Bolwerk van gezelligheid

In december willen we binnen zijn. Doen we daarna wel weer kosmopolitisch. 

Illustratie: Jenna Aarts Illustratie Astrid van Rooij

Het beste is als het ijskoud is in december. Het een na beste is als het buiten regent. Want in december willen we binnen zijn. Misschien even naar buiten rennen om koud of nat te worden en dan, mmm!, weer terug, weer thuis waar het ruikt naar zelfgemaakte saucijzenbroodjes, waar op het fornuis een stoofschoteltje tevreden staat te brommen, waar soep in de ijskast de geruststellende mededeling doet dat we straks, als we trek hebben, direct iets hartigs, smakelijks en toch groenterijks kunnen eten.

Om een of andere reden is het erg aantrekkelijk om zich december zó voor te stellen: een huis waarin mensen aanwezig zijn die hun bezigheden hebben en af en toe bij elkaar komen of met elkaar iets doen – een wandeling maken door de kou of de grijzigheid en dan hongerig binnenkomen, een puzzel leggen en daarbij best een stukje banket willen, een boek lezen met een chocoladeletter onder handbereik.

In allerlei opzichten is het een onzinvoorstelling, want december is gewoon een maand vol werkdagen en geen reuzenvakantie, en ook hebben we helemaal niet allemaal huizen vol mensen, laat staan dat de groepjes ‘onverwachte gasten’ aan de deur kloppen waarop in bladen en kookboeken vaak zo hartelijk gerekend wordt.

Het idee van zulke onverwachte gasten die royaal onthaald zouden worden, is wel bijkans onweerstaanbaar, je ziet helemaal voor je hoe het dan gaat: ze komen voor koffie en toevallig heb je daar heel aantrekkelijke zelfgebakken koekjes bij en daarna schenk je een glaasje, het is immers zondag en bij dat glaasje heb je een hapje en dan gaan we even wandelen en ach, iets lunchen is nu toch ook wel aan de orde en alweer verschijnt daar iets waar die gasten in hun stoutste dromen nog niet op hadden durven rekenen, en zoemend en tevreden gaan ze weg. De gastvrouw of -heer is zelf ook voldaan en kan nu met een gerust hart op de bank plaats nemen met een boek. Strakjes een gezellige film. Klein hapje erbij…

In het echt gebeuren zulke dingen nauwelijks want iedereen zit tjokvol afspraken en geen mens haalt het in zijn hoofd om onverwachts voor een deur te gaan staan waarachter zich mogelijkerwijze een tot het kookpunt gestegen decemberstress afspeelt, met overspannen schreeuwende (klein)kinderen, speelgoed door het hele huis, jonge ouders die niet reageren want op iPads kijken, kinderen die zonder koptelefoon YouTube doorspitten, keukenprinsen die woedend een geschifte mayonaise door de gootsteen trachten te spoelen, geërgerde afwassers die geen schoon plekje meer vinden, brullende wasmachines vol logeerlakens en straks komen ook nog X en Y.

Enfin. Onlangs ontdekte ik in mijn vriezer nog de feestelijke pasteitjes die ik had gemaakt voor de mogelijke onverwachte gasten van vorig jaar…

Maar ook wie geen horden verwacht, keert zich vaak in december naar binnen. Het is de maand om het huis te versieren, om kaarsen aan te steken, lichtjes te plaatsen, speculaasgeur te veroorzaken. Men verzint een cadeautje voor iemand ver weg en ritselt gezellig met cadeaupapier, men schrijft een raar gedicht, men besluit zichzelf eens te verwennen met een bewerkelijk recept, een boek dat veel tijd vraagt, muziek die niet in een keer te doorgronden is, maar we nemen de tijd. Het is immers december.

Ja, ja, ja, dat is allemaal reuze burgerlijk. Maar als er één maand is die smeekt om burgerlijkheid, is het december. Dan doen we later wel weer kosmopolitisch.

Dus we leggen de kookboeken klaar en bereiden ons voor op onverwachte en verwachte gasten, op onverwachte en verwachte snoeplust, op urenlang lezen of een kerstfilm met pauze waarin: „Kijk, dit had ik nog in de oven/ de ijskast/ de voorraadkast!”

Eindelijk zijn we die goddelijke huisvrouw m/v.