Coalitie tegen IS: wie doet er mee?

Geen land loopt echt warm voor de door Frankrijk gewenste coalitie tegen de „terreurfabriek” in Syrië .

Her Franse vliegdekschip Charles de Gaulle ondersteunt sinds deze week operaties tegen IS in Syrië en Irak.

Na de aanslagen in Parijs is de oorlogsretoriek niet van de lucht. De ene na de andere wereldleider zweert Islamitische Staat (IS) te zullen vernietigen. De Franse president François Hollande beloofde een „genadeloze” reactie tegen de „barbaren” van de terreurbeweging. De Britse premier David Cameron zei „onze inspanningen te zullen verdubbelen om deze giftige ideologie uit te roeien”. En de Russische president Poetin verklaarde: „We zullen ze overal ter wereld vinden en straffen”.

Hollande voegde meteen de daad bij het woord. Frankrijk voerde de afgelopen dagen de zwaarste bombardementen tot nu toe uit op Raqqa, de hoofdstad van IS in Syrië. Daarbij zouden zeker 33 IS-strijders om het leven zijn gekomen. En dat was slechts het begin. Hollande kondigde woensdag aan dat hij een „grote coalitie” wil smeden om „slagvaardig” op te treden tegen de „grootste terreurfabriek die de wereld ooit heeft gekend”.

Maar de mogelijkheden van Frankrijk zijn beperkt. De internationale coalitie onder leiding van de Verenigde Staten heeft sinds september 2014 ruim 8.000 luchtaanvallen uitgevoerd op doelen van IS in Syrië en Irak, maar het resultaat daarvan is gering. Volgens Jane’s Defense Weekly heeft de groep in de eerste zes maanden van 2015 10 procent van zijn grondgebied verloren. IS kan alleen effectief bestreden worden met een omvangrijke inzet van grondtroepen.

Geen enkel land is daar op dit moment toe bereid. Want aan een interventie kleven grote risico’s. IS is het product van tal van dieperliggende problemen in de regio, zoals groeiende haat tussen sunnieten en shi’ieten, afbrokkelend overheidsgezag, tribale loyaliteit die sterker is dan nationaal gevoel, en autoritaire leiders die vooral denken in termen van geweld.

Militair ingrijpen kan deze problemen verergeren en nieuwe creëren. Zie de Amerikaanse invasie in Irak, die de staat uitholde, de sektarische spanningen aanwakkerde en Al-Qaeda-in-Irak baarde, de voorloper van IS.

Daarvan is de Amerikaanse president Obama zich terdege bewust. Terwijl de ene na de andere Republikeinse presidentskandidaat aandringt op de inzet van grondtroepen, houdt Obama het hoofd koel. Op een persconferentie in de Turkse badplaats Antalya legde hij maandag uit dat een Amerikaanse bezetting geen oplossing is voor het machtsvacuüm in grote delen van Syrië en Irak.

„Obama heeft de notie dat hij IS gaat vernietigen grotendeels opgegeven”, zei de prominente Syrië-expert Joshua Landis vorige week in een ontnuchterend interview met de Russische zender RT. „Hij voert een zeer beperkte contraterreurcampagne. Hij probeert IS in te dammen en zwak genoeg te houden zodat de groep geen Amerikanen kan doden en Jordanië en andere buurlanden kan destabiliseren.”

Plicht om hulp te bieden

Hollande weet dat Obama ervoor waakt Amerikaanse militairen opnieuw een oorlog in te sturen in het Midden-Oosten. Daarom heeft hij de NAVO deze week niet gevraagd om artikel 5 van toepassing te verklaren, zoals na 9/11 gebeurde. Want dat zou de andere lidstaten verplichten om Frankrijk te hulp te schieten. Een Franse diplomaat zei tegen The New York Times dat Frankrijk Obama niet „om het onmogelijke wilde vragen”.

Om zich toch te verzekeren van internationale steun, wendde Hollande zich tot de Europese Unie. Hij verwees naar een artikel in het Verdrag van Lissabon, de grondwettelijke basis van de EU. Dat stelt dat als een lidstaat wordt aangevallen „andere lidstaten de plicht hebben op alle mogelijke manieren hulp te bieden”.

De lidstaten waren unaniem in hun steun voor Frankrijk, maar dat zal weinig concreets opleveren. Het aandeel van Europese landen in de strijd tegen IS is beperkt en daar lijkt geen verandering in te komen. Het geschipper van de Britse premier Cameron is in dit verband tekenend. Hij twijfelt om de luchtaanvallen uit te breiden naar Syrië. Nu is de Britse luchtmacht alleen boven Irak actief. Na de aanslagen in Parijs beloofde hij de kwestie aan het parlement voor te leggen, maar hij is alleen bereid tot luchtaanvallen op Syrië als er een „duidelijke meerderheid” is.

Hollande heeft zijn hoop nu gevestigd op samenwerking met Rusland, dat begin oktober een luchtoffensief lanceerde in Syrië. Het Russische machtsvertoon heeft tot grote spanningen geleid met de VS, die Moskou ervan beschuldigen de strijd tegen terrorisme te gebruiken als dekmantel om het Syrische regime te steunen. Ook daarom heeft Hollande de NAVO niet ingeschakeld: gezien de Russische weerzin tegen de alliantie had Moskou dat kunnen zien als een provocatie.

Hollande werpt zich op als bemiddelaar tussen de VS en Rusland. Hij zei dat ze hun meningsverschillen over Syrië terzijde moeten schuiven. Volgende week reist hij naar Moskou en Washington voor overleg. De vraag is of dit iets gaat opleveren. Obama zei vorig weekend in Turkije dat hij openstaat voor meer samenwerking met Rusland, maar dan moet Moskou eerst de luchtaanvallen tegen rebellen die door de VS worden gesteund verminderen, en die tegen IS opvoeren.

Behalve de VS, Rusland en Europa zijn er nog andere landen betrokken bij de oorlog in Syrië. Maar geen van alle ziet de strijd tegen IS als prioriteit. Turkije doet voor de vorm mee aan de luchtaanvallen tegen IS, maar maakt zich vooral zorgen over de opmars van de Koerden. Iran is erop gericht zijn bondgenoten in Bagdad en Damascus in het zadel te houden. En Saoedi-Arabië en de Golfstaten zien Assad als een grotere vijand dan IS en voeren door hun oorloginspanningen in Jemen nauwelijks nog bombardementen uit boven Syrië en Irak.