Gas, vertrouwen en ’t stukgaan der dingen

De decennialange gaswinning in Groningen en de daaropvolgende aardbevingen zijn een fascinerend voorbeeld van hoe wetenschap, bedrijfsleven, politiek en maatschappij samenwerken en op elkaar reageren. Die interactie pakt hier niet al te best uit. Vooral de manier waarop het verantwoordelijke ‘bolwerk’ van NAM, EZ en de onderzoeksinstituten (Staatstoezicht op de Mijnen, TNO en KNMI) dachten dat het wel mee zou vallen met die aardbevingen. Grote inkomsten tegen geringe gevaren vormden waarschijnlijk het ideale slaapmiddel, een mooi staaltje van groupthink en financiële belangen. Als de Groningse bevolking en hun huizen beter waren voorbereid op wat - weten we nu - onvermijdelijk zou komen, was er nu veel minder burgerlijke onrust in het Noorden.

Inmiddels is de inhaalslag in de wetenschap (en de politiek) in volle gang. En daarover gaat het stuk van Marcel aan de Brugh verderop in deze bijlage. Want wat gebeurt er eigenlijk met een Nederlands huis dat gaat schudden? Waar vroeger Nederlandse bouwers hooguit geïnteresseerd waren in verzakkingen en overstromingen, is er nu een heel nieuwe tak van schudonderzoek aan het ontstaan, met dank aan de Italianen natuurlijk. Het is een flinke geruststelling dat de Groningse muren eigenlijk best stevig gemetseld zijn.

Tenminste, tot op zekere hoogte. Het is intrigerend om te zien hoe kleine veranderingen in het metselwerk van doorzonwoningen leiden tot grote veranderingen in stevigheid. Gebruik van grotere kalksteenelementen (zonder vertanding op de hoeken) maakten de huizen in de jaren tachtig ineens veel zwakker. Waarom zijn die grotere stenen gebruikt? Dat is nog niet duidelijk, maar de reden laat zich raden. Mode zal het wel niet geweest zijn, ongetwijfeld was het goedkoper. En als de grond niet onverwacht was gaan schudden, dan had het ook niks uitgemaakt. Nu wel. Soms is een extra marge helemaal niet verkeerd. Maar die les hebben we ook al geleerd uit de financiële crisis, toen de banken op hun grondvesten schudden.