Column

Wonen hier nog meer terroristen?

Ze denken nog altijd, als ze in de straat een jongen passeren: is dat er één? De arrestatie van de vierde cel in Saint-Denis, Parijs, was voor de bewoners van de Antheunisstraat in Den Haag een sprong terug in de tijd. „Ik kijk iedereen die ik passeer in het gezicht”, zegt Netty Olffers. „Ik zeg nadrukkelijk: goedemorgen”, zegt Bep Schmitz. „Als ze ‘dag oma’ antwoorden, weet ik dat het goed is.”

We lopen in de regen door de Antheunisstraat. Op de deur van groenteboer Vergeer hangen twee briefjes. Op het ene staat: ‘Geschilde aardappels 1,95 euro.’ Op het andere: ‘Er is weer Pools bier.’

Elf jaar geleden was deze straat een vesting. Commandovoertuigen reden af en aan, er hing een helikopter in de lucht, de speciale eenheid trapte de deur van nummer 92 in.

In het huis zaten twee jongens verschanst, die leden van de Hofstadgroep werden genoemd, vrienden van Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh. Ongevaarlijk waren ze niet: ze gooiden een granaat naar de agenten. Na een nacht en een dag werden ze uit het huis gehaald.

Nummer 92 ligt aan het dodgy end van de straat. Daar hangen vaker lakens voor de ramen en zijn de kozijnen verveloos. Erwin ter Hoek, uit de keurige hoekwoning aan de andere kant, werd die nacht geëvacueerd. Hij stond uren in een dwarsstraat te wachten. „Alsof ik een loopgraaf in keek.”

Bep Schmitz uit een van de boogportieken weigerde uit haar huis te komen, net als de terroristen. „Ik was de enige die binnen bleef”, zegt ze nu. „Ik weet niet waarom. Ik zag scherpschutters op de daken liggen.”

„Het was een nare periode”, zegt Leo Olffers.

„De groepen stonden tegenover elkaar: de Hollanders en de anderen”, zegt zijn vrouw Netty.

De ene huurder van nummer 92 was een Marokkaanse Nederlander, de andere een Surinaamse Nederlander. Niemand kende de jongens, maar de oorspronkelijke bewoners hadden hun straat in de loop van de jaren wel zien verkleuren. Nog 35 procent van het Laakkwartier komt oorspronkelijk uit Nederland.

„De volgende dag vloog een Hollandse vrouw een Marokkaanse met een kindje aan”, zegt Leo. „Ik sprong ertussen. ‘Bent u gek geworden’, riep ik.”

„Er hing een heel gespannen sfeer”, zegt Netty. „Is dit het? Of wonen hier nog meer terroristen? Je wist het niet.”

„Er is geen contact meer sindsdien”, zegt Erwin ter Hoek. „Van de week zette mijn nieuwe overbuurvrouw haar vuilcontainer buiten. Ik liep op haar af om me voor te stellen, maar ze ging snel naar binnen. Mensen zijn op zichzelf.”