Het is niet erg om te vallen

In de roman Bidden en vallen van Henk van Straten (1980) zoekt ieder personage naar zijn of haar verhaal. „Ik wil schrijven over waar het wringt. In dat soort momenten zit vaak de schoonheid van het leven.”

Ware zelf

„In Bidden en vallen zoekt ieder personage naar zijn of haar verhaal. Mensen verwarren dat verhaal vaak met het ware zelf, maar niemand vindt ooit zijn kern. Die is er niet. Je bent een zelfgecreëerde constructie. Die is elk moment weer anders. Je monteert je eigen vertelling en schaaft die constant bij, waardoor het voelt alsof jíj het bent. Zolang de dingen voorspoedig verlopen, komen we daar in principe wel goed mee weg. Totdat er iets gebeurt waardoor het verhaal niet meer klopt. Zoals bij het personage Tom, een accountmanager van Omega. Hij laat zich op een zondagmiddag ongepland pijpen voor geld door een Marokkaan in het park. Hij kan dan niet meer terug naar zijn oude, afgebakende leven. Het is goed om je eigen verhaal permanent te bevragen. Als je alles vastzet, loop je tegen de muren van het verhaal, zoals Tom.”

Tatoeages

„Ik was jong en onzeker en had geen talent. Ik zat in een punkbandje en in die scene hadden mijn voorbeelden allemaal tatoeages. Het is een selffulfilling practice: als ik ze er allemaal opzet, dan ben ik ook écht als zij. In die tijd was het vol tatoeëren van je onderarmen nog best een big deal. Het burgerlijke publiek op straat keek me na. En dat wilde ik ook. Nu is de lading anders. Ik heb geen spijt, maar als iemand niets getekend heeft staan op zijn lichaam vind ik het mooier. Vroeger viel het me op als mannen tatoeages hadden, nu valt het me op als een man blanco is. Die is nooit gezwicht, denk ik dan, cool.”

Consumentisme-race

„Alle personages in het boek zitten middenin hun crisis. Zoals Els, de vrouw van Tom en moeder van hun twee kinderen. Ze wil dat Tom verandert, en ze wil van haar melancholie af. Ze denkt dat absolute spiritualiteit haar redding is. Doordat ze er zoveel van verlangt, creëert ze weer zo’n zelfde kooi. Dat gebeurt veel spiritualisten: het wordt al gauw een consumentisme-race. Als ik nou maar dit boek lees, denken ze, deze yoga doe, dan vind ik verlichting en ben ik er. Els faalt daar compleet in, gelukkig. Als alles mislukt, wat ben je dan nog? Je bent nog steeds hier, je ademt, je kunt liefhebben, alleen heb je een hoop illusies moeten loslaten. Daar komt ook de titel Bidden en vallen vandaan. Het is niet erg om te vallen.”

Charles Bukowski

„Dit boek voelt als mijn debuut. Een beetje flauw, want ik schreef al vijf boeken tussen mijn 27ste en 32ste. Maar ik wilde opnieuw beginnen, meer tijd voor het schrijven nemen. Als boek op boek niet écht geweldig is, dreigt het gevaar dat mensen denken: daar heb je hem weer. Het ging gewoon te snel. Toen ik net wist dat ik wilde en kon schrijven, werd ik meteen uitgegeven. Wat fijn was, maar ook nadelig. Ik was nog niet goed genoeg. Voor mijn 22ste las ik überhaupt niet. Ik probeerde enkele opleidingen maar kwam steeds niet verder dan het eerste jaar. Ik werkte achter de bar en ik dacht alleen maar: dat punkbandje, dat ben ik. Ik wilde met de jongens op stap, toeren, dat busje in. Ik was doodsbang voor de gedachte dat ik de rest van mijn leven tot barman was veroordeeld. Het eerste wat ik las was een dichtbundel van Charles Bukowski, die ik had gekregen van mijn moeder. Ik vond het geweldig, een man die misantropisch schrijft over hoe kut de mens is en dat je beter met een kater wakker kunt worden. Precies de schrijver die ik op dat moment moest lezen. Het was bijna fysiek: dat je iets leest en het tegelijkertijd wilt maken.”

Hartkloppingen

„In deze fase voel ik me het kwetsbaarst. Ik ben vatbaar voor erkenning. Wanneer is dit boek succesvol? Bij goede recensies, hoge verkoopcijfers? Blijkbaar is het niet genoeg dat het er alleen maar komt. Mijn leven is sowieso onrustig op dit moment, ik ben een jaar geleden gescheiden. De ene week ben ik vader, de andere week een soort ongeleid projectiel. Er waren veel redenen voor de scheiding, maar er was vooral verlangen om de wereld weer in te gaan. Avontuur. Sjansen. Maar ik ben het niet meer gewend om tot zes uur in de kroeg te staan. De meeste dagen ga ik het liefst al om tien uur naar bed. Sinds deze week heb ik opeens last van hartkloppingen.

LINDA

Op LINDA.nl schreef ik een jaar elke week een column over mijn scheiding. Ik wilde dat om dezelfde reden doen als waarom ik dit boek wilde schrijven: als ik met het leven zit, dan is mijn eerste reflex om daar iets moois van te maken. Het was niet alleen maar dramatiek, die stukjes waren een opmaat naar iets beters. Omdat het over de werkelijkheid ging, dachten mensen dat ik alles vertelde en dat ze precies wisten hoe ik die scheiding meemaakte. Maar het was natuurlijk ook een romantisering, ik heb uitgekozen wat ik kon gebruiken.”

Schoonheid van het leven

„Voor mijn ex was die column best heftig. We hebben het erover gehad, en ik zei: als je het niet wilt, stop ik er mee. Maar zij kon het niet aan om mij tegen te houden. Het is laf dat ik de keuze bij haar neerlegde, maar ik wilde doorzetten: ook omdat ik het gevoel had dat ik heel liefdevol over haar schreef. En misschien wilde ik dingen aan haar uitleggen. De mens is soms grillig. Net als Tom die zich laat pijpen in het park: soms doe je dingen waarvan je niet weet waarom. Daar verzin je dan het liefst meteen weer een heel afgebakend verhaal omheen. Maar heel eerlijk gezegd, weet ik niet precies waarom ik die column wilde schrijven. Na een jaar was de heftigheid eraf, de drang was weg. Toen ben ik gestopt. Ik wil schrijven over waar het wringt. Want de schoonheid van het leven zit vaak in dat soort momenten. De liefde en de kracht van ons gezin, in hoe we elkaar nu zo mogen, en hoe we ons best doen. Dat je begrip voor elkaar moet hebben, en dat het zo schitterend is als dat lukt.”

Vaderschap

„Ik heb twee jongens van vijf en acht. Als ik érgens over kan blijven schrijven, is het over hen. Daar zit het leven zo in geconcentreerd. Die mannetjes die mensen worden, die langzaam onzekerheden en jaloezie gaan kennen. Die kwetsbaarheid, man. Die humor ook. Of de driftbuien van mijn oudste, zijn enorme woede. Dan probeer ik hem uit te leggen dat hij dat niet moet doen, en vervolgens sta ik zelf woedend met een vervelend dekbed in mijn handen te schreeuwen.”

Twister

„Of ik ga zaterdagmiddag samen met mijn oudste skaten in een nieuwe hal in Eindhoven en daar avondeten, de jongste is naar een kinderfeestje. We hebben er allebei echt zin in. Maar dan komen we daar aan en blijkt het hartstikke druk te zijn. Binnen een kwartier zegt hij: ik wil niet meer. We kunnen niet nu al stoppen, zeg ik dan, want ik vind dat ik consequent moet zijn, maar eigenlijk vind ik het zelf ook te druk. Terwijl ik chagrijnig doorskate, staat hij langs de kant met die helm op zijn hoofd en een pruillip. Als we niet veel later in de hippe foodhal ernaast zitten – veel te vroeg voor het avondeten – wil hij een Twister; een uitgetrokken, gefrituurde aardappel op een stokje. Hij moet die van mij zelf kopen. Dat wil hij niet. Een lange discussie volgt over waarom hij dat moet leren. Vervolgens bestelt hij de aardappel zelf terwijl ik vlak achter hem sta. Dan hebben we een leuke middag, maar overal is strijd. Ik ben met mezelf aan het vechten, met hem en hij met mij. Hij heeft op dat moment ook een hekel aan zijn vader. Gelukkig zijn kinderen net goudvissen. Het enige wat hij zich achteraf nog kan herinneren is die Twister. Dat was zo lekker, pap, zegt hij dan.”