Column

Europese burgers moeten de oplossing brengen

Franse schoolkinderen worden bewaakt door politieagenten met honden. Tijdens een tussenuur mogen ze het schoolterrein niet af. Deze week hebben ze ook training gekregen over wat je doet bij een terreuraanval: op de grond gaan liggen en een potlood tussen je tanden klemmen, zodat je het niet uitschreeuwt.

Als wij willen zorgen dat Europese kinderen niet te vaak op potloden hoeven bijten, moeten we het jihadisme of radicale islamisme bij de wortel aanpakken. President Hollandes oorlogsverklaring kan niet enkel bestaan uit het bombarderen van IS trainingskampen. Daarmee schakel je misschien een aantal jihadi’s uit, maar de motivatie van de rest zal alleen maar toenemen. Bijna vijftien jaar lang, sinds 9/11, proberen wij de Arabische wereld militair te ‘disciplineren’. Veel Europeanen denken dat wij de regio daarmee van gruwelijke dictators af helpen. Dat we de democratie introduceren, de seculiere oppositie steunen. En dat dit alles, in naam van de mensenrechten, gerechtvaardigd is en daarginds ook gewaardeerd wordt. Maar de conclusie is onontkoombaar: wat wij daar doen, maakt de chaos alleen maar groter. Daar, en in Europa zelf.

Waarom wordt iemand een jihadi? Wie in de regio gewoond heeft en families en milieus van Palestijnse zelfmoordenaars kent, weet dat dit niets met islam te maken heeft en alles met maatschappelijke en politieke frustratie. Velen die zichzelf in Israël hebben opgeblazen, voelden zich vooral aan alle kanten vernederd: door Israëlische bommen en strip searches bij checkpoints, door wanbeleid en nepotisme van de Palestijnse autoriteit, en doordat de grootmachten ernaar kijken en er – ondanks hun messianisme over de rule of law – niets aan veranderen. Israël, dat het dilemma van de schoolkinderen met de potloodjes al langer kent dan wij, reageert met alsmaar méér repressie. Het gevolg is dat Hamas en Islamitische Jihad, die twintig jaar geleden extremistisch waren, nu tot de gematigde krachten in Palestina horen. Die twee organisaties hebben de aanslagen in Parijs veroordeeld. Het veel radicalere Al-Nusra staat kennelijk op het punt Gaza van hen over te nemen.

Europa moet hiervan leren. De jongens uit Molenbeek en andere banlieus hebben exact dezelfde motieven en tactieken. Ze komen uit een gediscrimineerde groep, zitten met hun kop tegen het plafond. Ze zoeken naar de zin van het bestaan. Eerdere generaties zochten heil bij het marxisme of pan-Arabisme. Van de eerste generatie islamisten – het eerste niet-westerse -isme – had het merendeel een marxistisch verleden. Zij schudden vrouwen de hand als andere broeders even niet keken. Een van de Parijse terroristen was eigenaar van een café waar drank werd geschonken en drugs werden verhandeld. Natuurlijk. Een Belgische politieagent zei tegen Die Zeit: „Deze lui waren allang radicaal voor ze religieus werden.” Velen zaten in straatbendes, pleegden kleine criminaliteit. Eerst haten ze de politie, dan de staat. Radicalisering volgt in de gevangenis. Ideologie geeft gemarginaliseerde, gekrenkte mensen een gevoel van almacht.

Met bombardementen op Raqqa verhelp je dit niet. De Israëlische militaire historicus Martin van Creveld raadt generaals en ministers van Defensie al twintig jaar aan soldaten om te scholen tot politieagenten en spionnen. ‘Oorlog’ was vroeger: twee legers tegenover elkaar. Maar in een ‘low-intensity conflict’ bereikt een klassiek leger niets. Je moet achterbakken controleren, probleemwijken infiltreren.

Maar vooral ook ligt er een immense taak voor Europese burgers. Als wij niet willen worden zoals Israël, dat in een permanente staat van angst, hysterie en escalatie leeft, moeten wij alles doen om dat gevoel van marginalisatie weg te nemen. Dáár ligt de wortel van het probleem. Zolang Jan negen keer méér kans heeft om voor een sollicitatiegesprek te worden uitgenodigd dan Ahmed, doen wij niet genoeg aan de bestrijding van radicale islam.