Scooterhufters

De scooterrijder heeft geen vrienden. In ieder geval niet zolang hij zonder helm de fietspaden onveilig maakt op zijn veel te brede stinkmobiel, de snorfiets. Hij is de verliezer van de stad. Ook de minister is nu tegen hem. Verkeersminister Melanie Schultz van Haegen, met haar lange blonde haar en driedubbele achternaam helemaal de tegenpool van alles waar de snorscooter voor staat, deftig en waarschijnlijk nog nooit in Osdorp geweest — deze Melanie Henriëtte Schultz van Haegen-Maas Geesteranus gaf de gemeente Amsterdam deze week gelijk. De gehate snorscooter moet naar de rijbaan.

Het zat er aan te komen. In de ‘fietshoofdstad van de wereld’ moet je lekker gek zonder licht en telefonerend tegen het verkeer in door rood oversteken. Dan ben je iemand. Met zo’n opgevoerde snorscooter, doorgaans veel harder rijdend dan de 25 kilometer per uur die je mág, ben je niemand. Een sufferd met een bontkraag uit Nieuw-West ben je. Een loser.

Was je maar zo moreel verheven, hoogopgeleid en stil als een fietser. En zo talrijk. Dan zat je nu niet zo zielig ineengedoken op je snorfiets al die fietsers opzij te toeteren. Je delft het onderspit. Wethouders, wetenschappers, belangenclubs, vrijwel alle ontwikkelde Amsterdammers — allemaal fietsers — zijn voor de fiets. Stapels schreven ze vol om de fiets meer ruimte te bieden.

Het rijwiel werd de baas op de speciaal voor hem gecreëerde paden en stroken. Vanaf 1999 kwam jij daar ook nog bij. Op de fietspaden was het dermate druk geworden dat de gewone brommers naar de rijbaan werden gestuurd. Dus jij op je Vespa of Piaggio, die er uitzag als een volwaardige brommer maar die motorisch ‘afgeknepen’ was, de fietspaden op. Dat mocht zonder helm, net als de Solex vroeger, of de Spartamet.

Je zag Willem Holleeder achter zijn windscherm cool en vrijgevochten zijn en dacht, dat wil ik ook.

Dom! Weer helemaal het verkeerde voorbeeld gekozen.

Vaak ben je een allochtone jongen en scheur je tof op je snorfiets. Je komt overal gegarandeerd aan zonder bezwete kop of dampende oksels — het grote angstbeeld voor Marokkanen en Turken. Jouw soort groeide aan van negenduizend tot wel dertigduizend snorfietsen en je kreeg de complete bovenlaag van Amsterdam over je heen. De tegencultuur van bontkraagjes moest aangepakt worden. Je gaf te veel overlast en aanrijdingen op het fietspad. De Fietsersbond repte onomwonden van ‘snorfietsterreur’, de SP muntte het scheldwoord ‘scooterhufters’ en burgemeester Eberhard van der Laan wilde de ‘tijdbommetjes op scooters’ aanpakken met een fietspadenverbod voor de blauwe nummerplaatjes.

Dat is nu dus gelukt. Eerst leek de campagne tegen de stakkers op hun snorfietsen te stuiten op bezwaren van het ministerie. Lokaal afwijkende verkeersregels zouden weer nieuwe problemen geven. Maar de lobby is geslaagd. De hele scooterende onderlaag moet over een half jaar van het fietspad af, de rijbaan op. Kunnen ze dáár met hun laagopgeleide stekeltjeshoofd al die ongelukken gaan veroorzaken. Helm op en dan maar zwabberen tussen de auto’s op de rijbanen, die als gevolg van de verbrede fietspaden aardig smal zijn geworden. Succes.