Alle veen is weg, langs de Semslinie zijn geen moerassen meer

Kan je werkelijk een interessant boek maken over een rechte lijn op de kaart? Jazeker, als het een lijn is die iedere Nederlander vaag kent, maar waarover hij of zij waarschijnlijk nog nooit een seconde heeft nagedacht. Ik niet, in ieder geval.

De Semslinie is een vage anomalie uit de topografielessen. Er werd nooit naar gevraagd, maar je zag hem wel uit je ooghoek, die rare lijnrechte diagonaal ten oosten van Assen, tussen Drenthe en Groningen, waar de grens kaarsrecht langs Stadskanaal loopt.

Waarom zo recht? Het lijntje blijkt de oudste rechte grens ter wereld, getrokken in 1615 – pas in de negentiende eeuw werd zulke grenzen een enigszins normaal verschijnsel, in Afrikaanse koloniën, en bij sommige staatsgrenzen in de VS.

Ook de Semslinie was een koloniale grens, getrokken om financiële redenen door wat toen een van de grootste veenmoerassen van West-Europa was. Het was ook een staaltje vroege wetenschappelijke revolutie. In de prachtig geïllustreerde bundel 400 jaar Semslinie wordt het hele verhaal verteld, soms met de overvloed van details waarvan liefdevolle regionale historici zich nu eenmaal zelden kunnen bevrijden, maar die overdaad is zelden hinderlijk. En de snelle afwisseling van korte hoofdstukken houdt het ritme erin.

Het is vooral een spannend verhaal over de strijd die de stad Groningen voerde om greep te houden op het omringende platteland. En dat viel niet altijd mee, want er stonden grote belangen op het spel, zeker toen in de zeventiende eeuw turf de ‘brandstof van de Gouden Eeuw’ werd. Voor die tijd interesseerde het niemand waar precies in dat enorme verlaten veenmoeras de grens tussen Drenthe en Groningen lag. Het begon allemaal, zoals misschien wel alle staatkunde, met ruzie tussen boeren over weidegrond. Omdat het Drentse bestuur toen het (Groningse) voormalige klooster van Ter Apel liet bezetten, moest er een oplossing komen. In Leiden opgeleide landmeters, Johan Sems en Jan de la Haij, brachten die oplossing, met steun van de stadhouder die rust aan de grenzen wilde. Ze trokken een rechte lijn omdat hun ultramoderne meettechniek dat toeliet en vooral ook omdat het paste bij hun nieuwe rationaliteit.

Houten palen met drie kerven moesten de grens duidelijk maken. Nou ja, duidelijk. Palen werden stiekem weggehaald, turfstekers staken openlijk de grens over en de besturen ruzieden over wie belasting mocht heffen op huizen die vlak bij de grens stonden. En wie betaalde het ‘verdrijven van heidenen (zigeuners) van de grens bij Zuidlaarderveen in 1706?’

Later in de achttiende eeuw legde Groningen, aanvankelijk met geheime grondaankopen, een kanaal aan dat grotendeels langs de Semslinie liep, het Stadskanaal – vooral om een Drents kanalenplan in de kiem te smoren. Alle turf moest via Groningen verhandeld worden. Dat leverde veel belasting op.

En zo ging het verder, begin negentiende eeuw waren er weer nieuwe conflicten, die door koning Willem I werden beslecht. Veel Drentse verveners werden toen verplicht hun turf via Groningen af te voeren. Pas toen turf al lang totaal ouderwets was, werden in de twintigste eeuw die ‘stadsmeierrechten’ na lange strijd afgeschaft.

De bittere conclusie dringt zich pas aan het eind van het boek op. Het veen is nu weg. Alles is op. Een paar natuurgebieden nog. In de vierhonderd jaar sinds de Semslinie is het landschap onherkenbaar veranderd. In zijn afsluitende wandelreportage schrijft de historicus Jan Blokker het zo: „Zoals er geen overtuigende sporen meer zijn van het veen, zo is ook van de grens nauwelijks iets te zien.” Het is voorbij.