Geef ze reden om te leven, niet om te sterven

Kinderen van immigranten moeten minder ontvankelijk worden voor de verleiding van de heilige oorlog. Geef ze werk, verwelkom ze op school. Laten wij ze idealen geven, betoogt Ian Buruma.

Op de cover van het februarinummer van Dabiq, een maandblad van IS, prijkt een foto van een jonge Belg, Abdelhamid Abaaoud, alias Abu Omar Soussi. Hij staat daar, hartelijk lachend, in legerkledij en met een machinegeweer, en is duidelijk tevreden met zichzelf. Abu Umar is het vermoedelijke brein achter de moordpartijen in Parijs. Deze week werd hij gedood in een vuurgevecht met de Franse politie.

Veel op deze foto doet me denken aan een eerdere revolutionaire massamoordenaar, Carlos Ramírez Sánchez, ook bekend als de Jakhals, die nu is opgesloten in een Franse gevangenis. Beiden stralen hetzelfde theatrale machismo uit, hetzelfde ogenschijnlijke plezier in revolutionair geweld. In de jaren ’70 en ’80 was de Jakhals verantwoordelijk voor diverse bloedige aanslagen, onder meer in Parijs, en voor ontvoeringen, in naam van het Palestijnse volk en de wereldrevolutie.

Abu Omar voerde een nieuw soort revolutie, hij streed voor een denkbeeldig islamistisch kalifaat. Dankzij internet verspreidt zijn vorm van revolutionair geweld zich veel sneller dan mogelijk was in de tijd van Carlos de Jakhals. Maar in beide gevallen zien we de combinatie van een revolutionair ideaal en dodelijk narcisme: moorden is sexy.

Jonge mensen zijn altijd gevoelig geweest voor grootse idealen. De belofte van macht, gemeenschap, een doel in het leven en een einde aan de frustraties van het dagelijks bestaan, is aantrekkelijk. Het is niet moeilijk voor te stellen waarom de heilige oorlog van IS, gepropageerd op talloze sites en social media, aanhangers trekt. De Jakhals vond ook bijval onder mensen die droomden van een revolutie tegen wat zij zagen als de verrotte, materialistische, imperialistische, fascistische, racistische, Westerse orde.

Maar al zijn machtsvertoon ten spijt was de Jakhals geen vertegenwoordiger van een beschaving, religie of zelfs van een coherente politieke ideologie. Hetzelfde geldt voor Abu Omar. Hij noch Carlos komt uit een arme of onderdrukte familie. Integendeel, Abu Omar genoot een opleiding op een nette school in Brussel, en toen pas ontspoorde hij – eerst naar het criminele circuit en vandaar naar de politieke jihad.

Het is nog niet duidelijk hoe hij is bekeerd. Maar hij was zeer zeker een aanhanger van een extreme – en in feite moderne – vorm van religieus fanatisme. Dit heeft natuurlijk ‘iets te maken met de islam’. Maar ik denk niet dat we mensen als Abu Omar beter leren begrijpen door de koran of de hadith zorgvuldiger te bestuderen, net zo min als we de bloeddorst van Carlos zomaar kunnen herleiden tot Das Kapital. Of zij nu handelen in naam van religie of een seculier doel, moorddadige revolutionairen worden vaak bezield door een cultus van de dood. Hoewel jihadisten – en sommigen van hun critici – dit wel graag claimen, is dit niet de essentie van islam, of ‘de ware islam’.

Het is absurd om, zoals de Amerikaanse aspirant presidentskandidaat Marco Rubio onlangs deed, te spreken van een botsing tussen beschavingen. Dat zou inhouden dat het Westen een heilige oorlog moet ontketenen tegen de islam, en dat zou in de kraam van IS en andere revolutionaire jihadisten passen. In zijn oorlogsverklaring tegen IS was François Hollande genuanceerder. Maar ook zijn woorden sloegen de plank enigszins mis. Je kunt de oorlog verklaren aan een staat, maar niet aan een tactiek (‘terrorisme’) of een revolutionair doel. IS heeft weliswaar land bezet, maar is daarom nog geen staat.

Misschien is het een goed idee voor Westerse strijdkrachten om die bezette gebieden te bombarderen. Maar bommen zullen de bloedige bekoring van revolutionaire islam voor lieden als Abu Umar niet doen slinken. Integendeel; het bevestigt wat zij toch al denken, namelijk dat zij in oorlog verkeren met het Westen.

De kracht van een beweging als IS is de haast ongrijpbare souplesse. Ze kan overal opduiken: in gefaalde staten in Afrika, te midden van burgeroorlogen in het Midden-Oosten, overal waar de gevestigde orde is vernietigd en misdadige of revolutionaire bendes de macht grijpen door middel van terreur. Hier verdrijf je ze met bommen, daar komen ze weer op. Vandaag Raqqa, morgen Tsjaad.

Maar al zou je met bommenwerpers IS hier en daar kunnen verpletteren, dan zou die cultus van de dood nog niet verdwijnen. De moordaanslagen in Amsterdam, Madrid, Londen, Brussel en Parijs komen voort uit een dodelijke link tussen misnoegde of gewoon verveelde jongeren in Europa en levensgevaarlijke ideologieën die zijn ontsproten aan conflicten in het Midden-Oosten. Zolang die link bestaat, is er geen oplossing voor het probleem.

Europa poogt al geruime tijd agressieve islamistische websites aan banden te leggen, maar dit lukt moeilijk. Tenzij we bereid zijn op Chinese wijze censuur toe te passen, en zelfs de Chinese regering lukt het niet om internet volledig te controleren. Bovendien heeft Europa geen autoritaire centrale staat. En dat is misschien maar goed ook.

Wat over blijft is een strategie om jonge mensen, en met name de zonen en dochters van immigranten, minder ontvankelijk te maken voor de verleiding van de heilige oorlog. De Franse islamkenner Olivier Roy pleit voor een Europese islam, dat wil zeggen islam onder de hoede van Europese imams, en niet van mensen die uit Turkije of het Midden-Oosten worden geïmporteerd. Het betekent ook dat mensen die Ahmed of Fatima heten gemakkelijker werk zouden moeten krijgen, een probleem dat vooral speelt in landen als Frankrijk met veel rigide bepalingen en een relatief gesloten arbeidsmarkt. En het betekent een betere integratie van minderheden op school. Niets van dit alles zal onmiddellijk gevolg hebben. Maar het is een noodzakelijk proces dat niet wordt bevorderd door ferme oorlogstaal en meer militaire interventies in het Midden-Oosten. We weten waarom een gevaarlijke minderheid van jongeren bereid is om te sterven. Wat zij nodig hebben, is een betere reden om te leven.