Bangladesh executeert twee oppositieleiders

Dat gebeurde drie dagen nadat hun genadeverzoek door president Abdul Hamid werd afgewezen.

Ali Ahsan Mohammad Mujahid op een foto gemaakt in 2013. Foto AFP

In Bangladesh zijn zondag - plaatselijke tijd - twee oppositieleiders geëxecuteerd, zo meldt persbureau Reuters. Dat gebeurde drie dagen nadat hun genadeverzoek door president Abdul Hamid werd afgewezen.

Het gaat om Salauddin Quader Chowdhury (66), voormalig lid van de grootste oppositiepartij in Bangladesh en de islamistische oppositieleider Ali Ahsan Mohammad Mujahid (67).

De oppositieleiders werden een aantal jaar geleden door het oorlogstribunaal in Bangladesh schuldig bevonden aan oorlogsmisdaden die ze in 1971 hadden begaan. Chowdhury werd schuldig bevonden aan marteling, verkrachting en genocide tijdens de onafhankelijkheidsoorlog met Pakistan. Hij zou hebben samengewerkt met het Pakistaanse leger om mensen te vermoorden en te martelen. In totaal zou Chowdhury verantwoordelijk zijn voor 200 doden.

Demonstranten eisten doodstraf

Het oorlogstribunaal leek met de veroordelingen van Chowdhury en Mujahid de lijn van de publieke opinie te volgen. In 2013 gingen studenten de straat op om de doodstraf te eisen tegen de leiders van de islamistische partijen die terechtstaan voor het tribunaal.

NRC-redacteur Floris van Straaten schreef daarover destijds in NRC:

“Voor [veel inwoners van Bangladesh] was het onverdraaglijk dat mensen die vier decennia geleden verantwoordelijk waren voor bloedbaden nog altijd ongestraft rondlopen. Volgens onafhankelijke schattingen doodden Pakistaanse militairen, gesteund door lokale milities, zo’n half miljoen mensen. Tienduizenden vrouwen werden verkracht.”