John Irving: etc. etc. etc. etc. etc. etc.

John Irving is een succesvol auteur met een trouwe schare volgers, die hem terecht bewondert vanwege enkele hoogtepunten uit zijn oeuvre: De wereld volgens Garp, Bidden wij voor Owen Meany en nog wel het een en ander. Vele van zijn bewonderaars zullen ongetwijfeld genieten van enkele scènes uit zijn nieuwste roman, die zich afspeelt in Mexico, de Filippijnen en ook nog een beetje in Iowa. Zoals bijvoorbeeld van de scène waarin orale seks wordt afgewisseld met een lange, leerzame dialoog tussen de pijpster (die daarvoor, pikant genoeg, natuurlijk haar arbeid moet onderbreken) en de gepijpte, of over details rondom de verschijning van Onze Lieve Vrouw van Guadalupe aan de eenvoudige boer Juan Diego in het zojuist door de Spanjaarden veroverde Mexico.

Diezelfde lezers zullen ongetwijfeld smullen van een scène waarin een prostituee spontaan dood neervalt voor het beeld van de Maagd Maria wanneer de blik van deze laatste verandert van devoot in bestraffend, bij het aanschouwen van het decolleté van de zondige vrouw (die overigens niet alleen trouw katholiek is, maar ook de moeder van de beide hoofdpersonen in dit boek). Of bij de scène waarin een groepje katholieke weesjes geparadeerd wordt langs een badkuip van waaruit op dat moment net op het blote lijf van een Amerikaanse dienstweigeraar een tatoeage van de Gekruisigde Christus zichtbaar wordt.

Voor lezers wier gevoel voor humor anders is afgesteld, is deze nieuwe John Irving een moeizame exercitie. Hoe komt het, zo vroeg ik me honderden pagina’s lang af, dat Irving het levensverhaal van hoofdpersoon Juan Diego (genoemd naar bovengenoemde boer) die het van verschoppeling op een vuilstortplaats brengt tot internationaal erkend auteur, tot zo’n tergend stroperige roman maakt? Eindeloze herhalingen, uitweidingen over voor het verhaal irrelevante zaken, als daar zijn de tegengestelde werkingen van viagra en bètablokkers, hiv, Shakespeare, en niet te vergeten weetjes over de Mexicaanse en Filippijnse geschiedenis... af en toe bekruipt je het gevoel dat de auteur zich als enige doel stelde: hoe krijg ik die (blijkbaar verplichte) 600 pagina's vol? Dat hem dat lukt is, mede dankzij het gebruik van vertrouwde Irving-ingrediënten, want behalve voor orale seks is er ruimte voor circus, Vietnamveteranen, discussies over het katholicisme, transgenders...

Even lijkt er leven in de roman te worden geblazen, wanneer Juan Diego een pestkop uit zijn verleden met vroegere uitspraken confronteert. Dat is op driekwart van het boek. Spoiler alert: dat ‘leven’ blijkt van korte duur.