'Jihadisten móeten de ‘ongelovigen’ haten. Het is hun plicht'

Vlaamse IS-strijders sturen hem berichten, ook een dag voor de aanslagen in Parijs. De Brusselse jihadexpert Montasser Alde’emeh kent ‘de jongens’ als geen ander. „Het wordt erger: ze staan klaar om ieder van ons af te slachten.”

Telefoon uit het Vlaamse Kortrijk. Middernacht, een maand geleden. Een moeder in paniek. „Montasser, help ons! Onze zoon zegt dat hij zichzelf in Irak gaat opblazen.”

In zijn appartement in het Brusselse Molenbeek houdt Montasser Alde’emeh even pauze, neemt een slok chocomel en herneemt zich. Nu met trillende stem.

„Wekenlang heb ik per sms op die gast ingepraat. ‘Doe het niet!’”

Maar woensdag 11 november voert de Kortrijkse Abdelmalek Boutallis – strijdersnaam Abu Nusaybah – alsnog zijn zelfmoordaanslag uit, in opdracht van IS. Abu is de 69-ste Belg die sterft aan het IS-front waar hij in 2014 met zijn Vlaamse vrienden Lucas en Olivier naar toe was getrokken. Lucas is inmiddels ook gesneuveld.

Alde’emeh: „Ik heb op het laatste moment Abu’s vrienden nog gesmeekt om hem tegen te houden. Ze zeiden: ‘Montasser, wat Abu gaat doen, dat gaan wij binnenkort ook doen.’”

Die woensdag de elfde belt Alde’emeh met de ouders in Kortrijk om ze op de hoogte te brengen.

„Ze zijn er kapot van. In shock. Ik ook.”

Het verklaart zijn ‘gelatenheid’ als twee dagen later de bloedige terreur in Parijs begint, zegt Alde’emeh. „Ik was mentaal al voorbereid op het ergste. Ik weet waartoe dit soort jongens in staat zijn.”

Gestoken in een vaal, lichtblauw spijkerhemd loopt hij nerveus door zijn vrijgezellenflat op twee hoog, op zoek naar glazen om wat in te schenken. In de boekenkast vindt hij er twee.

„Ik had laatst een meisje. Heel mooi. Maar met het leven dat ik leid kan ik geen relatie aan.”

Voor zijn onderzoek naar moslim-radicalisering reisde de islamoloog en jihadexpert vorig jaar naar Syrië waar hij twee weken samenleefde met jonge jihadisten uit België en Nederland. Hij won hun vertrouwen, ook al schrijft hij in kranten, weekbladen en wetenschappelijke publicaties onomwonden over hun achtergrond, motieven en gruweldaden.

Hun ijdelheid speelt een rol, zegt Alde’emeh. „Wat ze doen moet gezien en gehoord worden.”

Ze houden hem op de hoogte per sms en facebook. Scrollend door de berichten op zijn telefoon schieten de namen voorbij van Belgen in Syrië. „Ook blanke Vlamingen, zoals je ziet. Bekeerlingen.”

Nu de Parijs-terreur deels Made in Belgium blijkt, gaat België alsnog 400 miljoen euro investeren in opsporing en staatsveiligheid. Te weinig, te laat?

„Men heeft het te lang niet serieus willen nemen. Voorbeeld: ze wéten van mijn verblijf als academisch onderzoeker in Syrië. Ik heb daar gegeten, gedronken en geslapen met Syriëgangers. Ik weet wat ze denken. Maar geen beleidsmaker, geen enkele burgemeester, was geïnteresseerd in mijn verhaal.”

Waren er signalen die wezen op mogelijke aanslagen zoals in Parijs?

„Ik ontving de laatste maanden vanuit Syrië steeds meer boodschappen met terreuraankondigingen. Op basis van mijn interviews met jongens in Syrië wist ik dat er aanslagen zouden komen. Ik sprak met Antwerpenaar Abdellah Nouamane, die zich nu Abu Jihad Al-Baljiki noemt. Hij zei me: ‘Alles gaat in België de lucht in. Scholen, bibliotheken, ziekenhuizen, discotheken, alle plaatsen waar ongelovigen zijn’.”

Met die informatie ga je naar de politie, toch?

„Dat heb ik gedaan. Sterker nog: mijn interview met Al-Baljiki heb ik in september al gepubliceerd in Knack.”

Al-Baljiki (volgens sommige berichten inmiddels overleden) vertelde u destijds niet over die Parijs-terreur, maar over aanslagen in België. Hoe serieus neemt u dat?

„Ze zijn tot alles in staat. ‘Ik haat België, met alles erop en eraan,’ zei hij me. Die haat is hun plicht. Zij móeten de ‘ongelovigen’ haten. Daags na ‘Parijs’ kreeg ik een sms van een Vlaamse IS-strijder in Syrië.

(Alde’emeh haalt het bericht tevoorschijn, waarbij hij de naam van de afzender op zijn telefoondisplay afschermt.) ‘Wij waren in Parijs met 7. Wat als we morgen met 70 zijn!’.”

In tienvoud morgen op een andere plek, is zijn boodschap?

„Ze staan klaar om ieder van ons af te slachten. Diezelfde jongen sms’t me ook: ‘We zijn erop uit om chaos creëren. Hoe meer hoe beter.’ De Syrische vluchtelingenstroom naar Europa vindt hij geweldig. ‘Er zullen mensen tussen zitten die bij jullie aanslagen gaan plegen’ schrijft hij.”

Je begeleidt in je centrum ‘De Weg Naar’ Syriëgangers die terugkeren. Heeft dat zin?

„De allereerste Syriëgangers wisten vaak niet waaraan ze begonnen. Sommigen komen gedesillusioneerd en getraumatiseerd terug. Maar jongens die nu nog gaan zal ik in de toekomst zéker niet opvangen. Zij hebben alle tijd gehad om na te denken. Ze kennen de barbaarse, gruwelijke methodes.”

Die oefenen kennelijk een enorme aantrekkingskracht uit…

„Ja. Ze hebben de band met onze maatschappij verloren en hebben geen enkele ambitie om die weer te vinden. Ze haten onze manier van leven en onze democratie. En ze haten de chocolade-imams in België en Nederland. Die zien ze als marionetten in handen van de ongelovigen. Die vertegenwoordigen hun jihad niet.”

En IS biedt ze structuur?

„Als je geen enkele voeling hebt met waar je woont? Ja. Als je er niet aan de bak komt? Ja. Neem de jongens uit Molenbeek. Ze eten en voetballen samen. Op een dag vertrekt er een. Later helpt hij anderen, die zich ook aangesproken voelen door de droom van het kalifaat. Daarna gaat de radicalisering snel. De boodschap van IS wordt voor die jongens de enige en absolute waarheid, en dan is alles geoorloofd.”

Zoals met een bomgordel om een concertzaal betreden. Kunt u het bevatten?

„Hoe verschrikkelijk ik het ook vind, dat afdoen als ‘de waanzin van een psychopaat’ levert niets op. IS ís een terreurorganisatie. Ze verheerlijken aanslagen. Oog om oog, tand om tand: wij bombarderen hun broeders in Syrië, dan pakken zij ons.

En vergeet een ander belangrijk ding niet: de Parijs-aanslagen waren op een vrijdag. Ze stonden op, gingen zich wassen, deden hun vrijdaggebed. Voor een moslim is het een gunst als hij op vrijdag sterft. Daarna wachten 72 maagden op je in het paradijs.”

Heeft u tijdens uw verblijf bij de jihadisten in Syrië ooit iets gemerkt van drugsgebruik?

„Nee. De IS-ideologie zélf is de drug. En wat ze bedwelmt zijn de anashid, gezangen die hen aansporen. Soms hoor ik die anashids, komend uit een voorbijrijdende auto in Brussel. Dan besef ik: die is al bezig met zichzelf te brainwashen. Ik noem het zelfradicalisering.”

‘Reis naar de wortels van de haat’, is de ondertitel van uw boek De jihaadkaravaan. Wat heeft je het meest verbaasd tijdens je onderzoek in Syrië?

„Een Vlaming, die toen nog bij de terreurorganisatie al-Nusra zat, vertelde me dat zijn ouwe maat uit Antwerpen bij concurrent IS vocht. Wat hij zou doen als z’n vriend zijn basiskamp zou binnenkomen? ‘Om hem uit te schakelen ben ik bereid me op te blazen’, zei hij zonder een spoor van aarzeling. Dat heeft me verbijsterd: dat de haat sterker is dan de vriendschap.”

U bent pas 27 en u opereert al jaren in het oog van de storm. Wat bezielt u?

„Ik heb zelf moeten vechten voor een plaats in de maatschappij. Vanuit een Palestijns vluchtelingenkamp in Jordanië kwam ik als illegaal jongetje in Vlaanderen aan. Tien jaar moeten wachten op een legale status. Nu is het mijn beurt om iets terug te doen voor verdwaalde zielen.”

Is dat niet een taak van de overheid?

„Die deradicaliseringsprogramma’s werken niet, jongeren vertrouwen de overheid niet. En de moslimgemeenschap heeft ook weinig te bieden. In Antwerpen heb je zestig moskeeën, maar slechts één imam spreekt Nederlands. In deze chaos heeft de samenleving helden nodig. Ik wil zo’n held zijn.”