Europa: gegijzeld door zichzelf

‘Oorlog is de vader van de Europese Unie. Vrijheid, gelijkheid en solidariteit zijn oorlogsbuit’. Welke niet-extreme politieke stemmen worden gehoord in een debat dat steeds emotioneler en venijniger wordt?

Foto IStock

Een paar jaar geleden beschreven veel boeken over Europa vooral de eurocrisis en het democratische tekort. Nu gaan die boeken dieper in op de oorzaken daarvan, en op de vraag of en hoe we de mankementen kunnen verhelpen. Wat voor Europa willen we? Is dit Europa te bereiken?

Niet alle Europaboeken met deze ruimere politieke, soms filosofische invalshoek zijn even boeiend. Maar één ding staat als een paal boven water: het debat over Europa, waar je volgens Otto von Bismarck niet over kon spreken ‘omdat het een puur geografische aanduiding is’, is de laatste jaren dieper en inhoudelijker geworden. De gepolariseerde, emotionele politieke discussies op tv over ‘luie Grieken’ of de ‘nieuwe Duitse overheersing’ hebben kennelijk niet alleen maar negatieve gevoelens losgemaakt. Ontstaat er, mede door de eurocrisis, naast nationale publieke ruimtes eindelijk ook een soort Europese publieke ruimte?

Thomas Risse, hoogleraar politicologie aan de Freie Universität in Berlijn, denkt van wel. Hij googelde ‘euro crisis’ en ‘Maastricht treaty’: op de eerste kreeg hij 55,8 miljoen hits, op de tweede 719,000. Nooit tevoren, schrijft hij in European public spheres, zijn binnenlandse en Europese politiek zo vervlochten als in de eurocrisis. Als bondskanselier Merkel Duitsers vraagt nieuwe leningen voor Griekenland goed te keuren, als premier Tsipras de Grieken uitlegt waarom schuldreductie nodig is, vindt heel Europa daar meteen iets van, schrijft Risse: ‘Dit is transnationale communicatie in actie’.

Volgens hem is de tijd voorbij dat Europese besluiten worden genomen achter gesloten deuren, zonder dat burgers erin werden gekend. Zijn boek kwam natuurlijk te vroeg voor de aanslagen in Parijs en zelfs voor de vluchtelingencrisis van de laatste maanden. Die brengen een golf van angst en nationalisme teweeg, die deze transnationale communicatie zo weer reduceert tot een gesprek van doven. De anti-Europeanen schreeuwen keihard, maar krijgen te weinig weerwoord omdat de rest zijn kop in het zand steekt. Toch heeft Risse een punt: hebben Europeanen ooit zoveel belangstelling gehad voor een geschil tussen Merkel en de regering van deelstaat Beieren?

Optimistisch

Of de politisering van het Europadebat goed nieuws is, is dus een open vraag. Risse, die toen hij in 2011 aan dit boek begon ‘niet wist of de EU nog zou bestaan als het af was’, lijkt optimistisch. In academische, maar interessante hoofdstukken laat hij medewerkers en collega’s deze vragen verder uitwerken. Een stimulerend boek voor mensen die zich met die Europese publieke ruimte bezighouden.

Voor Guy Verhofstadt, de liberale fractieleider in het Europees parlement en een man die je zou moeten uitvinden als hij niet bestond, zijn de gevaren van deze politisering legio. In De ziekte van Europa beschrijft hij het structurele manco van de EU: nationale regeringen besluiten allerlei zaken te delen (de euro, Schengen) zonder dat ze daar één gemeenschappelijke politiek achter zetten. Als het misgaat (banken tuimelen, vluchtelingen gaan naar landen met goede asielvoorzieningen) en de regeringen Europese besluiten moeten nemen om alles op de rails te houden, durven ze dat niet uit angst dat burgers het niet willen. Europa, schrijft Verhofstadt, wordt ‘gegijzeld door het veto’ van lidstaten die de emoties van hun burgers teveel vrezen, en verzwakt door nationale belangen. Niet Griekse discussies over Merkel of Duitse meningen over Brexit zijn het probleem, in zijn ogen, maar nationale politici die politiek en monetair niet hebben geïnvesteerd in solide Europese instellingen. Verhofstadts punt is fundamenteel: Europa heeft alles geglobaliseerd, behalve de politiek. Als regeringen dit niet rechtzetten, is Europa verloren. Dit boek is politiek essentieel – zeker in Nederland, waar je deze meningen zelden hoort –, maar weinig opwindend geschreven.

Thomas Piketty, de Franse econoom die wereldberoemd werd met Kapitaal in de 21ste Eeuw, is geen liberaal, maar is het grotendeels met Verhofstadt eens. In De Slag om Europa, een serie columns van de afgelopen jaren in de krant Libération, pleit ook hij voor een grotere Europese begroting, gefinancierd door een Europese vermogensbelasting, en een federale monetaire politiek – met eurobonds – om de euro te schragen. De columns zijn helder en goed onderbouwd, maar het was een slecht idee om er zoveel te bundelen. Veel columns gaan over hetzelfde en de herhaling wordt irritant. De uitgeverij doet de auteur en zijn ideeën zo weinig recht.

Ook Een steeds hechter Verbond van Hans Nieuwenhuis, de onlangs overleden hoogleraar privaatrecht in Leiden, is een bundel essays en artikelen waarvan enkele eerder zijn gepubliceerd. Maar er zit genoeg structuur in om het boeiend te houden. Nieuwenhuis was bezorgd over de groeiende euroscepsis en het feit dat veel burgers (en politici) Europa vooral nog zien als vrijhandelszone en niet meer als vredesproject. We drijven af van de essentie, stelt hij: ‘Oorlog is de vader van de Europese Unie. […] Vrijheid, gelijkheid en solidariteit zijn oorlogsbuit.’ Dit boek is één lange, erudiete verkenningstocht naar wat Europeanen cultureel bindt, en een waarschuwing om het niet wéér onbezonnen te grabbel te gooien.

Schrijver en kunsthistoricus Wim de Wagt beschrijft in Wij Europeanen deels dezelfde thematiek: de pogingen van de Europese vredesbeweging om na W.O. I een verenigd Europa op te zetten, om daarmee een nieuwe oorlog te voorkomen. Dit is een onderbelicht onderwerp. De parallellen met nu liggen voor het oprapen – behalve dat veel mensen zich nu, anders dan toen, minder bewust lijken dat er weer oorlog kan komen. En wie wist dat een hoofdredacteur van het Haarlems Dagblad 2,4 miljoen handtekeningen in 1931 ophaalde voor internationale ontwapening? Goed, Nederland was toen neutraal. Maar hoeveel Nederlanders, welvarend en ontwikkeld na decennialang Europese vrede, kun je daar vandaag voor mobiliseren?

Een illusie

Tot slot nog een bundel: Na de Storm, waaraan denkers die voormalig Europees president Herman Van Rompuy hebben geadviseerd, evenals Van Rompuy zelf, bijdragen leveren. Zoiets is onvermijdelijk een allegaartje, maar de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev is (als altijd) interessant, omdat hij schrijft dat meer Europese democratie een illusie is: als het op lokaal en nationaal niveau steeds slechter werkt, hoe kan meer Europese democratie dan een panacee zijn voor euroscepsis? ‘De nieuwe democratie zal een democratie van verwerping zijn,’ schrijft Krastev – ook op Europees vlak. Drie vormen van politiek activisme hebben volgens hem toekomst: juridische vervolging van politici en bestuurders, activisme via ngo’s en massaal straatprotest (hij schreef dit voor de Bulgaarse premier die vorige week door woedende menigtes naar huis werd gestuurd).

De Turkse Turkuler Isiksel neemt het ‘economisme’ op de hak dat de politieke betekenis van Europa reduceert tot begrotingstekorten en privatisering. Paul Scheffer stelt dat Europa totnogtoe draaide om binnengrenzen (het uitgommen daarvan), maar voortaan om buitengrenzen zal draaien. Ook Van Rompuy zelf denkt dat Europa, dat tot nu toe meer een plek was waarin burgers alsmaar meer vrijheden kregen, een plaats moet worden die veiligheid en bescherming biedt. Ook herhaalt hij dat Europa ‘overgedemocratiseerd’ is en meer lijdt onder een ‘leiderschapsdeficit’ dan een democratisch deficit. Wat opvalt is dat de Duitsers in dit boek, onder wie Jürgen Habermas, vrij zuur en negatief over het huidige Europa zijn – zij het om verschillende redenen.

Ondanks de opbeurende titel van dit boek zit Europa nu middenin de volgende storm. Hoewel de influx van vluchtelingen en de terreuraanslagen puur Europese problemen zijn, wordt het debat in sommige landen compleet gere-nationaliseerd – meer dan tijdens de eurocrisis. Het is te hopen dat bezonnen stemmen zoals ze uit bovenstaande boeken opklinken, nog voldoende kunnen opwegen tegen een debat dat snel emotioneler en venijniger wordt. Onze angstige maatschappij heeft dat meer dan ooit nodig.