‘Miljoen Nederlanders hebben burn-outklacht’

Dat stond deze week op rijksoverheid.nl

De aanleiding

„Meer dan een miljoen werknemers hebben last van burn-outklachten”, meldde de website rijksoverheid.nl begin deze week in een persbericht. Het ministerie van Sociale Zaken wilde zo extra aandacht vragen voor de zogeheten Week van de Werkstress, waar afgelopen week allerlei bedrijven en overheidsinstellingen aan meededen. Een miljoen is een nogal hoog aantal. Dat heeft de laatste dagen ook op verschillende weblogs, zoals daskapital.nl, geleid tot twijfels over of het wel helemaal klopt.

Waar is het op gebaseerd?

In het persbericht zelf verwijst het ministerie naar een onderzoek van TNO en het CBS. Volgens dat onderzoek had 14 procent van de werknemers in Nederland in 2014 burn-outklachten. Dat komt inderdaad neer op ongeveer één miljoen mensen.

De onderzoekers van TNO en CBS hebben 38.000 ondervraagden onder meer een vragenlijst voorgelegd met vijf stellingen, namelijk: „Ik voel me emotioneel uitgeput door mijn werk. Aan het einde van een werkdag voel ik me leeg. Ik voel me moe als ik ’s ochtends opsta en geconfronteerd word met mijn werk. Het vergt heel veel van mij om de hele dag met mensen te werken. Ik voel me compleet uitgeput door mijn werk.” De onlinecritici vinden dat dit een te magere methode is om burn-out te meten.

En, klopt het?

We hebben gevraagd aan Toon Taris, hoogleraar psychologie aan de Universiteit Utrecht, of het onderzoek van het CBS en TNO wel gebruik heeft gemaakt van de juiste criteria. Taris is een autoriteit op het gebied van burn-outs, en heeft niet meegewerkt aan dit onderzoek.

Volgens hem zijn de vijf vragen varianten op vijf items van de Maslach Burnout Inventory (MBI). „Een zowel in de wetenschap als in de praktijk, en nationaal en internationaal veelgebruikt en goed gevalideerd instrument, dat gebruikt wordt om symptomen van burn-out te meten.”

„De MBI brengt drie aspecten van burn-out in kaart: emotionele uitputting, cynisme en afstand van het werk en gebrek aan professioneel zelfvertrouwen.” De vijf stellingen van het CBS en TNO hebben alleen betrekking op de uitputting, maar dat hoeft volgens Taris niet erg te zijn, omdat juist die uitputting het centrale element is bij burn-out. „De door TNO en CBS gebruikte items zijn goed bruikbaar om symptomen van burn-out in kaart te brengen.”

Er is alleen wel een belangrijke kanttekening. Om te kunnen bepalen of een antwoord meetelt als problematisch, moeten de onderzoekers een zogeheten afkappunt vaststellen. In de originele MBI is dat afkappunt voor emotionele uitputting vastgesteld op 3,8. Dat wil zeggen dat mensen die de MBI een score van 3,8 of hoger behalen, in de categorie burn-out vallen. TNO en CBS hanteren een lagere afkapscore, namelijk 3,2. Dat zorgt voor meer mensen die in de problematische categorie vallen.

Conclusie

„Dat zou betekenen dat de conclusie van dit onderzoek dat ‘veel’ mensen ‘symptomen van burn-out’ vertonen in z’n algemeenheid correct is”, zegt Taris. „Zijn het er precies een miljoen? Iets meer? Iets minder? Dat hangt af van het afkappunt en de waarde daarvan.”

We beoordelen de stelling daarom als grotendeels waar.