Wij zijn BN’ers, lees ons!

De laatste tijd verschenen maar liefst vier literaire boeken van BN’ers. Welk boek is het beste?

Thé Lau: De 
grote vakantie. Lebowski, 
111 blz. € 17,50
●●●○○

De onderscheidingsdrift van de jonge rijken in Brett Easton Ellis’ American Psycho nam vele vormen aan. Die had het mooiste visitekaartje, die het mooiste pak, die de mooiste schoenen. Het summum was echter het bemachtigen van een reservering in het New Yorkse restaurant Dorsia. Maar hoewel Patrick Bateman en de anderen daar een moord voor zouden plegen, was het in de meeste gevallen al volgeboekt, afgeladen met mensen die nog net even wat meer status hadden dan zij.

Een boekencontract bij een groot uitgeefhuis moet voor de aspirant-schrijver zijn wat een tafeltje in Dorsia was voor een patser uit de jaren tachtig: begeerd, maar in vele gevallen onbereikbaar. Al worden er nog steeds veel boeken uitgegeven, er zijn nog veel meer boeken die níet worden uitgegeven. Wat hielp bij het binnenkomen bij Dorsia lijkt ook te helpen bij het binnenkomen bij een uitgeefhuis: een bekend gezicht. Of in loopbaantaal: ervaring in de media is een pré. Zo zijn er in de aanbiedingsfolders van uitgeverijen opvallend veel titels te ontdekken die geschreven zijn door mensen die elders hun vergulde sporen verdienden.

En nu zijn er in korte tijd vier BN’ers-boeken bijgekomen, een verhalenbundel van de dit jaar overleden zanger Thé Lau en drie debuutromans van zanger en acteur Thomas Acda, actrice en scenarioschrijfster Kim van Kooten en van journaliste Margriet van der Linden.

Omgekeerd Soundmixshoweffect

In De liefde niet lijkt Van der Linden niet erg ver van haar eigen autobiografie te zijn afgeweken. Net als Acda overigens. Hun romans laten zich vergelijken met een omgekeerd Soundmixshoweffect. Ze stappen als Bekende Nederlander in het toverei, met als doel er aan de andere zijde geanonimiseerd weer uit te treden. Acda schrijft over een zanger en acteur, die ooit de helft was van een bekend duo, en Van der Linden schrijft over ‘M’ (zonder het in romans gebruikelijke puntje achter die letter), een vrouw die opgroeit in de jaren zeventig en tachtig in een strenggelovig milieu, die ontdekt lesbienne te zijn en journaliste wordt. 

De waarde van deze twee romans is gemiddeld. Acda’s personage zit mooi met zichzelf in de knoop, at en dronk jarenlang meer dan goed voor hem was en begint aan een roadtrip door Amerika. De verteltechniek is innig van aard, het personage richt zich geregeld direct tot de lezer. ‘Je kent mij’, staat er dan. ‘Dat kan niet anders.’ Helaas wordt er te vaak van uitgegaan dat we reeds van alles op de hoogte zijn wat er in dat leven allemaal is voorgevallen – ik had in elk geval vaak geen idee waar naar werd verwezen. Een klein literair greepje is er wel in Onderweg met Roadie te ontwaren: de zanger en acteur, die eigenlijk gewoon een eenvoudige boerenlul uit Brabant is die toevallig ster is geworden, loog lange tijd alles bij elkaar, dus waarom zouden we hem nu als romanverteller wél vertrouwen?

Van der Linden kan aardig schrijven, maar ze heeft zich met een coming-of-age-roman van krap vierhonderd bladzijden een wel erg ambitieus doel gesteld, waarin weinig niet benoemd wordt. Alles wat u ooit over M wilde weten, maar wat haar in interviews niet werd voorgelegd, staat erin vermeld, wat vooral een beeld oplevert van de cultuur in de beschreven decennia. Erg intiem wil het ondanks de lengte echter niet worden. Bands, films, en merken komen langs, maar het dieptelood bereikt M’s ziel of beleving niet.

Korte voorbereiding, en dan: dreun

Voorin Van der Lindens boek merkt feministe Rita Mae Brown op dat ‘de enige beloning voor conformisme is dat iedereen je mag, behalve jijzelf’, terwijl M daarna toch niet door hele diepe dalen gaat als zij haar seksuele geaardheid (te) lang moet verzwijgen. Ze laat zich juist lezen als een opgeruimde jonge vrouw, ondanks het gebrek aan maatschappelijke acceptatie.

Dat non-conformistische zien we dan wél bij Thé Lau. De grote vakantie is een bundel met tien verhalen, met in sommige daarvan duidelijk de persoonlijke toets van Lau, en in andere een meer losgezongen, fictieve toon en setting.

Het openingsverhaal, het kleinood ‘Instant Karma’, is indrukwekkend, met een muzikant die terugblikt op die keer dat hij samen met twee andere vakgenoten in een oefenruimte zat te spelen. Alles was nog goed toen, maar intussen is Steiger, ‘saxofonist met het lichaam van een os en de toon van een engel’, aan het ruige leven bezweken, terwijl het ook voor de verteller niet lang meer zal duren. Een paar pagina’s voorbereiding heeft Lau maar nodig om de slotregels als een dreun te laten aankomen: ‘Karma. Je missie is nu wel ten einde, toch? Ik smeek je mijn vrouw vrede en geluk te geven.’

Lau’s verhalen ademen verbeelding. In ‘Paalhut’ schrijft hij over twee levenslustige jongens die fanatiek cowboytje en indiaantje spelen totdat een van hen afhaakt (vanwege een meisje natuurlijk) en de ander verontwaardigd volhardt in zijn fantasie. In een ander verhaal draagt een dichter dusdanig opruiend een gedicht voor dat een toehoorder daardoor zijn vrouw vermoordt.

Weg met de vooroordelen

Wie het er het best van af heeft gebracht is Kim van Kooten, die het levensverhaal van Pauline Barendregt gebruikte voor haar roman Lieveling. Bij zo’n mierzoete titel springt je het glazuur van de tanden, maar verder kom je ook niet met je vooroordelen, want het is een boek dat zich kan meten met de beste romans van Esther Gerritsen (die je met ogenschijnlijk onschuldige titels als Superduif of Roxy ook al op het verkeerde been zet). In haar romandebuut, dat vorige week binnenkwam op plek één in de Bestseller 60, geeft Van Kooten het woord aan Puck, een vijfjarig meisje dat samen met haar moeder bij een rijke man intrekt. Gaandeweg kom je erachter dat het de man niet om de moeder te doen is, maar om Puck.

De hoofdstukken waarin het seksueel misbruik ontluikt zullen niemand onbewogen laten, maar Puck is meer dan alleen een slachtoffer geworden. Wat goed naar voren komt is hoe zij gecorrumpeerd raakt; haar stiefvader houdt er geraffineerde technieken op na om ervoor te zorgen dat niet hij, maar Puck zich verantwoordelijk voor het misbruik voelt.

Van Kooten zit Puck bovenop de huid en je kunt niets anders concluderen dan dat dit kind langzamerhand kapot gaat. Puck is de verteller en je kunt je afvragen of een kind van vijf al over de taal beschikt die haar is toebedeeld, maar verder zijn er weinig zwakke punten. De dialogen zijn strak en erg doeltreffend en er staan tal van scènes in waar je mond van openvalt.

Maar het bewonderenswaardigste is Van Kootens vermogen om haar tekst zo op te dienen dat je geleidelijk aan geen heil meer ziet in volwassenen die het goede doen als het om kinderen gaat. Eerst is het alleen die stiefvader, maar er komen steeds meer daders bij. Als men eindelijk doorheeft dat Puck misbruikt is, presenteren haar moeder en haar oma zich als slachtoffer, in plaats van de hand in eigen boezem te steken. Een wolf in schaapskleren dus, dit Lieveling.