijn dan een goede schooldirecteur.