Column

Fransen vragen terecht solidariteit terug

Een vol Brits voetbalstadion dat de Marseillaise zong, wereldwijd monumenten uitgelicht in de kleuren van de Franse vlag, selfies vanaf terrassen als vertoon van burgermoed (#JeSuisEnTerrasse) – de wereld betuigde spontaan solidariteit met Frankrijk. Maar Frankrijk vraagt nu ook solidariteit terug. Een blijk van medeleven in de emotie van het moment is één ding, verplicht worden tot handelen een ander. Onverwacht deed president Hollande in zijn grote toespraak tot de Franse volksvertegenwoordiging beroep op een vergeten solidariteitsbepaling uit het EU-verdrag. In artikel 47 lid 2, bedacht in de nasleep van de aanslagenin Madrid (2004), staat: „Indien een lidstaat op zijn grondgebied gewapenderhand wordt aangevallen, rust op de overige lidstaten de plicht deze lidstaat met alle middelen waarover zij beschikken hulp en bijstand te verlenen.”. De Franse defensieminister ging er de boer mee op bij zijn Europese collega’s. Wel rees de vraag waarom Parijs niet aanklopte bij de NAVO, een meer voor de hand liggend loket. Volgens NAVO-artikel 5 is een gewapende aanval op één een aanval op allen; ook een solidariteitsclausule dus, en eentje die de Fransen na deze IS-aanslagen met recht en reden hadden kunnen inroepen (zoals de Amerikanen deden na 9/11).

Diplomatieke afwegingen speelden mee. Frankrijk zoekt inzake Syrië alsnog toenadering tot Rusland; daarvoor is de NAVO het verkeerde vehikel. Ook Parijs, sinds 2012 zeer fel anti-Assad terwijl Rusland hem steunt, erkent nu IS als het grotere kwaad; een pijnlijke, maar juiste ommezwaai. Ook haal je via de NAVO Turkije erbij, recept voor complicaties vanwege de Turks-Koerdische strijd. En bondgenoot Amerika vecht toch al mee, daar voegt artikel 5 niets aan toe. Met het beroep op solidariteit van de EU-landen geeft Frankrijk een ander signaal af. Het zegt: wij voelen ons alleen in onze militaire inspanningen voor Europa’s veiligheid in Afrika en het Midden-Oosten. De frustratie dateert van 2013, toen het Franse leger in Mali de opmars van de jihadisten tot voorbij Timboektoe stuitte en daarna slechts schamele steun uit Europa kreeg. (Nederland is met 450 man een uitzondering.) Met Europese solidariteit zoeken de Fransen drie dingen. Ten eerste: wakker worden, dit is een probleem voor ons allen, zie de vluchtelingencrisis. Ten tweede: graag meer militaire steun. Dat hoeft niet meevechten in Syrië te zijn, iets wat binnen de EU alleen Groot-Brittannië, Denemarken en misschien Nederland overwegen. Wel wil Parijs aflossing in Mali en de Centraal-Afrikaanse Republiek, zodat hun soldaten elders inzetbaar zijn; deze week boden Duitsland, Italië en zelfs het neutrale Ierland manschappen aan. Ten derde: graag meer erkenning voor dit werk als onze bijdrage aan het geheel van taken binnen de Unie. Frankrijk positioneert zichzelf zo als Europa’s voornaamste veiligheidsmacht, een tegenwicht tegen economische grootmacht Duitsland. Een anonieme Franse topambtenaar zei tegen Reuters: „De Duitsers drongen bij ons aan meer voor de vluchtelingen te doen. Nu vragen wij hun vriendelijk ons meer te helpen met internationale veiligheid.” Of zoals Hollande zelf iets verhulder zei in Versailles: het veiligheidspact gaat boven het stabiliteitspact.

Alles staat of valt met wat komende weken gebeurt in Syrië. Frankrijk wil met Amerikaanse en Russische steun IS vernietigen (zoals Amerika na 9/11 deed met Al-Qaeda in Afghanistan). Wordt Europa daar veiliger van? Misschien. Hollande noemde Syrië „’s werelds grootste terroristenfabriek”. Maar we weten tenminste sinds Irak ook dat een oorlog tegen terreur nieuwe terreur kan zaaien. Voor zulke twijfel is in Frankrijks nationale rouw even geen plaats. Wie de chief security provider wil zijn, moet snel z’n koelbloedig oordeelsvermogen hervinden.