De eeuwige jeugd, dankzij dat ene liedje

Armand (1946–2015) Stem van de hippiebeweging wilde de wereld veranderen met zijn dwarse ideeën gevat in Nederlandstalige liedjes.

Protestzanger en Nederpopicoon Armand is gisteren op 69-jarige leeftijd in een ziekenhuis in zijn geboorteplaats Eindhoven overleden. Met Ben Ik Te Min vestigde hij in 1967 zijn naam als protestzanger, snerpend op zijn mondharmonica en feller en directer dan Nederlands popmuziek tot dan toe geklonken had. Met liedjes als Blommenkinders en Zoek Je Zo Eenzelfde Verschijnsel Mens werd Armand de stem van de hippiebeweging, met onopgesmukte folkrock die zich losmaakte uit de cabaretsfeer van Nederlandstalige pop in de jaren zestig.

Armand, artiestennaam van Herman van Loenhout, begon als Engelstalig zanger maar liet zich door Jaap Fischer en Peter Koelewijn inspireren om in zijn eigen taal te gaan zingen. Ben Ik Te Min was de B-kant van zijn tweede single Een Van Hen Ben Ik. Radio Veronica maakte er een hit van en met zijn tegen de gevestigde orde gerichte tekst werd Armand beschouwd als het Nederlandse antwoord op Bob Dylan. Zijn leven lang bleef hij trots op de rol van protestzanger: „Zolang er van alles niet deugt in de wereld is muziek te belangrijk om weg te gooien aan liefdesliedjes.”

Popmuziek is het enige buitenparlementaire middel dat de wereld kan veranderen, zei hij over nummers als Dat Is Juist de Pest! en Boeren, Burgers en Buitenlui, die zijn dwarse ideeën verkondigden. Armand zong vaak over de vreugde van het blowen en de voordelen van frequent gebruik van cannabis. Ik Heb ’t Gevonden roemde het effect van een waterpijp. In 1972 werd het zijn lijflied: „Het is zo fijn om heerlijk stoned te zijn.”

Hoewel zijn hitsucces snel over was, bleef Armand zich roeren met kleurrijke langspeelplaten als Rue de la Paix, Een Beetje Vriendelijkheid en Tintels Voor de Mensen, waarvan hij zelf de bonte hoezen bij elkaar plakte en tekende. Nadat platenmaatschappij Philips had geweigerd het nummer Lijpe Harrie uit te brengen, stapte hij over naar Johnny Hoes die hem koppelde aan producer Bertus Borgers. Met zijn bewerking van de Turkse popsong Ne Haber Arkadastar nam hij het op voor gastarbeiders, „met hun Turks programma op de Duitse buis”.

In 1981 speelde hij in op de demonstratie tegen kruisraketten met Liever een Rus in de Keuken (Dan een Raket in de Tuin). In 1990 brak hij met de gevestigde platenindustrie en begon hij zijn platen thuis op te nemen: „De beste nummers maak je tussen de soep en de piepers.” Hij leefde van concerten in steeds kleinere zalen, waar hij in eigen beheer geproduceerde albums als het driedubbele Mooie Woorden aan de man bracht. Optredens van Armand werden onemanshows met hilarische monologen en dwarse levenswijsheden: „Een man is zo oud als de chick die hij neukt.”

Nieuwe waardering kreeg Armand toen hij in 2011 verscheen in het tv-programma Ali B. op Volle Toeren. Beatgroep The Kik nam een nieuwe versie op van Want er is Niemand en nodigde de zanger uit voor het gezamenlijke album Armand & The Kik dat afgelopen zomer verscheen. Het bevat overwegend herbewerkingen van minder bekend repertoire, zoals Fuck the Blues, dat de grauwe eenvormigheid van veel bluesmuziek hekelt. Bij een gezamenlijke tournee in september dit jaar kondigde bandleider Dave von Raven hem elke avond aan als „misschien wel de grootste legende uit vijftig jaar Nederpop”. Met zijn grote bos hennahaar werd Armand het stralende middelpunt van een viering van zijn betekenis voor de Nederlandse popmuziek.

Ben ik te Min bleef hij bij elk optreden zingen, volgens Von Raven steeds alsof het de eerste keer was. Armand was trots op zijn grootste wapenfeit. Hij speelde zijn vrijbuiterslied weliswaar wat kalmer, maar nog altijd met de intentie om de wereld te verbeteren. Met zijn mondharmonica als een snerpende echo uit de jaren zestig bezong Armand de eeuwige jeugd, die hij dankzij dat ene liedje voor altijd zal behouden.