Column

Was er maar meer sport op kantoor

Wekelijks rekent Japke-d. Bouma af met jeukwoorden op kantoor.

Getackelde problemen, ingekopte voorstellen, gemiste targets, superstrakke voorzetjes, loeischerpe pitches en dan óók nog al die mensen die gecoacht moeten worden in teams: ik voel me op kantoor geregeld of ik in een heel saai sportprogramma zit. Laatst zei iemand op Twitter: „Dit is Maarten, zeg maar de vliegende keep van onze organisatie, altijd lekker kort op de bal maar een echte teamplayer.” Ik moest huilen.

Want er ís natuurlijk geen sport op kantoor. Ja, collega’s die praten over sport, díe zijn er. Die hebben „een-tweetjes”, „gooien balletjes op”, „leggen de lat hoog”, of „spelen op de man”. Als ik dat hoor wil ik horden over en de steeplechasebak in. Maar dat kan niet met die dikke van sales die altijd naast de bak met hydrokorrels staat te oreren dat hij op „het hoofdveld speelt”, dat „alle ballen op de content moeten”, en dat hij „dat project over de finishlijn moet brengen”. Dat is altijd erg joh.

Wás er maar sport op kantoor. In plaats daarvan hoor je het cholesterol razen op al die bureaustoelen. Zelfs bedrijfsuitjes vervetten. Had je vroeger nog weleens paintball of een sponsorloop, tegenwoordig zijn er chocola- clinics, doen we Heel Holland Bakt, of gaan we naar zo’n kleinschalige bierbrouwerij met brouwers met baarden.

Hoe liever mensen in skyboxen en VIP-dorpen zitten, hoe meer ze in sportmetaforen praten. Het zijn vaak de collega’s die op zondag hun buikje in lycra hijsen die het hebben over „kopwerk doen”, „ergens met gestrekt been ingaan” en „er een tandje bijzetten” – op weg naar een nering met volledige vergunning.

Op zich is het logisch dat er op kantoor zoveel in sportmetaforen wordt gepraat. We zijn er al goed in getraind door Johan Derksen en Jack van Gelder. Elke week praten zij uren vol zonder dat er iets verandert aan de prestaties van onze nationale voetballers. Sterker nog. Ik durf te beweren dat als we op kantoor wat minder over sport zouden praten, we komend jaar wél gewoon bij het EK waren geweest.

Het voelt dynamisch om het over sport te hebben, en het geeft houvast om kantoor als wedstrijd te zien. Maar dat is het natuurlijk niet, lieve mensen. Sport heeft regels. Er wordt afgefloten als er vals wordt gespeeld, je hebt finishfoto’s, de mensen met doping worden er uiteindelijk altijd weer uitgevist en er is een helder einde aan de competitie. Dat is op kantoor niet.

Op kantoor gelden de keiharde regels van de jungle. Daar is niemand sportief, hebben de mensen die uit de wind gehouden worden het juist het zwaarst, is er geen scheidsrechter, komen projecten nooit op tijd af, en zijn er allesbehalve winnaars. Als kantoor dan per se op iets met sport moet lijken, lijkt het nog het meest op zwemles waar je heel vroeg voor je bed uit moet en dan maar misselijk wachten tot je weer naar huis mag.

Ik zeg daarom: alleen Russische atletiektrainers mogen nog sportmetaforen gebruiken. En Johan Cruijff en Marco van Basten natuurlijk. De rest stopt ermee, gaat in training, of gaat maar bij Jack van Gelder op een themakanaal.