Protestzanger bleef eeuwig jong, dankzij dat ene liedje

Het Nederlandse antwoord op Bob Dylan wilde de wereld veranderen met zijn dwarse ideeën in liedjes.

Armand in maart van dit jaar. Zijn hitBen ik te min was de B-kant van zijn tweede single.

Protestzanger en Nederpopicoon Armand is gisteren op 69-jarige leeftijd in een ziekenhuis in zijn geboorteplaats Eindhoven overleden. Met Ben ik te min vestigde hij in 1967 zijn naam als protestzanger. Liedjes als Blommenkinders en Zoek je zo eenzelfde verschijnsel mens maakten hem de stem van de hippiebeweging, met onopgesmukte folkrock die zich losmaakte uit de cabaretsfeer van Nederlandse pop in de jaren zestig.

Armand, artiestennaam van Herman van Loenhout, begon als Engelstalig zanger maar liet zich door Jaap Fischer en Peter Koelewijn inspireren om in zijn eigen taal te gaan zingen. Ben ik te min was de B-kant van zijn tweede single Een van hen ben ik. Radio Veronica maakte er een hit van en met zijn tegen de gevestigde orde gerichte tekst werd Armand beschouwd als het Nederlandse antwoord op Bob Dylan. Zijn leven lang bleef hij trots op de rol van protestzanger: „Zolang er van alles niet deugt in de wereld is muziek te belangrijk om weg te gooien aan liefdesliedjes.”

Popmuziek is het enige buitenparlementaire middel dat de wereld kan veranderen, zei hij over nummers als Dat is juist de pest! en Boeren, burgers en buitenlui, die zijn dwarse ideeën verkondigden. Armand zong vaak over de vreugde van het blowen en de voordelen van cannabisgebruik. Ik heb ‘t gevonden roemde het effect van een waterpijp. In 1972 werd het zijn lijflied: „Het is zo fijn om heerlijk stoned te zijn.”

In 1981 speelde hij in op de demonstratie tegen kruisraketten met Liever een Rus in de keuken (dan een raket in de tuin). In 1990 brak hij met de gevestigde platenindustrie en begon zijn platen thuis op te nemen: „De beste nummers maak je tussen de soep en de piepers.” Hij leefde van concerten in steeds kleinere zalen, waar hij in eigen beheer geproduceerde albums als Mooie woorden aan de man bracht. Optredens van Armand werden onemanshows met hilarische monologen en dwarse levenswijsheden: „Een man is zo oud als de chick die hij neukt.”

Nieuwe waardering kreeg Armand toen hij in 2011 verscheen in het tv-programma Ali B. op volle toeren. Beatgroep The Kik nam een nieuwe versie op van Want er is niemand en nodigde de zanger uit voor het gezamenlijke album Armand & The Kik dat afgelopen zomer verscheen. Bij een gezamenlijke tournee in september kondigde bandleider Dave von Raven hem elke avond aan als „misschien wel de grootste legende uit vijftig jaar Nederpop”. Armand werd het stralende middelpunt van een viering van zijn betekenis voor de Nederlandse popmuziek.

Ben ik te min bleef hij bij elk optreden zingen, volgens Von Raven steeds alsof het de eerste keer was. Hij speelde zijn vrijbuiterslied wat kalmer, maar nog altijd met de intentie om de wereld te verbeteren. Met zijn mondharmonica als een echo uit de jaren zestig bezong Armand de eeuwige jeugd, die hij dankzij dat ene liedje voor altijd zal behouden.