Column

Als Rutte alleen nog Nationaal Secretaris voor Kiezersgrillen is

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: Rutte en de structuurzwakte van het moderne regeren. Ofwel: hoe het premierschap gereduceerd dreigt te worden tot Nationaal Secretaris voor Kiezersgrillen.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

En zo resteerde van het Hollandse regeren deze week nog slechts de impotente variant: alle partijen praten mee, hoe klein ook, waardoor de machthebbers bijna niets meer te zeggen hebben.

Eindeloos inspraak, minimaal resultaat. Een heel land gekluisterd aan een rampenzender in verband met de Parijse aanslagen, groeiend verlangen naar eenheid en daadkracht, en Den Haag dat op de oude voet doorgaat: lekker stoorzendertje voor de premier spelen.

Want je zou het, zeker in zo’n week, bijna vergeten: nog steeds moet het kabinet zijn uiterste best doen om volgend jaar de belasting te verlagen.

Nogal normaal beleid voor deze tijd, zou ik denken. 1.500 euro erbij voor een gemiddeld gezin. Gewonemensenbonusje om het einde van de magere jaren te onderstrepen. Het nationale zelfvertrouwen de goede kant op te nudgen.

Evengoed vrees ik dat diezelfde gewone man het lot van zijn bonusje allang uit het oog verloren is. Eerste berichten over miljardenmeevallers noteerde ik al in januari. Coalitieplannen om belastingen in 2016 fors te verlagen circuleren sinds het voorjaar.

Volgde het formele circus: kabinetsberaad, Prinsjesdag, Algemene Beschouwingen, Financiële Beschouwingen. Ten slotte het Tweede Kamerdebat over de wet zelf – het zogenoemde Belastingplan. Telkens werd het bonusje aangekondigd.

Maar toen het woensdag op stemmen aankwam, zagen we in welk wonderlijk stadium het bestel is beland. In de Tweede Kamer waren 91 leden, ruim zestig procent, vóór de verlaging – maar in kabinet en coalitie domineerde het pessimisme. Reden: als partijen over een maand in de senaat hetzelfde stemmen, is de hele verlaging van de baan.

Dus het enige wat de coalitie nu nog kan is beginnen aan het zóveelste rondje onderhandelen met de oppositie: praten, druk zetten, bluffen.

Durven de tegenstemmers uit de Tweede Kamer – D66, ChristenUnie, SGP, 50Plus, SP, Partij voor de Dieren, PVV – de gewone man dat bonusje werkelijk door de neus te boren? Dat werk.

Misschien lukt het. Maar mij lijkt dat de machteloosheid waartoe het bestel kabinetten en premiers dwingt domweg niet redelijk meer is. Is dit de bedoeling van regeren: armpje drukken met de oppositie vanuit krachteloosheid?

Maar zoals dat gaat: die belastingstemming was woensdag nog niet voorbij of een ander thema met schandaalpotentie diende zich aan. De grote Tweede Kamerfracties vaardigden elk een lid af aan de onderzoekscommissie die Stiekem-gate in handen neemt. In Den Haag zul je weinig mensen vinden die Carola Schouten (ChristenUnie) het voorzitterschap niet toevertrouwen.

Boeiend genoeg was de PVV bereid zich bij dit gezelschap nepparlementariërs aan te sluiten. Geert Wilders’ fractie vaardigde Raymond de Roon af, oud-advocaat-generaal bij het Hof in Amsterdam. Een zwijgzaam man. En iemand met een bijzonder verleden in eigen gelederen: toen hij de penningen van de fractie nog beheerde, gunde hij zijn medewerkster, met wie hij ook privé optrok, een plotselinge salarisverhoging van maar liefst 1.467 euro per maand.

Zo’n beetje het bedrag dat het kabinet nu op jaarbasis als extraatje aan de burger wil geven – met dit verschil dat De Roon dit dus maandelijks aan de medewerkster toekende. Destijds waren er PVV’ers die er bij Wilders over klaagden – maar de partijleider, angstig voor intern gedoe, liet het lopen.

Het zou me trouwens niets verbazen als die commissie iets anders wordt dan velen denken. Duidelijk is dat talrijke politieke prominenten een veel beperktere taakopdracht voor zich zien dan veel mensen verwachten.

Zij vinden het genoeg als het OM-dossier, met daarin vage aanwijzingen van lekkende fractievoorzitters uit de commissie-stiekem, zo snel mogelijk in geanonimiseerde vorm wordt doorgestuurd naar de Hoge Raad, zonder als Kamer op onderzoek uit te gaan. En niemand moet verbaasd zijn als het ook zo loopt. Met als slotsom dat het zaakje met een sisser afloopt.

Iets soortgelijks dus als het debat, donderdag, over de Parijse aanslagen. Dat was trouwens ook een wonder van inhoudelijkheid. Anders dan de vorige twee keer wist Wilders de rest van de Tweede Kamer niet te raken. Zijn moties van wantrouwen zijn zozeer een ritueel geworden dat ze alleen nog nieuwswaarde hebben als hij ze niet indient.

Intussen is nogal van belang dat de Eerste Kamerfractie van de VVD naar verwachting komende dinsdag een nieuwe voorzitter kiest; de opvolger van Loek Hermans. Geen kleinigheid: in de VVD ben je dan automatisch lid van de partijtop, die ze daar het kernteam noemen.

Bedoeling was in eerste instantie dat de biechtstoelprocedure – vertrouwelijke gesprekken waarin alle senatoren voorkeurskandidaten noemen – deze week zou plaatsvinden. Maar in de Tweede Kamer hoorde ik dat er te veel kandidaten waren, onder wie de oud-ministers Annemarie Jorritsma en Frank de Grave, zodat een vlugge verkiezing te riskant geacht werd. Nog steeds zeggen direct betrokkenen dat de uitkomst lastig te voorspellen is.

Dit is vooral ook zo belangrijk omdat, ondanks al het andere nieuws, hét politieke thema van de komende maand het lot van het Belastingplan in de senaat wordt. Dit vergt hogeschoolpolitiek voor bijna alle politiek leiders. En niet alleen omdat burgers aan het eind van de maand graag iets extra’s overhouden.

Je zult zien dat de coalitie vooral de druk op D66 opvoert. Boeiend is hierbij dat Alexander Rinnooy Kan woordvoerder van de D66-senaatsfractie is. Een man uit de polder (oud-VNO- en SER-voorzitter) die zich al langer beijvert voor uitbreiding van het lokaal belastinggebied: minder heffingsbevoegdheid voor nationale politici, meer voor lokale. Het zou zomaar kunnen dat de coalitie hem op dit punt (tentatieve) toezeggingen zal doen.

Ook wordt komende maand de vraag of CDA-senatoren wel boodschap hebben aan partijleider Buma’s eis om onderhandelingen hierover alleen in het openbaar te doen.

Zo komt zo’n beetje ieders reputatie op het spel te staan. Rutte moet zijn naam als dealmaker waarmaken. Het gezag van Buma en Pechtold als partijleider kan uitgedaagd worden.

Pechtold heeft in dit soort conflicten vaak een handicap: zijn kiezers zijn erg op de hand van het kabinet – waardoor hij ten slotte vaak met de coalitie in zee gaat. Daarom peilde Rozemarijn Lubbe van het EenVandaag-opiniepanel deze week op mijn verzoek onder ruim 1.200 D66-kiezers hoe zij vinden dat hun partij zich opstelt.

Tekenend voor de ingewikkeldheid van de kwestie is dat D66-kiezers aarzelen. Zij steunen de afwijzing van het Belastingplan door hun partij deze week (55 om 30 procent). Maar zij zijn onbeslist of dat in de Eerste Kamer ook moet: 43 procent wil afwijzing, 39 procent goedkeuring; de rest weet het niet. Verdisconteer je de foutenmarge dan houd je globaal evenveel voor- als tegenstanders over. Ergo: elke keuze is riskant voor D66.

Maar uiteindelijk staat er iets groters op het spel. Een fundamentele zaak: is het werkelijk de rol van de Eerste Kamer om plannen, waarvoor een ruime meerderheid aan de overkant is, om alléén politieke redenen af te wijzen?

Niemand zal betwisten dat de senaat dit recht heeft. Maar als de senaat de lagere belasting afwijst zonder kritiek op de kwaliteit van de wetgeving, treden we een nieuw tijdperk van mogelijke bestuurlijke chaos in: dan is het voor de twee Kamers gelegitimeerd verschillende keuzes te maken enkel omdat de één een actueler mandaat heeft dan de ander.

Willen we dat? En moet een Eerste Kamer blijven bestaan als leiders aan de overkant de stem van partijgenoten in de senaat bepalen?

In dat geval, zou ik denken, reduceren we het premierschap tot een Nationaal Secretariaat voor Kiezersgrillen.

Wijlen Anne Vondeling (PvdA) wierp ooit op wat de Tweede Kamer eigenlijk is: lam of leeuw? Hoogste tijd dat een gezaghebbend politicus nu een zelfde vraag over de Eerste Kamer stelt: kwaliteitscontroleur of politiek huurlingenleger?

Als kiezers steeds meer verwachten van kabinetten en hun premiers, kan Den Haag ze niet langer blijven marginaliseren.