Van Zuid naar fruit  

Ze tekende en ontwierp van jongs af aan. Hoogtepunt was het ontwerp voor de Kop van Zuid. Nu schildert ze groenten en fruit.

Riek Bakker: "Door mijn schilderijen kan ik iets van mijn binnenkant laten zien." Foto: Rien Zilvold

Ze gaat straks de geschiedenis in als de vrouw die smoel gaf aan onder andere Prinsenland en de Kop van Zuid. Bij veel Rotterdammers die de voorbije drie decennia met haar te maken hadden, zal ook Riek Bakkers eigen ‘kop’ nog wel een poosje op het netvlies gebrand blijven. Haar gezichtsuitdrukking stond en staat immers vrijwel permanent op ‘grimmig’.

Die uitstraling zal haar prima van pas zijn gekomen toen ze, eerst als directeur en later als supervisor van de Rotterdamse dienst Stadsontwikkeling, nog overeind moest blijven te midden van de mastodonten van het gemeentebestuur en het havenbedrijf. Maar nu Bakker op haar 71ste ineens als beeldend kunstenaar op de voorgrond treedt, is het voor de buitenwacht nog best even ‘omschakelen’.

Het beeld van de ongepolijste, vaak in een soort kolenbranderstenue gestoken stedebouwkundige, die Rotterdam behalve als haven ook als stad op de wereldkaart heeft gezet, moet op een of andere manier worden gerijmd met dat van de fijnbesnaarde schilderes van groenten, fruit en bloemboeketten die Riek Bakker nu eveneens is.

Zeker, ze is zich bewust van het imago dat haar aankleeft, zegt Bakker. Maar daar moet en mag nu volop doorheen worden geprikt. Met wat schouderophalen en een half glimlachje: „Dat rouwdouwerige paste ooit goed bij mijn Rotterdamse werk.”

Inmiddels hoeft de buitenwacht er wat haar betreft geen acht meer op te slaan. Het mag in elk geval het zicht op wie ze als kunstenaar is niet belemmeren: „Door mijn schilderijen kan ik nu iets van mijn binnenkant laten zien. Degene die ik toch vooral ben. Zo noem ik mijn expositie daarom ook wel: De Binnenkant.”

Weg van de heisa

Wat bracht Riek Bakker er twintig jaar geleden toe te gaan schilderen? Ze deed het, vertelt ze, om zichzelf „rustig te krijgen” en „dichter bij mezelf te komen”. Niet om therapeutische redenen, wel om vaak genoeg weg te kunnen zijn van de heisa op en rond het Rotterdamse gemeentehuis.

Met toenmalig burgemeester Bram Peper was het weliswaar ‘dikke mik’, maar hun hechte samenwerking had ook een keerzijde. Diens echtgenote Neelie Kroes bestuurde Rotterdam op sommige dossiers gewoon mee, en ook daar moest je 24/7 op zijn ingesteld. „Als ik ’s ochtends om zeven uur onder de douche stond, hing ze al aan de lijn. Ik ben weleens gillend naar beneden gerend om die telefoon het huis uit te smijten”, zegt Bakker.

Riek Bakker: "Schilderen maakte me rustig, weg van de heisa rond het Roterdamse gemeentehuis." Foto: Wim de Jong

Die aanvechtingen pareerde de grote bazin van Stadsontwikkeling door in de vrije uren lekker te gaan schilderen, maar wél met serieuze artistieke ambities. Oefenen, oefenen, oefenen. Naar een tentoonstelling van een echte schilder, en dan op een holletje naar huis – kijken of ze het ook zo kon.

Interieurschetsjes

Helemaal vanaf nul begon ze er niet aan. Tekenen deed ze in het eenoudergezin in Meppel waarin ze opgroeide al vanaf haar vroege jeugd. Met instemming van haar moeder vormden haar interieurschetsjes regelmatig aanleiding het hele huis overhoop te halen. De zaag ging desnoods zelfs in de dragende balken.

Dezelfde verbeeldingskracht stopte ze in de ontwerpvoorstellen die ze, eenmaal afgestudeerd als tuin- en landschapsarchitect, bij opdrachtgevers aanleverde. Ze werden volgestopt met collages, kleuren en veel schetsen van bomen, planten en struiken. „Mensen met beeld overtuigen. Dat is altijd mijn insteek geweest.” In dit verband: de Kop van Zuid, die ze met architect Teun Koolhaas bedacht en realiseerde, ontstond ook uit niets meer dan een diashowtje „met een passend muziekje eronder”.

Pas sinds een jaar of zes schildert Riek Bakker stillevens van groenten en fruit. „Ik ben de kok thuis, en alles wat ik in de keuken aan moois op het aanrecht had liggen, wilde ik ook overtuigend op het doek kunnen brengen. Zo is het begonnen. Weer zien of ik het kon. Later ontdekte ik dat de beroemde schilder Gerhard Richter ook plattegronden deed.” Lachend: „Ik dacht nog: potverdrie, ik heb béét.”

Het dagelijks werk in Rotterdam bracht Riek Bakker stress en strijd. „Dat jij die functie durft áán te nemen, zei architect Wim Quist tegen me, waar iedereen bij stond. Ik was landschapsarchitect, hè, niets meer dan een stoffeerder. De laagste in de hiërarchie van de beroepsgroep.”

Weerstand

De Kop van Zuid gezien vanaf de Koningshaven. Foto: ANP/Lex van Lieshout 

Met name haar plannen voor de Kop van Zuid – Manhattan aan de Maas, in de volksmond – stuitten op veel weerstand. Bakker: „Er wás maar één visie op stedebouw in Rotterdam in die tijd en die luidde: stadvernieuwing. Dat was in Rotterdam bijna een religie, en je moest een spijkerpak aanhebben, anders mocht je niet meedoen. Maar je kunt niet heel de stad eindeloos blijven volbouwen met sociale woningbouw. Je moet ervoor zorgen dat de stad aantrekkelijk is en vitaal, en dat je haar dus aan de buitenwereld kunt verkopen. Dan moet je wat anders gaan doen dan allemaal van die rare en goedkope Trespadakdozen neerzetten.”

Daar werd aan de overlegtafels in de stad anders over gedacht. „De asbakken kwamen van verschillende kanten naar mijn kop”, herinnert Bakker zich grijnzend. „De stadsvernieuwers wilden hun koninkrijk met al hun projectjes en potjes met geld niet opgeven. Onder de ambtenaren was veel kinnesinne omdat ze hun bureaulades vol hadden liggen met eigen plannen voor Rotterdam. En de havenbaronnen stonden op hun achterste benen omdat ik me met de ontwikkeling van de Kop van Zuid met hún rivier wilde bemoeien.”

In Bakkers privéomgeving was haar verhuizing naar Rotterdam ook niet als vanzelfsprekend ervaren. „In Amsterdam had ik een groot netwerk, maar de afstand tot Rotterdam was voor vrienden fysiek en mentaal zó groot dat ze niet kwamen opdagen als ik ze voor een etentje had uitgenodigd. Mijn beste vrienden wilden eenvoudigweg niet naar Rotterdam komen, en namen niet eens de moeite af te bellen – een gigantische afknapper. Dat besef heeft mij echt in de armen van Rotterdam gedreven. Mede daardoor ben ik snel, heel snel van die stad gaan houden.”

Kop van Zuid, niet Wilhelminapier

Riek Bakker is teleurgesteld dat de ontwikkeling van de zuidelijke Maasoever vooralsnog bij een ‘kop’ is gebleven. „Het project was oprecht bedoeld als een beweging die verder Zuid in moest trekken. Het moest niet alleen dit gouden randje worden. En het heeft de scheiding tussen Noord en Zuid niet opgeheven.”

Fluisterend: „Ik heb met veel mensen te maken gehad die ook daarom de naam de Kop van Zuid niet wensten te gebruiken. Ook de communicatiedeskundigen zijn om dezelfde redenen altijd op Wilhelminapier als naam blijven hameren.”

De beurstraverse in Rotterdam naar ontwerp van Riek Bakker. Foto: ANP/ Bart Hoogveld

Ze heeft een jaar of wat geleden nog wel eens geprobeerd een afspraak met burgemeester Aboutaleb te regelen om, met de benen op tafel, van gedachten te wisselen over de toekomst van Rotterdam. „Maar ik kreeg van zijn secretaresse te horen dat er pas over drie weken een gaatje in de agenda voor me kon worden gevonden. Een half uurtje op de vrijdag, half elf ’s avonds. Nou laat dan maar, heb ik gezegd.”

Niet veel later trok ze de deur bij Stadsontwikkeling voorgoed achter zich dicht. „Ik moest een keer echt wegwezen, en het is goed zo.”

Ze tekent weer tuinen en landschappen voor diverse klanten, met boompjes en struiken erin. En een paar dagen in de week wordt er dus driftig geschilderd. Thuis op zolder in Berkenwoude, waar ze sinds enige tijd met haar vriendin Katrien woont.

„Maar ik ben en blijf een Rotterdamse, hoor. Ik kom met ongelooflijk veel genoegen in de stad en ben heel trots op wat ik er tot stand heb gebracht. Dat succes pakt niemand me meer af. Daar word ik ook heel rustig van. Al zou de rest van mijn leven waardeloos zijn, al zou ik niets meer mogen uitvoeren – dan nóg zou ik heel tevreden zijn om wat ik in Rotterdam heb mogen meemaken. Het was wonderbaarlijk. In geen enkele andere stad in Nederland was dit mogelijk geweest.”