Victor Löw blinkt uit in Al Pacino-rol

De jonge, veelbelovende advocaat heeft zijn ziel aan de duivel verkocht. Dat gebeurt vaker – zie Faust. Maar in dit geval wist de jongeman niet direct dat hij met het kwaad te maken had. Hij was gewoon een ambitieuze carrièremaker en hoopte bij een groot advocatenkantoor in New York zaken te krijgen waar hij thuis, in de provincie, niet van durfde te dromen. En evenmin van het salaris dat hem er wordt aangeboden.

The Devil's Advocate is een roman van Andrew Neiderman, die in 1997 werd verfilmd met Keanu Reeves als de jonge jurist en Al Pacino als zijn duivelse werkgever. Het toneelstuk dat Julian Woolford op basis van het boek schreef, wordt nu in het Nederlands gespeeld – met Waldemar Torenstra en Victor Löw.

Advocaat van de Duivel wordt uitgebracht door dezelfde theaterproducent (Bos) die ook de maker is van de cabareteske voorstellingenserie De Verleiders. En dat is geen toeval. Ook in dit stuk staan mannen met macht hun immorele logica zodanig te verkopen dat er soms geen speld tussen te krijgen lijkt. Zo’n advocaat van kwaaie zaken krijgt vaak bad guys te verdedigen, beaamt de door Löw gespeelde topadvocaat – maar als je er goed over nadenkt, zal je zien dat die bad guys het in feite vaak goed hebben bedoeld. Het hoeft heus niet altijd hun schuld te zijn als er iets fout gaat. Het is dit soort redeneringen waar het stuk vol mee zit – en waarin de jonge advocaat, tegen wil en dank, verstrikt raakt. Hij sputtert nog iets tegen over zijn geweten, en over goed en fout, maar staat met zijn mond vol tanden als zijn patroon beweert dat de wereld nu eenmaal zo in elkaar zit: „De één heeft het goed ten koste van de ander.”

Maar er is ook één groot verschil met De Verleiders: de vorm. Dit is een regulier toneelstuk, waarin de vierde wand hooguit even wordt doorbroken als wij in de zaal worden toegesproken alsof we een rechtbankjury zijn. Losse, cabareteske scènetjes ontbreken hier. De toonzetting is eerder dramatisch dan satirisch, al is de tekst – levendig vertaald door Peter de Hoog – bepaald niet humorloos.

In de regie van Ursul de Geer is dit een strakgetrokken voorstelling geworden, waarin de beide hoofdrolspelers de mechanismen van het juristenbedrijf glashelder maken.

Victor Löw blinkt uit als de geraffineerde charmeur, de verleider, de man van de gladde praatjes die opeens in gespierde ijzigheid kan vervallen als hem dat noodzakelijk lijkt. Toch blijft hij uiterst ingetogen, net als Waldemar Torenstra die genuanceerd laat zien hoe de jonge tegenspeler allengs wordt bestormd door gemengde gevoelens. En tenslotte zelfs door iets dat op een geweten lijkt.

Ze worden omringd door een hecht ensemble dat mede door diverse knap getypeerde dubbelrollen voor veel variatie zorgt. Met de studentenyell van het advocatenbedrijf (wham bam thank you ma’am!) als extra accent van het machismo dat in deze kringen hoogtij viert. En dat hier wordt vertoond met al zijn immorele aantrekkingskracht.