Pssst...wat verdien jij?

Praten over het salaris is in Nederland nog steeds een taboe. Waarom doen we daar zo moeilijk over?

Illustratie XF&M

Zijn salaris hoeft niet in de krant. „Ik zie niet in waar dat voor nodig is.” Maar al zijn werknemers weten wél precies wat hij verdient. Roel Dagevos is directeur van IT-consultancybedrijf Bartosz.

Niemand maakt bij Bartosz een geheim van zijn salaris. Kan ook niet. „Er ligt gewoon een lijst bij het secretariaat waarop alle salarissen staan, iedereen kan die lijst opvragen.”

Dat doen ze al jaren zo, en dat gaat al jaren goed. Nieuwe werknemers weten dat dit het beleid is, iedereen gaat akkoord. Dagevos: „Juist omdat wij er zo open over praten, is salaris bij ons niks geks. Natuurlijk vergelijken medewerkers onderling de salarissen, maar die zijn ook transparant opgebouwd. Wij kunnen precies uitleggen waarom ze dat verdienen, en wat ze zouden moeten doen om naar het volgende salarisniveau te gaan.”

Niet iedereen denkt er zo makkelijk over. In de rubriek Spitsuur in deze krant worden wekelijks huishoudens geïnterviewd over de balans tussen werk en privé. Hoe laat ze ’s ochtends opstaan, wat het favoriete broodbeleg is of wie een hekel aan stofzuigen heeft, dat is geen enkel probleem om te vertellen. Maar in de krant over het salaris vertellen? Oei. De argumenten: bang voor jaloezie van collega’s. Vervelend als de hele familie weet wat je verdient. Angst dat de baas meeleest, en het niet prettig vindt. Hoe hoger het inkomen ligt, hoe lastiger om het in de krant te krijgen.

„Salaris is nog steeds een taboe”, zegt Jaap van Muijen, hoogleraar psychologie aan Nyenrode. Hij rondde vorige week in samenwerking met carrièresite Intermediair een nationaal onderzoek af naar salarissen van Nederlandse werknemers. „Dat is anoniem, dan vullen mensen wel eerlijk in wat ze verdienen. Maar erover praten wil bijna niemand.” Hij heeft wel een idee hoe dat komt. „Wij vinden verschil in salaris ongemakkelijk. Wij houden in Nederland van gelijkheid, we willen niet de uitzondering zijn. Als je in een groep gaat vertellen wat je verdient, valt die ongelijkheid op.”

Geen applauscultuur

Ten tweede hebben we in Nederland geen cultuur waar we opkijken en applaus geven als iemand ergens in uitblinkt of veel verdient. „In Amerika is dat veel normaler: daar vinden ze het een positief teken als iemand een hoog salaris heeft, daar vragen ze er ook gewoon naar. Wij denken al snel: wat een opschepper.”

Van Muijen is er voorstander van open te zijn over salarissen. „Als je onderling weet wat iedereen verdient, is het geen machtsfactor in de handen van de leidinggevende. Je staat veel sterker in je schoenen als je wilt onderhandelen.”

En mensen worden er daadwerkelijk productiever van. De Universiteit van Berkeley voerde in 2013 een experiment uit waarbij twee groepen een taak kregen en een bijpassende geldbeloning. De mensen in de ene groep wisten van elkaar wat ze verdienden, de mensen in de andere groep wist het alleen van zichzelf. De eerste groep werkte harder en was productiever dan de tweede groep. Toen die ook te horen kreeg wat iedereen onderling verdiende, werden ze 10 procent productiever.

Open over salaris praten zou ook het verschil in beloning tussen mannen en vrouwen kunnen verkleinen. Van Muijen kwam met zijn onderzoek uit op een verschil in loon van 7,2 procent. „Maar als vrouwen zouden weten wat hun mannelijke collega’s verdienen, zullen ze wellicht eerder geneigd zijn om harder te onderhandelen.”

Zo kwam de Amerikaanse actrice Jennifer Lawrence (The Hunger Games) er onlangs achter dat ze minder betaald kreeg dan haar mannelijke collega’s. Ze werd boos – allereerst op zichzelf overigens, vanwege haar slechte onderhandelen – en schreef er een artikel over dat via internet razendsnel de wereld overging. Ze krijgt inmiddels meer betaald. En op Twitter was een tijdje de #talkpay trending, waarin de Amerikaanse Lauren Voswinkel opriep om te twitteren hoeveel je precies per jaar hebt verdiend. Het idee: als we er allemaal over praten, vallen oneerlijke loonverschillen weg.

Angst voor afgunst

Zijn er ook negatieve punten aan openheid zijn over salaris? Zeker. Wie openlijk het salaris op internet zet, kan moeilijk bij het wisselen van baan een paar duizend euro erbij bluffen als wordt geïnformeerd naar het vorige salaris. En werkgevers zijn doorgaans niet blij met openheid . Bij Google maakte bijvoorbeeld toenmalig werknemer Erica Baker met wat collega’s een intern bestandje aan waarin ze hun salarissen zetten. Het ging rond in het bedrijf, zo’n 5 procent van haar collega’s (2.800 mensen) schreef zijn salaris erbij. Oneerlijke verschillen werden opgemerkt en aangekaart. De loonkosten gingen voor Google omhoog.

Daarbij is de angst voor afgunst van collega’s niet ongegrond. In 2012 kregen 6.400 werknemers van de Universiteit van California voor een onderzoek te horen wat hun collega’s verdienden. De mensen die beduidend minder verdienden dan de rest werden prompt ongelukkiger en waren meer geneigd om uit te kijken naar een andere baan.

Ook Roel Dagevos, de directeur van Bartosz, maakt mee dat mensen ontevreden zijn met hun loon nadat ze het hebben vergeleken met hun collega’s. „Dat houdt ons ook scherp, ik vind dat mensen het recht hebben om vragen over hun salaris beantwoord te krijgen. Vier keer per jaar hebben we een ranking-overleg met het managementteam. Alle 130 consultants worden minutieus met elkaar vergeleken, en alle argumenten voor het salaris worden dan besproken.”

Het kan ook de andere kant opgaan. Dagevos: „Als je er prat op gaat dat loon je prestatie volgt, kan het ook voorkomen dat iemand te veel krijgt als zijn prestaties achteruitgaan. Wij hebben dat één keer gehad. Toen zag de werknemer zelf ook wel in dat de beloning scheef zat. Hij is akkoord gegaan met 250 euro in de maand minder.”