Haar stem blijft de ster van de show

Vandaag verschijnt ‘25’, het nieuwe album van Adele. Ze balanceert op de rand van kitsch, maar opnieuw bezingt ze haar liefdesperikelen als geen ander.

foto Shayne Laverdi

Hoe volg je een album op waarvan meer dan dertig miljoen exemplaren verkocht werden? 21 zal voorgoed haar ‘Thriller’ blijven, zei Adele over de druk die op haar rustte om net als Michael Jackson muziek te creëren in de schaduw van een commercieel succes dat eigenlijk onnavolgbaar is. Na veel valse starts en een periode van writer’s block kwam het langverwachte 25 van de inmiddels 27-jarige Adele Adkins er toch.

Het is op de meeste punten een waardige opvolger.

Aan alles valt te merken dat kosten noch moeite gespaard werden, met acht verschillende (teams van) producers en sessies van Stockholm tot Los Angeles. In elf liedjes wordt een scala van sferen en stijlen doorlopen, van ingetogen tot uitbundig en van kale pianoballades tot bombastische orkestpop. Het siert Adele dat ze in een maalstroom van hooggespannen verwachtingen en werken met steeds wisselende medecomponisten een plaat aflevert die haar onmiskenbare, persoonlijke stempel draagt. Haar stem blijft in alle nummers de ster van de show.

In de al eerder aan de wereld geopenbaarde ballades ‘Hello’ en ‘When We Were Young’ zijn haar hoge noten ondergeschikt aan de beheerste opbouw van liedjes waarin grote emoties vertolkt worden. Het liefdesverdriet van 21 is naar de achtergrond gedrongen, maar nog steeds zingt Adele over de nasleep van grote liefdesaffaires die haar ’s nachts wakker houden. ‘Send My Love (To Your New Lover)’ is haar verrassend luchtige fuck you-song gericht aan een voormalige geliefde. De buigzame, bijna Arabisch klinkende melodie van het refrein kronkelt zich over een elektronisch dansritme dat voor een deel bestaat uit Adele’s eigen, gesamplede gitaar.

Ruw randje, rauwe uithalen

Ook helemaal van nu is de robuuste beat van ‘I Miss You’, met drums als stampende olifanten die het hele nummer door blijven galmen. Adele in duet met zichzelf doet nog het meest denken aan het recente werk van Florence & the Machine, vocaal overweldigend en uitdagend. Wie dacht dat Adele na haar stembandoperatie in 2011 het ruwe randje was kwijtgeraakt, wordt gerustgesteld in de pianoballade ‘When We Were Young’ die ze schreef met Tobias Jesso Jr, een naar het musicalrepertoire lonkende instantklassieker met hoge en soms rauwe uithalen.

‘Remedy’ houdt het sober met een kale piano en een tekst die in de verte herinnert aan ‘Fix You’ van Coldplay: een troostlied over een wrede wereld waarin de zangeres haar warme omhelzing aanbiedt als remedie. Uptempo wordt het pas weer in ‘Water Under The Bridge’, met frivool stuiterende gitaarakkoorden onder een koor dat Adele op volle gospelsterkte bijstaat. Het album bereikt zijn toppunt van soul in het nostalgisch getinte ‘River Lea’. Producer Danger Mouse creëerde een elektronische bedding van orgelklanken en diepe bassen. ‘There was something in the water’, zingt Adele over de rivier die haar inspiratie bracht, ‘now that something is in me.’

Mooizingen met Mariah Carey

Een terugkerend thema is het in ‘Hello’ aangestipte gegeven dat Adele zich nu aan ‘the other side’ bevindt: de andere kant van het megasucces dat haar leven op zijn kop heeft gezet. Ze zingt er aangrijpend over in de oersimpele folksong ‘Million Years Ago’, waarin de kale Spaanse gitaar herinnert aan de tijdloze zeggingskracht van Astrud Gilberto’s ‘Girl from Ipenema’. In een bitterzoet liedje over de onschuldige tijden van weleer stelt Adele weemoedig vast dat gewone mensen op straat haar niet meer aan durven spreken: ‘It’s like they’re scared of me.’ Noem het de tol van de roem, maar haar diepgevoelde melancholie levert een van de beste songs van 25 op.

In de drie resterende nummers veroorlooft Adele zich meer vrijheid bij het breeduit laten galmen van haar stem. ‘Love in the Dark’ is op zich een tamelijk ingetogen pianoballade, totdat er een orkest in het spel komt en de zangeres zich op volle Dusty Springfield-sterkte laat verleiden tot ouderwetse vocale krachtpatserij. Balancerend op de rand van kitsch neemt ze telkens net op tijd gas terug, waarmee haar tekst over een liefde die té groot is geloofwaardig blijft. Problematischer wordt het in het met Bruno Mars geschreven ‘All I Ask’, waarin ze galmt en vibreert alsof ze een wedstrijd mooizingen met Mariah Carey aan het voeren is. Compleet met modulatie aan het eind is het de enige song waarin Adeles fenomenale vocale kunnen uit de bocht vliegt.

De driekwartsmaat van het tot meedeinen nodende ‘Sweetest Devotion’ brengt 25 tot een vreugdevol eind. Het euforische finalenummer is opgedragen aan haar driejarige zoontje, wiens brabbelstemmetje op de achtergrond klinkt. Het is de enige song over onvoorwaardelijke liefde die Adele zich veroorlooft op dit album, dat net als 21 een groot deel van zijn impact ontleent aan de hartroerende levensvragen en liefdesperikelen die ze als geen ander kan bezingen. Als zangeres kent ze haar gelijke niet in de popwereld, met muziek die schrijnt, zalft, ontroert en verheft.