Twee theelepeltjes humor is voor jihadisten niet genoeg

Juurd Eijsvoogel schrijft iedere vrijdag op deze plaats over internationale kwesties.

Israëlische schrijver Amos Oz zegt nog nooit een fanaticus met humor te hebben gezien.

Humor is niet het eerste waar je jihadisten mee associeert. Zeker niet in de week na de meedogenloze moordpartij van vrijdag in Parijs. Want wat moet je wel niet voor volstrekt gevoelloos mens zijn om zoiets te kunnen doen?

De grote Israëlische schrijver Amos Oz zei zondag in Buitenhof dat hij nog nooit een fanaticus met gevoel voor humor heeft gezien.

„En ook nooit een nieuwsgierige fanaticus. Kon ik de fanatici maar overtuigen om tweemaal daags twee theelepeltjes nieuwsgierigheid in te nemen, en twee theelepeltjes humor. Dan zou ik misschien in aanmerking komen voor de Nobelprijs voor geneeskunde.”

Wie nieuwsgierig is kan zich in een ander verplaatsen, zich voorstellen dat hij die ander is – en zal dus niet zo snel iemand vermoorden, gelooft Oz. Zo ziet hij ook humor als tegengif voor fanatisme: „Mensen met gevoel voor humor ontwikkelen een besef van de betrekkelijkheid van dingen. Dat iets zus kan zijn, maar ook zo.” Funest voor wie de wereld zijn onwrikbare overtuiging wil opleggen.

De moderne terrorist

De diagnose van Amos Oz klinkt overtuigend, een beetje hoopgevend zelfs. Maar klopt het ook? Hebben terroristen die bereid zijn hun eigen leven en dat van talloze onschuldige mensen op te offeren aan een ideaal inderdaad per definitie geen gevoel voor humor? En doet dat er eigenlijk toe?

Het doet ertoe als je wilt proberen te begrijpen wat voor mens tot dit soort daden in staat is. Hebben terroristen, die tot de extreemste fanatici horen, alle menselijkheid achter zich gelaten? Of hebben ze toch nog gevoelens – waarop ze misschien zelfs nog aangesproken kunnen worden?

Het leven bij Al-Qaeda, Talibaan of Islamitische Staat is ongetwijfeld geen vrolijke boel. En hoe kan het ook anders als bomaanslagen, onthoofdingen, willekeurige executies en andere wreedheden tot de kernactiviteiten behoren?

Maar toch speelt humor er een rol. Het wordt door jihadisten zelfs gebruikt als wapen in de strijd, als middel om zieltjes te winnen. Wie dat miskent, onderschat de moderne terrorist.

'Heel veel lol'

Toen Al-Qaeda op het Arabisch Schiereiland (AQAP) in 2010 het eerste nummer van het internetmagazine Inspire uitgaf, had het omslagverhaal de kop Make a Bomb in the Kitchen of Your Mom. De auteur was ‘De Al-Qaeda-kok’. Misschien geen grap om dubbel over te liggen – en nogal smakeloos als je weet dat het bijbehorende artikel gebruikt is als handleiding voor daadwerkelijke aanslagen. Maar die kop was humoristisch genoeg om hem te kunnen aanzien voor een grap van het satirische blad The Onion, schijft journalist Scott Shane in zijn boek over een van de twee makers van het blad, de beruchte inspirator van terreuraanslagen Anwar al-Awlaki.

Deze Awlaki, die een deel van zijn jeugd in Amerika doorbracht en daar ook studeerde, wist een lichte toon te treffen die jonge volgelingen in het Westen aansprak. Hij brak, schrijft Shane, definitief met de gedragen stijl van Bin Laden. Zo lokte hij een nieuwe generatie strijders naar zijn grimmige – en bloedserieuze – aansporingen tot terreur.

In het grote Nederlandse jihadproces trad in september een cultureel antropoloog op als getuige-deskundige. Hij verklaarde dat de verdachten hun radicaal islamitische boodschap onder meer verspreiden met humor en daarbij ‘heel veel lol’ hebben, aldus een artikel in de Volkskrant met de kop ‘Zelfs in de jihad speelt humor een rol’.

De stelling van Amos Oz is daarmee niet helemaal ontkracht. In zijn scherpe essay Hoe genees je een fanaticus legt Oz uit wat volgens hem in humor essentieel is: om jezélf kunnen lachen. Want hoe meer je van je gelijk overtuigd bent, hoe grappiger je voor anderen wordt. Dat inzicht is voor geharde fanaten niet weggelegd. Het valt te vrezen dat zelfs twee theelepeltjes, tweemaal daags, niet genoeg tegengif is om de zware gevallen te genezen van de dodelijke ernst waarmee ze hun missie uitvoeren.

Lees ook de recensie over het boek van Scott Shane: ‘Obama dacht jaren geleden al over de inzet van drones’