Column

Bijschenken

Zinnige dingen zeggen. Even iets bedenken dat hout snijdt, iets waar iemand iets aan heeft, al was ik het zelf maar. Lastig. Het meest zinnige dat ik kan bedenken is ‘Wie mag ik bijschenken?’ Sommige mensen lijken troost te vinden in lukraak klanken uitstoten. Gewoon geluid maken en daar geanimeerd bij kijken, of ernstig. Spottend kan natuurlijk ook, want dat wil iets, dat anders zo vervlogen is, nog weleens de illusie van gewicht geven.

Je probeert wat.

Hoewel ik laconiek achteroverhangen met de wenkbrauwen in standje ‘geveinsde verbazing’ ook wel een mooie reflex vind. Ik begrijp wel dat het misschien even geruststelt, de trillingen van de eigen stem. Als er echt niemand meer normaal kan doen dan doe ik zelf wel normaal, zoiets. En wanneer je dan je best doet om tijdens het praten niet naar jezelf te luisteren, verzorg je met een beetje geluk je eigen achtergrondgemurmel. En gemurmel is gezellig. Gemurmel is normaal. Laat het in godsnaam niet stilvallen, want in zo’n stilte is alles ineens zo echt, zo aan de hand. Het idee van levendigheid, gedachteloos wat knikken, en blij zijn dat de ander praat zodat je het zelf niet hoeft te do-

Oh, wacht... We doen natuurlijk maar wat. De een wentelt zich in de angst, alsof alles in gedachten alvast beleven je goed voorbereidt op het moment dat je het nodig hebt om te rennen. Maar dat is uitputtend en waarschijnlijk nog onnodig ook. De ander probeert de angst te bezweren door te proberen te begrijpen wat het nu precies is dat ons bedreigt.

Dan heb je ook nog mensen die liegen tegen kinderen. Die zeggen dat bloemen helpen tegen terreur. Was dat maar waar. Dan zaten wij goed. Niet de schuilkelders in, maar de kassen. Je in het zicht verstoppen, net als terroristen, tussen teergevoelig organisch materiaal.

Ja, bang. Dat ben ik wel. Dat mag je allemaal niet zeggen, omdat men bang is dat iedereen dan bang wordt, en nondeju, wat dan? Dus worden veel mensen maar boos.

Een paar dagen geleden passeerde ik het huis van wijlen Multatuli. In de etalage van het museum trof ik een enigszins geruststellende tekst op een T-shirt aan: ‘Niemand weet het. En zy die beweren het te weten zyn ’t onderling niet eens.’ Fijn.

En verder? Ramses Shaffy opzetten misschien. ‘We zullen doorgaan, als niemand meer verwacht dat we weer doorgaan, in een sprakeloze nacht, lalalalalalalalaa, etc’

Wie mag ik bijschenken?