De neerkijker is zó zilverig dat hij rap in het niets verdwijnt

Foto Erich Schlegel

Neerkijkers (Selene vomer) zijn zo zilverig dat ze bedekt lijken met aluminiumfolie. Hier zwemt een school bij een olieplatform voor de Texaanse kust. Veel vissen van open zee zijn zo zilverig, dat ze al een paar meter onder het zeeoppervlak in het niets verdwijnen. Vanwege die eigenschap bestudeert een team van zes Amerikaanse universiteiten zilverige vissen, met geld van de marine. Het project kan inspiratie bieden voor „een supermateriaal dat optimaal camoufleert onder alle kijkhoeken”, schreven de onderzoekers vorig jaar in een rapport voor hun subsidiegever.

De zilverigheid wordt versterkt doordat de vissenhuid de polarisatie van het licht verandert. Die conclusie trokken de onderzoekers, aangevoerd door Molly Cummings en Parish Brady van de University of Texas, donderdag in Science. Lichtpolarisatie is een eigenschap van lichtgolven. Lichtgolven vibreren, ietwat als trillende snaren. Als ze niet in alle richtingen trillen, maar selectief, is het licht gepolariseerd. Voor mensen is lichtpolarisatie onzichtbaar, maar veel vissen zien het wel.

De oceaan is „een van de meest gepolariseerde omgevingen waarin een dier kan leven”, lichtte Brady toe in een filmpje bij de studie. Die polarisatie varieert met de plaats van de zon aan de hemel.

Twee vissen van open zee, de neerkijker en de marsbanker (Selar crumenophthalmus), blijken licht zo te reflecteren dat de lichtpolarisatie ietwat matcht met die van de omringende oceaan – in ieder geval beter dan een gewone spiegel. Het team onderzocht dat in zee bij Florida en Curaçao, met een ingewikkelde onderwater-opstelling. Daarin werden vissen vastgezet tegen een spiegel en vanuit alle hoeken gefilmd. Guanineplaatjes in de huid van de vissen, die voor de spiegeling zorgen, zijn zo gerangschikt dat ze de lichtpolarisatie sturen.