Moderne Blitzkrieg IS geeft ons het nakijken

IS is een serieuze militaire tegenstander die de regels van het spel verandert – en ons zo in het hart treft, aldus Niels Roelen.

Foto uit eigen archief

Het is ergens begin 19e eeuw als in het zuiden van Afrika een jonge leider die aan macht wint het hele denken over oorlog radicaal verandert. Boos na jarenlange vernedering van zijn moeder en hemzelf als bastaardzoon besluit Shaka Zoeloe zijn legers te harden en te laten wennen aan het gevecht.

Zijn eerste slag is een shock. Nadat de tegenstanders hun speren op ceremoniële wijze hebben geworpen en tevreden zijn over het uitblijven van slachtoffers, is het de beurt aan de Zoeloes. Ze hebben hun speren korter gemaakt om beter te kunnen stoten en steken. Tegen de toen geldende regels van oorlogvoering in en tot grote verbazing van de vijand stormen Shaka’s mannen voorwaarts over het veld en rennen in op de tegenstander die letterlijk afgeslacht wordt.

De door het Westen gebrachte culturele veranderingen brengen in Zuid-Afrika niet alleen vooruitgang op het gebied van landbouw. Ze maken het vooral ook mogelijk om een vast leger op te bouwen en markeren zo het begin van een groot Zoeloerijk en de wrede Mfecane wat zoveel betekent als verpletteren of verspreiden.

Het is ergens begin 21e eeuw als een dan nog onbekende moslim een Amerikaanse gevangenis in Irak verlaat. Lang zat hij vast zonder dat iemand naar hem omkeek. Toen ze hem bijna vergeten waren, besloten ze om ook hem te martelen en te ondervragen, om kort daarna tot de conclusie te komen dat Abu Bakr al-Baghdadi de verkeerde man op de verkeerde tijd en de verkeerde plaats was.

Vernederd en gefrustreerd bijt Al-Baghdadi, bij het verlaten van de gevangenis, de bewakers toe dat ze elkaar nog tegen zullen komen. Omdat niemand wil begrijpen dat een verblijf in de gevangenis en de behandeling die mensen daar ondergaan tot radicalisering kan leiden, lijkt niemand de woorden serieus te nemen.

Vastbesloten om wraak te nemen zet de Iraakse Koranstudent een netwerk op dat geen gebruik maakt van internet, mobiele telefoons en andere moderne middelen. Over het hoofd gezien door veiligheidsdiensten groeit zijn organisatie in een korte tijd uit tot een van de grootste bedreigingen waarmee het Westen geconfronteerd wordt.

Een modern staaltje Blitzkrieg verzekert hem niet alleen van een leger met tanks, artillerie en infanterievoertuigen, maar ook van een eigen staat, olievoorraden en financiële middelen om de strijd voort te zetten. Op het internet verschijnen filmpjes van onthoofdingen en executies. Kinderen worden opgeleid tot de krijgers van de toekomst. Er worden aanslagen gepleegd in diverse steden, eerst in de regio, maar later ook veraf waardoor de strijd verschuift naar Europa en Rusland.

Terrorismedeskundigen vullen praatprogramma’s en vertellen ons dat de kern van terreur angst is. Ook ik heb het lang geroepen, maar een terrorist ziet zichzelf niet als terrorist. Het is iemand die zo overtuigd is van zijn visie op de wereld dat hij geen tegenspraak duldt. Voor IS zijn de aanslagen geen terreurdaden, ze maken misschien wel een onderdeel uit van zijn manier van denken, van z’n doctrine. Het is een middel dat ze inzetten zoals wij op onze tanks vertrouwen of op onze vliegtuigen die bombarderen.

Aanslagen zijn voor ons terreur, omdat wij geloven in oorlog volgens strikt ethische regels die we al sinds de Middeleeuwen nastreven. Zoals Shaka een groot Zoeloerijk nastreefde, streeft ook Al-Baghdadi zijn eigen staat na. Hij laat ons, verbaasd en nog niet gewend aan de nieuwe wreedheid en normen van zijn oorlog, met een groeiend kalifaat achter.

Minister Hennis (Defensie) liet eerder dit jaar weten dat de strijd tegen IS er een is van de lange adem. Niks mis mee, ware het niet dat ik in Uruzgan leerde dat wij geen lange adem hebben. We hadden geld, geduld en militairen voor een fundament dat de Afghaanse provincie een stap vooruit bracht.

Een endstate hadden we niet gedefinieerd en dus betekende vooruitgang al succes. Vooruitgang die wonderbaarlijk genoeg nog steeds zichtbaar is.

Al bijna een week zijn we volgens onze premier in oorlog. Volgens het boek The Accidental Guerrilla: Fighting Small Wars in the Midst of a Big One van de Australische generaal David Kilcullen is dit precies de reactie waar IS op hoopte. President Hollande heeft er geen boodschap aan. Hij heeft niet het geduld dat Al-Qaeda of Al-Baghdadi hadden toen ze hun plannen maakten. In zijn ogen is er ook geen andere keuze dan een brede coalitie op te roepen tot een operatie volgens artikel 5 van de NAVO.

Vanaf de bank volg ik de oorlog die geen guerrilla (kleine oorlog) meer mag heten. De oorlog die nog niet tot een verhoogde staat van paraatheid en plannen voor succes heeft geleid, is ironisch genoeg wél de oorlog die het Nederlandse leger van de bezuinigingen zal redden.

Een grondoorlog tegen IS zal van militairen meer vragen dan de gevechten die we voerden in Afghanistan. Het is een oorlog waar ik niet aan zou willen deelnemen zonder een pil waarmee je in geval van nood je eigen leven kunt beëindigen.

Het vraagt ook een mindset waarin we niet alleen vechten voor terrein, maar ook om te voorkomen dat militairen (al dan niet gewond of dood) in handen van onze tegenstander vallen.

Islamitische Staat is namelijk meer dan een paar terroristen. Hij is een serieuze militaire tegenstander die geen onderscheid maakt tussen burgers en militairen en die de regels van het spel bewust verandert om ons daar te kunnen raken waar het ons het meeste pijn doet: in het hart van de samenleving.

Taal wekt verwarring als we niet zeggen wat we doen en niet doen wat we zeggen. Een oorlog van de lange adem tegen IS roept simpele vragen op als: hoelang duurt dan een missie en wanneer is het einddoel bereikt? Zodra we serieus de oorlog verklaren aan deze tegenstander, dan moeten we daar, zoals Von Clausewitz beschrijft in Vom Kriege en zoals Poetin laat zien, direct middelen tegenover zetten. Doen we dat niet, dan is het een oorlog van retoriek gevoerd door presidenten, terreurexperts en boze, bange en verontwaardigde mensen die hopen dat WO III overwaait.