Vormen en getallen: Warme sokkenweer

Vandaag nog één keer een raadsel van de beroemde Martin Gardner. De held van de wiskunderaadsels.

Het gaat zo. Stel: je vader heeft vergeten de wekker te zetten. Zo word je veel te laat wakker. Gelukkig liggen je kleren op de stoel. Boterham naar binnen proppen. Tanden poetsen. Nu alleen nog: sokken en dan schoenen.

Je loopt naar de zijkamer met de kast met de sokkenlade. Weer pech. Het licht is kapot. Het is er aardedonker. En alle sokken liggen los in de la, kriskras door elkaar. Moet je nu naar school met twee verschillende sokken aan? Je ziet echt geen hand voor ogen.

Maar: er is ook een gelukje. Al die losse sokken hebben maar twee kleuren: ze zijn of grijs, of blauw. Oh, denk je, dat komt goed uit. Dan pak ik er gewoon ... en dan weet ik zeker dat daar een paar van dezelfde kleur bij zit.

De vraag is natuurlijk: wat staat er op de plek van .... Of anders: hoeveel sokken moet je pakken om zeker één paar van dezelfde kleur in handen te hebben ?

Het is natuurlijk jammer dat hieronder nu weer meteen de oplossing staat. Misschien moet je maar even stoppen met lezen en eerst nadenken.

Er zit een aanwijzing in de datum van vandaag. In de cijfers daarvan.

Oké, hier komt hij dan toch. Je pakt er gewoon drie. Stel dat de eerst sok die je pakt blauw is. De tweede grijs. Niet goed. Maar ja, de derde sok die je pakt is dan altijd of blauw – prima, een paar! – of grijs – ook goed!

Je pakt er dus eerst 2 en dan nog 1. Een 2 en dan een 1: 21. De dag van vandaag. Met herfstweer waar hele warme sokken bij passen.