Column

Terreurbestrijding is niet gebaat bij oorlog zonder politiek plan

De terreuraanslagen die Parijs ruim een week geleden zo hard troffen, hebben niet alleen geleid tot grote schrik, woede en veel leed. Ze hebben ook het besef versterkt dat de terreurdreiging in Europa acuut is en dringend vraagt om maatregelen. Dat is vaker vastgesteld. Sinds 9/11 (2001) en de aanslagen in Madrid (2004) en Londen (2005) is er van alles ondernomen aan preventie, beveiliging en repressie. Maar het is duidelijk niet afdoende geweest.

Onze open samenlevingen in Europa zijn bijzonder kwetsbaar voor het niemand ontziende geweld van terreurorganisaties als Islamitische Staat. En trouwens niet alleen ónze samenlevingen. Ook in het Midden-Oosten, Afrika en Azië weet men al jaren hoe gevaarlijk en ontwrichtend het radicaal-islamitische terrorisme kan zijn. Het is een bedreiging van de internationale stabiliteit en veiligheid, die vraagt om een internationaal antwoord. Frankrijk mag in deze crisis niet alleen staan.

President Hollande van Frankrijk reist volgende week naar Washington en Moskou om een brede coalitie tegen Islamitische Staat te smeden. Dat is hoognodig, maar het zal niet eenvoudig zijn. Steun van de Verenigde Staten en Rusland is belangrijk, maar niet genoeg.

In de complexe oorlog in Syrië hebben zich tal van landen en groeperingen gemengd, elk met hun eigen belangen. Met wapens, geld en strijders hebben ze de oorlog van brandstof voorzien. Het valt niet te verwachten dat ze hun inmenging zullen staken, louter om de terreurdreiging in Europa aan te pakken. Er zal zware politieke druk nodig zijn – en zicht op een uitkomst waarin zij hun belang herkennen.

Al meer dan een jaar voert een coalitie onder leiding van de VS in Irak en Syrië luchtaanvallen uit op IS. Nederland neemt deel aan de bombardementen in Irak, Frankrijk doet in beide landen mee.

Rusland mengde zich dit najaar ook in de strijd in Syrië, maar liet IS aanvankelijk ongemoeid – steun voor president Assad was voor Moskou het belangrijkste. Nu zegt Rusland wél doelen van IS onder vuur te nemen en zijn aanvallen met de VS af te stemmen.

Maar om de terreurdreiging effectief te bestrijden, is veel meer nodig dan militaire interventies vanuit de lucht. Zulke operaties kunnen zinvol zijn om het gevaar van IS in te dammen. Maar zonder een strategie voor de politieke stabilisering van Syrië kan er op den duur niet veel van worden verwacht. Verdere destabilisering van de regio is zelfs een serieus risico, als een brede coalitie van het Westen en Rusland de indruk wekt in de strijd tegen IS een soort stilzwijgende alliantie met Assad en het shi’itische Iran te vormen. Het zou nog meer sunnieten in de armen van IS kunnen drijven, uit vrees voor shi’itische overheersing.

Na het bloedbad in Parijs en de bomaanslag op het Russische verkeersvliegtuig boven de Sinaï kan Europa er niet meer omheen dat de oorlog in Syrië een gevaar voor onze veiligheid is. Eerder al had de vluchtelingencrisis duidelijk gemaakt dat het conflict de politieke stabiliteit van Europa ondergraaft.

Daarom moet nu de hoogste prioriteit worden toegekend aan diplomatiek overleg dat het oorlogsgeweld in Syrië kan verminderen, en uiteindelijk bezweren. Terreurbestrijding is niet gebaat bij een militaire escalatie van de oorlog tegen IS, als dat niet gebeurt als onderdeel van een plan voor hoe het verder moet met Syrië en de regio. Terreurbestrijding, hier en in het Midden-Oosten, is ingewikkeld en vergt een heel lange adem. Des te meer reden om meteen te kiezen voor een aanpak die doordacht is en effectief kan zijn.