De zwakke schakel zijn wij, de Belgen

Wie bedenkingen had over de radicalisering in Brussel, werd weggezet als racistische islamofoob, aldus de Vlaamse oud-politicus Luckas Vander Taelen.

Vijf jaar geleden begon ik te schrijven over wat ik zag gebeuren rondom mij, in mijn stad Brussel. Ik had het over mijn gemeente Vorst en de multiculturele wijk waar in woon. Hoe ik daar een generatie jongeren zag opgroeien, die ik „rebels without a cause noemde” en die ‘belge’ als scheldwoord gebruikten.

Ik was in die periode Vlaams volksvertegenwoordiger voor Groen en mijn artikelen werden me binnen de partij niet in dank afgenomen. De Franstalige zusterpartij Ecolo beschouwde me vanaf toen als een racist. De toenmalige burgemeester van Molenbeek, Philippe Moureaux, vond mijn gedachtengoed al even abject. Hij duwde me zonder enige nuance in de rechterhoek. Dat overkwam zowat iedereen die toen ook maar één kritisch woord over de multiculturele samenleving durfde uit te spreken. Nochtans zag elke journalist die zonder vooroordelen op onderzoek trok, dat er wat aan de hand was. Het succes van de antisemitische Franse komiek Dieudonné die een paar illegale optredens gaf in Brussel voor volle zalen, hoeft dan ook niet te verbazen. Net zo min als de antisemitische slogans tijdens betogingen tegen Israël of het reusachtige spandoek in mijn buurt Gaza = Auschwitz.

Drie jaar later stierven vier mensen in een aanslag op het Brusselse Joods Museum. Niemand had dat zien aankomen... Ook in andere Brusselse gemeenten dan Molenbeek woedde en woedt het islamisme. Sam Gheyskens, student aan een Brusselse filmschool, maakte vorig jaar een ontluisterend portret van een jonge Syriëstrijder, Younes Deleforterie. Toen die een paar weken geleden ongehinderd zijn radicale theorieën op tv mocht spuien, was dat aanleiding tot een mediarel. Maar de film toont vooral hoe gemakkelijk het (nog steeds) is om in Brussel te radicaliseren.

Ook een andere Brusselse gemeente, Anderlecht, is niet onbesproken. En in mijn eigen (deel)gemeente Vorst kon een radicale imam zonder problemen in een islamitisch cultuurcentrum poneren dat aids een straf is voor ons zedeloos gedrag en dat vrouwen stenigen de wil van God is. Toen de Franse islam­critica Caroline Fourest een lezing kwam geven aan de Brusselse universiteit ULB werd dat verhinderd door agressieve spreekkoren. Maar al die tekenen aan de wand leidden niet tot voortschrijdend inzicht en politieke wil om het groeiende religieuze radicalisme aan te pakken. Integendeel, de voormalige Vlaamse minister van cultuur, de socialist Bert Anciaux, legde in de Senaat zelfs een voorstel neer dat islamofobie strafbaar zou maken. Onlangs verweet Anciaux me nog dat mijn kritiek op het fundamentalisme extreemrechts versterkte.

Wie de afgelopen jaren bedenkingen had over de radicalisering in Brussel, werd weggezet als racistische islamofoob. Nu blijkt dat de aanslagen in Parijs bedacht zijn in Molenbeek. Het zou Philippe Moureaux, 20 jaar socialistisch burgemeester van die gemeente, en andere hoogmoedige weldenkenden sieren als ze toegeven dat ze het fenomeen onderschat hebben. Hun zwijgen heeft voor genoeg schade gezorgd.