Een gesloten wereld

Jan Banning fotografeerde vijf jaar lang de rechtbanken en gevangenissen in vier verschillende landen. „Ik wil je als kijker in verwarring brengen.”

Centre Penitentiaire de Lille-Annoeullin, Frankrijk (2013). Foto Jan Banning

‘Ik heb ooit zelf iets gedaan waarvoor ik in de bak had kunnen komen. Nee, ik zeg niet wat. Is niet gebeurd, maar het had ook net anders kunnen lopen.” Misschien, zegt fotograaf Jan Banning, heeft hij daarom een verhoogde interesse voor de impact van straf en vergelding op de maatschappij.

Daarover gaat zijn nieuwste boek waar hij vijf jaar aan heeft gewerkt, Law & Order, dat vandaag wordt gepresenteerd in De Balie in Amsterdam. Banning kreeg al brede bekendheid met fotoprojecten als Bureaucratics, een reeks portretten van papierschuivers in een groot aantal landen, Down and Out in the South, over daklozen in het zuiden van Amerika, en Troostmeisjes, portretten van Indonesische vrouwen die in de oorlog tot prostitutie werden gedwongen.

Voor Law & Order heeft hij zich verdiept in het strafrecht in vier verschillende landen: de Verenigde Staten, Frankrijk, Colombia en Oeganda. Hij heeft gefotografeerd in rechtbanken, politiebureaus en gevangenissen. Het kostte jaren om toegang tot de Franse gevangenissen te krijgen; Oeganda daarentegen was heel transparant en toegankelijk.

Het boek is een mengeling van wetenschap, journalistiek en kunst, in dit geval het „emotionele medium” van fotografie. „Ik wil je als kijker in verwarring brengen en je daardoor aan het nadenken zetten.”

De Amerikaanse gevangenissen zijn steeds meer tot strafkampen verworden, zegt hij, dichtbevolkte vestingen van beton en roestvrij staal. Die van Colombia zijn uitpuilende varkensstallen waar de doorgewinterde misdaadbendes tot ver buiten de muren hun cultuur van geweld verspreiden.

Banning is door dit project erg in de war geraakt over de rol van de staat, zegt hij. „Ik ben milder gaan denken over het bestaansrecht van de staat in abstracto, maar over de manier waarop daar invulling aan wordt gegeven, voel ik grote scepsis. Zo worden in Amerika aanklagers gekozen, maar daardoor zijn ze erg gevoelig voor de publieke opinie, ze moeten wel tough on crime zijn. In de jaren dat er verkiezingen zijn worden er ook meer doodstraffen uitgesproken.”

Onthutsend vond hij de rol van internet in het proces van maatschappelijke vergelding. „Over het strafrecht kun je je twijfels hebben, maar het is tenminste het resultaat van democratische wetgeving. Maar daarna worden mensen die hun straf al hebben uitgezeten, nóg een keer gestraft doordat hun gezicht en vaak hun hele verhaal op het volstrekt niet-democratische internet staat. Ze krijgen geen huis, geen baan.”

Banning (61) is alweer bezig met een volgend veelomvattend project: de erfenis van de communistische droom. „Na ’89 is het in de meeste landen, ook in Oost-Europa, als sneeuw voor de zon van het neoliberalisme verdwenen, maar in landen als Portugal, Nepal en Italië vind je er nog sporen van. Mijn werk heeft altijd een politieke dimensie gehad, maar die wordt met de jaren steeds uitgesprokener.”