Drie onjuistheden in Roeps tirade tegen proefdieronderzoek

‘Diermodellen van auto-immuunziekten zijn van onschatbare waarde geweest voor de ontdekking van de belangrijkste immuunprocessen, inzicht in basale ziektemechanismen en het ontwerp van mogelijke geneesmiddelen.’

Aldus een artikel in Nature Medicine (2012) geschreven door Prof. Bart Roep (LUMC).

Deze woorden staan haaks op de uitspraken van diezelfde prof. Roep in een interview getiteld ‘Een labmuis leert ons bijna niks over onszelf’ (Wetenschap, 14/11). Onderzoekers Bart Roep en Harald Schmidt geven in dit artikel aan dat ‘er van alles rammelt’ aan proefdieronderzoek, en prof. Roep gaat nog een stap verder door te spreken over ‘de grootste leugen in de biomedische wetenschap’ en collega proefdieronderzoekers aan te duiden als ‘de lobby’ en ‘proefdiermaffia’.

Zo zou proefdieronderzoek ‘slecht uitgevoerd worden’ waardoor de farmaceut Bayer slechts ‘twee van de tien beschreven dierexperimenten kan reproduceren’. Die opmerking is echter niet juist want het gaat in de betreffende studie niet specifiek om dierexperimenten. Daarnaast zouden we vanwege de vele mislukte trials ‘de experimenten in muizen net zo goed kunnen overslaan, en vervangen door het opgooien van een muntje’. Dat zou ook nog eens veel geld besparen. Die opvatting is ook pertinent onjuist. Misleidende resultaten in muizen zijn zeker niet de voornaamste oorzaak waardoor trials mislukken. Ten eerste is slechts een beperkt deel van de trials gebaseerd op dierproeven (een kwart van de trials in het veld van neurologische aandoeningen). Ten tweede leiden veel klinische trials tot niets omdat ze te slecht uitgevoerd zijn om iets met zekerheid te concluderen (onze eigen studie liet zien dat tenminste twee derde van de onderzochte trials ernstige methodologische fouten bevatten).

Het argument dat we door het overslaan van dierexperimenten veel geld kunnen besparen is ook onjuist. Een klinische trial is ruim 100 maal duurder dan een onderzoek in muizen. En van alle stoffen die werkzaam zijn in een celkweek werkt slechts een heel klein percentage ook daadwerkelijk in muizen. Een test in muizen bespaart dus niet alleen heel veel geld, maar beschermt de patiënt ook voor onnodige trials en voor potentieel toxische stoffen.

Hoe kan prof. Roep na zo’n ode aan dierexperimenteel onderzoek tot zulke uitspraken in het NRC komen?