Groeiende kloven tussen Amsterdammers

Verschillen, staatjes en leuke weetjes in jaarboek Amsterdam in cijfers.

Huizenprijzen en persoonlijk inkomen

De verschillen in de stad zijn en blijven groot. Wie de gegevens ziet in Amsterdam in cijfers 2015 kan het niet ontkennen. Van overgewicht tot huizenprijzen, van sporten tot (niet) werken, in Amsterdam loopt er een grens tussen kansarm en kansrijk. Die grens is vrijwel steeds dezelfde en loopt geografisch nog altijd ruwweg over de ringweg A10.

Deze week bracht het gemeentelijk bureau Onderzoek, Informatie en Statistiek zijn jaarboek uit. En welke bladzijde je ook opslaat, je komt altijd wel een staatje tegen als dit: huishoudens met een inkomen dat niet hoger ligt dan 110 procent van het wettelijk minimum. Dan zie je dat het percentage arme huishoudens tussen 2011 en 2012 stijgt in de stadsdelen Nieuw-West, Noord en Zuidoost, en daalt of gelijk blijft in de rest van de stad. Het staatje ernaast laat zien dat deze kloof onder jongeren tot en met 17 jaar nog sterker groeit – geen goed nieuws voor de stad.

Vanuit welke hoek je ook kijkt, steeds krijg je zicht op hetzelfde fenomeen. De onderzoekers van de afdeling Wonen noteerden de „verbeteraspecten” die bewoners in hun buurt het belangrijkst vinden. In Zuid vonden ze dat er meer parkeerplaatsen nodig zijn. In Centrum zouden de straten wel wat schoner mogen. Alleen in de stadsdelen Nieuw-West, Noord en Zuidoost noemen de bewoners ‘veiligheid’ als verbeteraspect.

Dat de kloof ook „een kleurtje heeft”, zoals wethouder Arjan Vliegenthart (werk & inkomen, SP) het pleegt te noemen, komt naar voren in een staatje over de beroepsbevolking. Het percentage van de beroepsbevolking dat werkloos is, ligt gemiddeld in de stad op 9 procent. Voor Amsterdammers van Marokkaanse komaf ligt het gemiddeld op 17 procent, die hebben dus bijna twee keer zoveel kans om werkloos te worden. Ook geen goed nieuws voor de stad.

Bij de presentatie van het boek wezen verschillende onderzoekers ook op andere groeiende kloven tussen Amsterdammers. Hester Booij liet aan de hand van een modelgezin, inkomsten anderhalf keer modaal, zien hoe snel de woningen binnen de ring buiten het bereik van gewone burgers zijn geraakt. Dit gezin zocht een huis van tussen de 80 en de 100 vierkante meter. Met hun salaris was in 1992 nog 81 procent van de dat jaar verkochte huizen voor hen bereikbaar geweest. In 2002 was dat al gedaald tot ongeveer de helft van de huizen. Nu kunnen ze naar schatting met hun salaris nog 42 procent van het huizenaanbod betalen.

Gelukkig staan er in het boek ook vrolijker weetjes, zoals de gemiddelde tijd die het kost om, vanaf elk willekeurig adres in de stad, een brood te kopen: 7 minuten. Alleen in Londen gaat dat even snel. In Ljubljana en Riga heb je er gemiddeld 23 minuten voor nodig. Een Big Mac koop je in Amsterdam in een stevig kwartier. In Boekarest kost het je bijna een uur.