Helft jongeren ervaart negatieve invloed sociale media

Meisjes noemen zichzelf vaker verslaafd dan jongens.

Bijna een kwart van de meisjes kan niet zonder WhatsApp, Facebook of Instagram, blijkt uit het CBS-onderzoek. Foto Roos Koole / ANP

Ze gaan beroerder slapen. Kunnen zich minder goed concentreren. Ze presteren slechter op school. Bijna de helft (47 procent) van de jongeren zegt dat sociale media een negatieve invloed hebben op een of meerdere onderdelen van hun leven. Meisjes hebben er vaker last van dan jongens. Daar zit ook de grootste groep die zichzelf verslaafd noemt: bijna een kwart van de meisjes kan niet zonder WhatsApp, Facebook of Instagram.

Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Ruim vierduizend jongeren tussen de 12 en 25 jaar vulden vragenlijsten in over sociale media zoals WhatsApp, YouTube of Twitter – een vaste definitie formuleerde het CBS niet, „daarvoor gaan de ontwikkelingen te snel”. Eerdere studies legden de nadruk op het gebruik van sociale media door jongeren. Het CBS wilde nu ook weten: hoe kijken jongeren er tegenaan?

Eerst hun gebruik: vrijwel alle jongeren gebruiken sociale media (99 procent). De meerderheid (51 procent) 1 tot 3 uur per dag, 8 procent dagelijks vijf uur of langer. Om de voor de hand liggende redenen (lol, contact houden), maar, zegt driekwart, ze zitten er ook tegen de verveling. En nog een reden: om te kijken wat anderen doen (62 procent).

Meisjes vaker verslaafd

Interessanter nog dan hun motivatie is het belang dat ze aan die diensten hechten. Jongeren vinden het vervelend om ergens te zijn waar ze niet online kunnen (34 procent), ze krijgen een goed gevoel als anderen hun posts liken, retweeten of sharen (61 procent) en van het hebben van veel contacten (39 procent). De verschillen tussen jongens en meisjes zijn groot: meisjes zeggen veel vaker verslaafd te zijn en besteden er meer tijd aan.

De vraag is hoe opmerkelijk die bevindingen zijn. Neemt het aantal gebruikers toe? Hoe groot zijn die negatieve effecten in werkelijkheid? En waar komt het verschil tussen jongens en meisjes vandaan? Chantal Melser, woordvoerder voor het CBS, legt uit dat dit een eenmalige peiling is, over de ontwikkeling van deze cijfers kan zij niets zeggen. Wel wil ze tegenover de gerapporteerde negatieve effecten, de positieve uitkomst zetten: „Het beeld dat jongeren tegenwoordig liever met hun smartphone in een hoekje gaan zitten, is onterecht. Vrijwel alle jongeren hebben liever face to face contact. Ze zien sociale media als ondersteuning, als extraatje, bovenop echt contact.”

Jongens gebruiken sociale media anders

Peter Kerkhof, hoogleraar sociale media aan de VU, weet dat er een studie is naar het effect van sociale media op schoolprestaties. De uitkomst - niet heel verrassend - bevestigt het gevoel van de jongeren uit het CBS rapport. „Wanneer je tijdens het leren, en tijdens huiswerk maken een telefoon gebruikt, heeft dat een negatief effect op je prestaties.”

En dat meisjes er meer uren doorbrengen, vaker negatieve effecten ervaren en zichzelf vaker verslaafd noemen dan jongens? Ze gebruiken sociale media anders, zegt Kerkhof – dat kán een verklaring zijn. „Meisjes gebruiken sociale media om contact te onderhouden met vriendinnen. Jongens als entertainment. YouTube-filmpjes kijken. Dat is minder storend, minder afleidend dan wanneer er steeds nieuwe berichten binnenkomen.”