Wat doordringt tot het IDFA wordt geheid een succes

Ruim 3.000 films werden dit jaar ingestuurd voor documentaire- festival IDFA, dat woensdag van start ging. Enkele ‘reviewers’ moesten daaruit 300 films zien te selecteren. „Als ik fit ben, kijk ik er nog meer.”

‘Nee, we sturen niet iedereen een persoonlijke afwijzingsbrief, dat is onmogelijk.” Raul Niño Zambrano lacht verontschuldigend. Hij moet honderden films bekijken voor het International Documentary Film Festival Amsterdam (IDFA). Dan kan hij niet ook nog alle makers individuele feedback gaan geven. Zambrano is verantwoordelijk voor twee van de acht competities die deze week gehouden worden op het grootste documentairefestival ter wereld, dat woensdag van start ging. Het afgelopen jaar ontving hij meer dan duizend films voor zijn studentencompetitie en debutantencompetitie (First Appearance). In totaal kreeg het IDFA dit jaar 3.425 films opgestuurd. Zo’n honderd daarvan haalden de competities, en eenzelfde aantal de randprogrammering.

Een film die geselecteerd wordt, staat doorgaans een mooie toekomst te wachten. Niet alleen verkoopt IDFA 250.000 kaartjes, maar ook gebruiken 2.500 producenten, regisseurs en financiers het IDFA als jaarlijkse beurs. Sinds de oprichting in 1988 heeft het IDFA een toppositie in de mondiale documentairecultuur ingenomen. Selectie fungeert als kwaliteitsstempel.

Direct na deze editie gaat Zambrano alweer op zoek naar nieuwe films. Hij gaat op reis: naar filmfestivals als Cannes en Berlinale én naar Zuid-Amerika. Daar probeert de Venezolaan veelbelovende regisseurs aan te sporen documentaires naar het IDFA te sturen. Ook in China en in Rusland werken dergelijke gebiedsscouts. Het zou zonde zijn als door de afstand of taalbarrières meesterwerken onontdekt blijven of naar een ander festival gaan. Om als filmfestival relevant te blijven is het nodig om vroeg in het jaar al jacht te maken op nieuwe parels. Programmeurs letten bij de selectie extra goed op premières: daar komt the industry op af. De beste ‘catch’ zijn wereldpremières, films die nog nooit in de wereld zijn vertoond. Dan komen de internationale premières, waarbij films voor het eerst buiten het land van herkomst te zien zijn, en ten slotte Europese premières.

Van de 14 geselecteerde films voor de hoog aangeschreven Feature Length-competitie zijn er 14 première en 11 wereldpremière. Zambrano: „Het wil nog weleens voorkomen dat een film in de laatste ronde afvalt, omdat het toch geen première blijkt te zijn.” „Documentairemakers, producenten en sales agents stippen voor elke film een festivalstrategie uit, zegt Joost Daamen (36), verantwoordelijk voor Feature Length. „Waar komt mijn film het beste terecht?” Daarom ziet het IDFA soms een goede film aan zich voorbij trekken. „Het is aan ons om de makers ervan te overtuigen hun film naar het IDFA te sturen. Het is een spel.”

Sommige makers houdt het IDFA jarenlang in de gaten in afwachting van hun nieuwe film, zoals de openingsfilm van dit jaar van Tom Fassaert, A Family Affair. Die was net op tijd af. „We hielden intensief contact”, vertelt Daamen. „Dit zou weleens een klassieker kunnen worden.” En dat terwijl A Family Affair pas Fassaerts tweede film is, na De Engel van Doel (2011), die een eervolle vermelding op Berlinale kreeg en werd genomineerd voor twee Gouden Kalveren. Een grote verrassing van dit jaar is volgens Daamen de Nederlandse A Strange Love Affair With Ego (Ester Gould, 2015).

Diversiteit

Er kunnen vijf nóg zulke prachtige films over het Maidanplein in Kiev gemaakt zijn, ze zullen de selectie niet allemaal halen. Die moet diversiteit uitstralen. „Ik kijk onder meer naar gender, land van herkomst en filmstijl”, zegt Zambrano. En zo is een zwart-witfilm uit Israël over een verslaafdenkliniek (Strung Out, 2015) te zien naast een Chinese coming-of-age over het gebrek aan ouders tijdens de opvoeding (Look Love, 2015). En ja, een betere Europese film moet dan weleens plaatsmaken voor een Afrikaanse.

De jeugdfilm krijgt dit jaar voor het eerst een eigen Kids & Docs-competitie. Mét internationale jury. „Dus nu moet de lijst wel heel goed zijn”, zegt verantwoordelijke Meike Statema (40). Ze heeft het geluk dat ze in Nederland woont; hier worden veel goede kinderdocu’s gemaakt. Eén van haar favorieten is de Belgische film Into Darkness, over een Marokkaans jongetje dat zijn zicht verliest. Geen braaf thema. „Maar het laat zien dat wij het genre serieus nemen.”

Daamen, Zambrano en Statema hebben nog zo’n twintig andere viewers om zich heen die zich door de 3.425 inzendingen worstelen, zoals een oud-filmredacteur van de Volkskrant, een grote partner van IDFA, en oud-eindredacteuren van VPRO en IKON. De één doet wat meer dan de ander. Naar sommigen moet je geen Russische slowcinema sturen, de ander weet juist veel over Indiase kinderfilms. 80 procent van de inzendingen belandt na één keer kijken door één viewer op de nee-stapel. Zambrano: „Er zitten ook homevideo’s tussen.” Over de rest beslist per competitie een speciaal aangestelde commissie, die bestaat uit twee IDFA-medewerkers en twee externen. IDFA-directeur Ally Derks zit bij elke commissie en heeft het laatste woord. Half september is dan de definitieve filmlijst bekend.

Tot dit jaar werden de films die hoger dan een 8 scoorden, direct naar Derks gestuurd. Nu zit daar dus een commissie tussen. „Om orde in de chaos te scheppen”, verklaart Joost Daamen deze uitgebreide selectieprocedure. Zambrano ziet de extra ronde als een verrijking. „Hoe meer ogen, hoe beter de selectie. Hiervoor moest één persoon te veel films kijken.” Hij vindt niet dat Ally Derks daardoor minder macht heeft over de selectie. „Er werd altijd al veel over de films gesproken.”

„Wij hebben dit jaar nog meer gekeken naar cinematografische kwaliteit”, zei Derks tijdens de persconferentie dit jaar. Meike Statema wil dat wel nuanceren: „Dat deden we altijd al, maar mensen denken nog steeds dat documentaires vooral om de inhoud gaan. Juist bij IDFA is ook de vorm belangrijk – dat willen we nu extra benadrukken.” Om voor selectie in aanmerking te komen moet voor Statema een film „gewoon goed gemaakt” zijn: „Het auteurschap moet eruit blijken.” Dat is ook precies waar Zambrano bij zijn studenten en debutanten op let: „Voorwaarde voor selectie is dat ik nieuwsgierig moet zijn naar de volgende film. Ik moet een bepaalde signatuur zien, aan de hand waarvan bewuste keuzes zijn gemaakt, zoals in de montage of in het sounddesign.”

Hoe doe je dat: zeshonderd films kijken? Zambrano reserveert gedurende het hele jaar één of twee dagen per week een viewingsdag. Dan kijkt hij vier lange films. „En als ik fit ben, meer.”