Column

Kansloos opgegroeid

De dag na de aanslagen in Parijs mocht ik op het Haagse festival Crossing Border mijn bundel Gelukszoekers presenteren met teksten over vluchtelingen en migratie. Het boek is een pleidooi voor een menswaardige en positieve benadering van het vluchtelingenprobleem. Het politieke debat gaat uitsluitend over aantallen die al dan niet moeten worden toegelaten. Door de verhalen te vertellen wil ik van die getallen weer mensen maken. Ik beweer dat we op een andere manier moeten gaan denken. In plaats van defensief te reageren op de vluchtelingenstroom, die zal blijven aanhouden, en repressieve maatregelen te nemen, die niet zullen werken, is het raadzaam om na te denken over de vraag hoe we vluchtelingen een zinvolle bijdrage kunnen laten leveren aan onze samenleving. Daarom heb ik, in samenspraak met mijn uitgeverij, besloten om de totale opbrengst van het boek te doneren aan Werken Zonder Grenzen, een organisatie die vluchtelingen perspectief probeert te bieden door ze aan het werk te krijgen.

Maar toen vonden de aanslagen plaats in Parijs, die werden opgeëist door de Islamitische Staat, en een kort moment dacht ik dat het misschien beter zou zijn om de presentatie uit te stellen. Ik kon de reacties wel uittekenen en die kwamen ook. Rechtse politici zeiden dat we de grenzen nu toch echt moesten sluiten voor islamitisch gespuis. De rechtse Italiaanse krant Libero kopte ‘Bastardi islamici’ in koeienletters op de voorpagina. Staatslieden spraken oorlogstaal. Het leek de slechtst denkbare dag voor een pleidooi voor open grenzen en een ruimhartige opname van vluchtelingen.

Ik ging toch, en de zaal in de Koninklijke Schouwburg zat afgeladen vol. Er hing een merkwaardige spanning in de lucht. Het leek alsof de aanwezigen snakten naar een relativering, een afwijkend geluid, een nuance, een geruststelling of een analyse van de gebeurtenissen in Parijs die niet werd ingegeven door een angstige blik op de opiniepeilingen. En ik besefte dat het goed was om juist op die dag op te komen voor vluchtelingen. Het is noodzakelijk. Juist nu.

Want de vluchtelingen hebben het niet gedaan. Sterker nog, zij zijn op de vlucht voor dezelfde vijand. De Syriërs en Irakezen die met gevaar voor eigen leven Europa proberen te bereiken, zijn gevlucht voor dezelfde strijders van de Kalief die ons in de straten van Parijs proberen te terroriseren en voor de bommen die wij afgooien als antwoord daarop.

De daders van de aanslagen in Parijs zijn Fransen en Belgen. Zij zijn kansloos opgegroeid als tweederangs burgers in wijken die als verloren territorium moeten worden beschouwd met de verkeerde huidskleur en de verkeerde achternaam en als zij iets bewijzen, is het hoe gevaarlijk het is om hen geen enkele vorm van perspectief te bieden. Het juiste antwoord op de aanslagen is niet het sluiten van de grenzen en het verscherpen van veiligheidsmaatregelen, maar het grootscheeps investeren in de toekomst van inwoners van de banlieue en Molenbeek.

Het domste dat we kunnen doen, is denken dat we in oorlog zijn. Dat is precies wat de terroristen willen. Dan hebben zij gewonnen. We zijn niet in oorlog. De plegers van de aanslagen in Parijs zijn geen geprofessionaliseerde soldaten, maar amateurs. Wie met drie man vier doden maakt bij een uitverkocht voetbalstadion en een concertzaal probeert uit te moorden zonder de nooduitgangen te blokkeren, is een belabberde terrorist. Zo iemand is een misdadiger, want wat hij doet is volgens onze wetten verboden. Maar hij is geen vijand voor wie we onze waarden en vrijheden op het spel moeten zetten.