Wijkagent blijft het beste wapen

De Tweede Kamer debatteerde donderdag over de gevolgen van ‘Parijs’. Het debat samengevat in vijf personages.

Het was een „waardig debat”, concludeerde PvdA-fractievoorzitter Diederik Samsom. Met inderdaad minder onderlinge kift dan de fractievoorzitters in de Tweede Kamer normaal laten zien.

Donderdag debatteerden de fractieleiders met premier Mark Rutte over de aanslagen in Parijs. Ze spraken hun medeleven uit en probeerden het leed van nabestaanden en slachtoffers te beschrijven. Deze vijf personages vatten gezamenlijk het debat samen.

1. De kip zonder kop die bombardeert

CDA-leider Sybrand van Haersma Buma sprak premier Rutte op zijn woorden van afgelopen zaterdag aan, dat Nederland „in oorlog” is met de terreurbeweging Islamitische Staat (IS, het kabinet spreekt over ISIS). Zo’n oorlogsverklaring moet toch méér tot gevolg hebben dan alleen bombarderen boven Irak, wat Nederland nu doet, vond Buma. Zijn partij wil ook boven Syrië bombarderen en liefst grondtroepen sturen.

Deze redenering kon premier Rutte helemaal niet volgen, zei hij. „Dat wij als Nederland van mening zijn dat wij ISIS moeten verslaan en dat ISIS inderdaad onze vijand is, betekent toch niet dat je als kip zonder kop onze strijd automatisch moeten verbreden naar Syrië?”

Fractievoorzitter Buma bracht daar tegenin dat de Amerikanen, Fransen en Arabische landen wél boven Syrië bombarderen. „Doen zij dit als kip zonder kop? Nee! Zij nemen onder moeilijke omstandigheden hun verantwoordelijkheid.” Rutte wilde er niet aan. Zijn eigen partij, de VVD, bepleit ook al langer dat Nederland zijn acties uitbreidt naar Syrië. Maar coalitiepartij PvdA wil dat er eerst een politieke oplossing komt tussen alle andere strijdende partijen in Syrië die niet IS zijn. „Anders is de strijd tegen ISIS tot mislukken gedoemd. Hoeveel bommen je er ook op gooit”, zei PvdA-fractievoorzitter Samsom.

2. De teruggekeerde jihadstrijder

Wat moet de overheid beginnen met Syriëgangers die naar Nederland terugkomen? Het zijn er tot nu toe ongeveer veertig, elk jaar komen er minder terug. Afgelopen jaar keerden vijf jihadstrijders terug.

De opties van de partijen varieerden. PVV-leider Geert Wilders wil hen „onmiddellijk vastzetten”. Jesse Klaver (GroenLinks) wil hen bij terugkeer verplichten tot deelname aan een deradicaliseringsprogramma.

Het kabinet zit hier tussenin. Bij het vertrek van de jihadist is al begonnen met de opbouw van een strafrechtelijk dossier. Waar mogelijk worden terugkeerders in voorlopige hechtenis genomen en tot ongewenst vreemdeling verklaard. Tegelijk bestaan er ‘exitprogramma’s’. Die moeten bevorderen dat geradicaliseerde personen uit het extremisme stappen, reïntegreren in de samenleving en liefst de jihadistische ideologie gedag zeggen.

De Tweede Kamer riep het kabinet op om extra alert te zijn op de enkelen die nog terugkeren, omdat ze „een gevaarlijker profiel hebben”, zei Samsom. Zij hebben daar vermoedelijk lang gevochten.

3. De nieuwe asielzoeker

De politie moet van asielzoekers die in Nederland aankomen sneller vaststellen wie ze zijn en een betere check doen op hun achtergrond. Dat zei premier Rutte al eerder in reactie op de recente aanslagen in Parijs.

Mooi, zei VVD-fractievoorzitter Zijlstra, want „op dit moment lopen 14.000 mensen door Nederland van wie wij het niet weten”. Liefst zou de VVD de mensen op wie nog geen check is gedaan, standaard vastzetten. Dat kan nu alleen bij de asielzoekers die via Schiphol Nederland binnenkomen, zei Rutte, niet bij vluchtelingen die zich over land melden. Want zij zijn via het Schengengebied Nederland binnengekomen. Maar als bij individuen sprake is van risico voor de openbare orde, „dan worden mensen vastgezet”, zei Rutte.

4. De wijkagent

De wijkagent was de meest geprezen ambtenaar van de dag in de Tweede Kamer, gevolgd door leraren, jeugdwerkers en straatcoaches. Wijkagenten zijn de „ogen en oren in de haarvaten van onze samenleving”, zei SGP-leider Kees van der Staaij. Dankzij hen heeft de Nederlandse overheid beter zicht op risicowijken dan bijvoorbeeld in Frankrijk het geval is.

Een probleem dat Van der Staaij er meteen achteraan noemde, is dat het wettelijke minimum van één wijkagent op 5.000 inwoners niet wordt gehaald. In praktijk is het één op de 10.000, zei hij, en dat is niet goed. „Meer veiligheid begint dicht bij huis.”

De Tweede Kamer wil bovendien dat de politie specialistische teams opzet, specifiek gericht op radicalisering en terrorisme.

5. Minister van Veiligheid en Justitie

Geef het ministerie van Veiligheid en Justitie extra budget om alle taken goed aan te kunnen, is het verzoek van de oppositie. Het CDA, de SP en D66 willen dat het departement komende jaren 200 miljoen euro extra krijgt, bovenop het bedrag van 200 miljoen dat het kabinet al extra zou uittrekken. Dit wordt vervolgd: volgende week spreekt de Tweede Kamer over de Justitiebegroting.