Opnieuw: Op de mobylette

Fotograaf Ad Nuis en auteur Arthur van den Boogaard maken eens in de twee weken een foto ‘opnieuw’ en belichten de tijd ertussen.

Ada te Brinke (60, rechts) zat najaar 1971 samen met vriendin Rita (59, links) op haar Mobylette op het tuinpad van haar ouderlijk huis aan de Mozartstraat 8 in Arnhem.

 

„Ik was net zestien en had de Mobylette overgenomen van mijn oudere zus. Rita en ik noemden hem RenA, naar onze voorletters. Sinds een jaar waren we onafscheidelijk. Op de middelbare school voelden wij ons niet thuis. Interesse voor muziek bracht ons samen. Elke zaterdagavond reden we naar jongerencentrum Jacobiberg om livebandjes te bekijken. Rita sliep dan meestal bij mij.

Later kwamen daar de vrijdagavond, zondagmiddag en ook nog de donderdagavond bij. Maar toen waren we ouder en gingen naar Café Meijers en de Stokvishal. Mijn moeder was blij met de vriendschap. Ik dook nog wel eens snel in allerlei situaties. Rita was voorzichtiger. De gitaar op haar rug was van mij. Ik speelde aardig genoeg om aanspraak te krijgen. Dat waren vaak jongens; zeker op onze gezamenlijke vakanties.

 

"En toeval of niet, Rita trouwde een pianist en ik was achttien jaar met een gitaarbouwer getrouwd. Waar wij die dag met RenA naar toe gingen? Geen idee, maar wij gingen zeker samen. Zoals we dat de rest van ons leven bleven doen. Als begin twintigers was dat even minder, maar vanaf de jaren tachtig – we werden overburen in de Amsterdamse buurt De Pijp – is onze vriendschap hecht. Rita was er altijd bij, ook als het even niet gezellig was. We werden steeds meer elkaars geschiedenis. Rita is de stabiele factor in mijn leven en zal dat ook blijven. Zij zegt vaak: Ada is gewoon Ada. Tot aan mijn dood. En zo zie ik het ook. Wij hebben een fantastische vriendschap totdat de dood ons scheidt.”