Waterloo: veteranen op het slagveld

Bij Waterloo zoeken getraumatiseerde oorlogsveteranen met schepjes en troffels naar sporen van de veldslag. Ze zijn daar goed in, en het doet hun goed.

Musketkogels van de Slag bij Waterloo.

Een man in een zwart T-shirt met op zijn rug de tekst Waterloo Uncovered schraapt zittend met een troffel een opgravingsvlak schoon. Op zich niets bijzonders voor een opgraving, behalve dan dat de Butte du Lion zelden het achtergronddecor is van archeologisch onderzoek; de geschiedenis van de Slag bij Waterloo is nu eenmaal bijna alleen door historici geschreven. Maar de opgraving en het onderzoek door Britse en Belgische archeologen en geofysici bij de kasteelboerderij van Hougoumont, een van de iconische strijdtonelen van de slag, is ook om een andere reden bijzonder. Naast de troffelende man staat een rolstoel. Verderop, bij iemand anders, ligt een paar beenprotheses op het gras. Uit een rugzak steekt een doos Tradonal OD15 – pijnstillers.

„Ons project heeft twee doelen,” vertelt Mark Evans, een van de initiatiefnemers. „Het begrip van de Slag bij Waterloo vergroten door archeologie, en Britse oorlogsveteranen met een handicap en PTSS (posttraumatische stress-stoornis) – in dit geval vijfentwintig – te laten meedoen aan een belangrijke opgraving, hen zo weer vertrouwen in zichzelf te geven en nieuwe vaardigheden bij te brengen.”

Evans, 37 jaar oud, is zelf veteraan én archeoloog. Na zijn studie volgde hij zijn jongensdroom en nam hij dienst bij de Coldstream Guards. In 2006 ging hij als officier naar Helmand in Afghanistan. Daar had hij meerdere traumatische ervaringen. Een verdwaalde Sovjet-mijn blies zijn gepantserde Landrover op. Een geallieerde Apache-helikopter nam hem en zijn peloton bij vergissing onder vuur, en doodde en verwondde meer dan de helft van zijn mannen. En een week lang vocht hij met zijn mannen in een door Taliban omsingelde compound voor zijn leven, zonder luchtsteun en toevoer van eten, water en munitie. Lichamelijk heeft hij het allemaal ongeschonden overleefd. „Maar ik heb wel PTSS.” Na een periode met veel drank, losse relaties en waanideeën gaat het inmiddels beter met hem. „Dankzij psychische hulp én deelname aan een opgraving van Operation Nightingale.”

Onder die noemer organiseerden in 2011 twee militairen met een archeologische achtergrond voor het eerst een ‘therapeutische’ opgraving voor Britse oorlogsveteranen. Ze wisten Defensie ervan te overtuigen dat de combinatie archeologie en veteranen minder vreemd is dan het lijkt: bekende Britse archeologen uit het verleden als Mortimer Wheeler (1890-1976) en Augustus Pitt-Rivers (1827-1900) waren ook militairen geweest. Verder zijn er overeenkomsten in de werkzaamheden van archeologen en militairen: ze werken in de buitenlucht, graven, bestuderen het terrein en de grond, en doen aan kaartlezen, inmeten en vastleggen. Archeologisch werk benadrukt dus wat getraumatiseerde veteranen nog wel kunnen en niet wat ze niet meer kunnen.

Musketkogels inmeten

Scott moet na een ongeluk in de Himalaya blijvend op krukken lopen en heeft voortdurend pijn; daarnaast heeft hij PTSS. Door de opgraving is hij voor het eerst sinds twee jaar weer de deur uit, zegt hij zachtjes en naar de grond kijkend. Nu is hij bezig opgegraven musketkogels in te meten in de grote ommuurde tuin van de hoeve van Hougoumont.

De kasteelboerderij uit de zestiende en zeventiende eeuw was tijdens de Slag bij Waterloo een vooruitgeschoven verdedigingspost van Wellington. In het bos voor de boerderij vielen op 18 juni 1815 de eerste schoten van de strijd tussen Napoleon en de geallieerden. De hele dag hebben Franse troepen geprobeerd de ommuurde boerderij en zijn uitgestrekte tuin en boomgaard in te nemen. Tijdens de tweede aanval lukte het dertig Fransen om via de noordpoort het terrein binnen te komen. Maar twee soldaten van de Coldstream Guards wisten de poort weer te sluiten, waarna de binnengedrongen vijand overmeesterd en gedood kon worden. Uiteindelijk ging het kasteel na zeven aanvallen in vlammen op, maar het lukte de Fransen niet om door te breken. Later zei Wellington dat zijn overwinning draaide om het sluiten van de poort bij Hougoumont. „Het is de vraag of dat echt zo is”, bekent Charles Foinette, majoor bij de Coldstream Guards, afgestudeerd in publieksarcheologie en studievriend van Mark Evans. „Wellington had in het geval van een Franse doorbraak nog 20.000 man in reserve gehad.”

Hougoumont is hoe dan ook een mythische plek voor Foinettes en Evans’ regiment. Reden voor beiden om vorig jaar in de kroeg het wilde plan te bedenken om in navolging van Operation Nightingale een opgraving met getraumatiseerde veteranen te organiseren bij de kasteelboerderij. Evans: „Maar ook met serieus en professioneel archeologisch onderzoek. Want hoe is het mogelijk dat vijfentwintighonderd Britten, Duitsers en Nederlanders tienduizend Fransen hebben tegengehouden?”

Ze kwamen uit bij Dominique Bosquet van de archeologische dienst van Waals-Brabant, die een paar jaar geleden bij Waterloo het skelet van een Pruisische soldaat heeft opgegraven, en Tony Pollard van het Centre for Battlefield Archaeology van de Universiteit van Glasgow.

„Er zijn vele ooggetuigenverslagen van de Slag bij Waterloo en de strijd bij Hougoumont. Maar Wellington vergeleek een slag niet voor niets met een bal. Ook dat is een vloeiende gebeurtenis waarvan na afloop niemand zich precies alle details kan herinneren”, zegt Pollard, terwijl hij verschillende proefsleuven en opgravingsvlakken op en rond de boerderij afloopt. „Archeologie zal niet bewijzen dat iemand anders de Slag heeft gewonnen, maar kan wel allerlei details invullen. Want waar precies zijn na de strijd de massagraven gegraven?”

Rond de onlangs gerestaureerde ruïne van de kasteelboerderij zijn nu akkers en weiden met koeien. De kasteeltuin, de boomgaard en het bos ten zuiden van de hoeve zijn verdwenen. munitie naar de hoeve aanvoerden.

„Geofysisch onderzoek heeft geen aanwijzingen opgeleverd voor de massagraven”, zegt Bosquet. „Volgens ooggetuigenverslagen moeten die in de zogenoemde killing ground tussen de noordkant van het bos en de zuidmuur van de hoeve liggen. Er zit niets anders op dan een volgende keer een grote sleuf te trekken over de hele lengte van 200 meter. Dan zal aan de hand van concentraties van kogels duidelijk worden of de Fransen over de hele lengte aanvielen of vanuit twee uit elkaar gelegen punten.”

Waarschijnlijk heeft een dichte heg ten zuiden van de hoeve een grootschalige frontale aanval verhinderd. „Aan de oostkant hebben we sporen van een gat in de heg gevonden”, vertelt Pollard. Precies daar hebben de archeologen ook een knoop gevonden van een kanonnier van de Franse marine. „Streed hij mee als infanterist of hebben de Fransen hier de houwitser opgesteld die volgens de bronnen het kasteel in brand heeft geschoten? Zo dicht bij de muur dat de vraag rijst waarom ze er dan geen gat in hebben geschoten.”

De belangrijkste ontdekking is een concentratie van Franse musketkogels in de tuin. „Ze zijn kleiner dan de kogels die de Britten voor hun Brown Bess gebruikten”, weet Pollard. „Samen met enkele Britse kogels die in hetzelfde stuk zijn gevonden en duidelijk tegen een muur zijn afgeketst zijn ze een aanwijzing dat de Fransen op enig moment in de tuin zijn geraakt of op de muur hebben gestaan. Uit de bronnen is daarover niets bekend.”

Oorlogservaring

Over de inzet van de veteranen zijn de archeologen zeer tevreden. „Het zijn hardwerkende gravers”, zegt Bosquet. „We leveren ook inhoudelijk een bijdrage”, stelt Evans. „Want wij hebben de oorlogservaring die Pollard en Bosquet niet hebben.” Hij wijst op de schietgaten in de zuidmuur, die duidelijk is gerestaureerd. „Volgens de bronnen hebben de soldaten in de nacht van 17 juni schietgaten in de muur gemaakt, evenals een houten platform om over de muur te kunnen schieten. In Afghanistan hebben we ook wel eens schietgaten in een hut moeten hakken; dat kost veel tijd en moeite. Toen ik de anderen vroeg wat zij die nacht zouden hebben gedaan, terwijl het koud en regenachtig was, antwoordden ze: ‘Wachten tot de officier van dienst langs was geweest en daarna gaan slapen. De volgende dag hadden we wel een kar gepakt om over de muur te kunnen schieten.’ Door een schietgat zie je bijna niets en bovendien moet je oppassen dat de vijand je wapen niet grijpt.” Ook kijken de veteranen met andere ogen naar het vroegere bos bij de boerderij. „Een leek denkt dat de Fransen er in vijf minuten doorheen konden trekken, maar wij weten dat het in de strijd zeker drie kwartier kost.”

Volgend jaar hopen ze weer bij Hougoumont en Waterloo aan de slag te kunnen. Daarvoor is afgezien van veel vrijwilligerswerk 150.000 pond nodig. Vandaar berichten in de Britse pers over de vondst van ‘first shots fired at Battle of Waterloo’. Overdreven? Pollard, die voor de BBC tv-programma’s heeft gemaakt, vindt van niet. „In het bos zijn echt de eerste schoten gelost. Ik schaam me er dus niet voor.”