Terreur is een aanslag op de begroting. Toch?

Terreur hoeft niet te leiden tot welvaartsverlies, mits het incidenteel blijft. Voorkomen en bestrijden is echter duur.

Een politieagente in de Duitse stad Essen patrouilleert tijdens een kerstmarkt.

Een veiligheidspact gaat vóór een stabiliteitspact, zei de Franse president Hollande maandag. Daarmee zette hij de toon voor de begrotingsstrijd die Parijs voert met Brussel. Want wat zijn starre Europese regels als de realiteit anders verlangt?

Het Elysée draaide na de aanslagen op Charlie Hebdo en een joodse supermarkt begin dit jaar al de helft van de voorgenomen militaire bezuinigingen terug die mede bedoeld waren om de begroting op orde te krijgen. Verwacht wordt dat de andere helft van die bezuinigingen er nu ook niet van komt. Daar komen extra uitgaven voor veiligheid – 8.500 extra banen bij politie en justitie – nog bovenop.

Frankrijk had met Brussel afgesproken dat het begrotingstekort volgend jaar juist omlaag moet naar 3,3 procent, van 3,8 procent dit jaar.

Maar dit is een noodsituatie, zei premier Manuel Valls dinsdag. Nationale veiligheid is raison d’état. De Europese Commissie heeft inmiddels laten weten coulance te betrachten, zoals bijvoorbeeld ook bij de extra kosten die landen als Griekenland en Italië maken met de vluchtelingenopvang.

Terreur brengt naast menselijke ook economische en financiële schade toe. Maar het hangt er van af of het gaat om incidenten of een langdurige campagne.

Amerikaanse economen, onder meer van het Massachusetts Institute of Technology, deden onderzoek naar de economische impact van terreurincidenten in 177 landen tussen 1968 en 2000. Vooral in rijke landen is er nauwelijks een negatieve impact, was de conclusie. Vaak krijgt het toerisme even een klap na een aanslag. Afgelopen maandag daalden op de beurs van Parijs de koersen van luchtvaartmaatschappijen en hotelketens.

Ook kan het consumentenvertrouwen kort dalen. Maar over het algemeen kunnen westerse economieën tegen een stootje. Na de bomaanslagen in juli 2005 in Londen (52 doden) groeide de Britse economie gewoon door. Het toerisme viel even terug, maar herstelde zich snel weer, aldus een notitie van adviesbureau IHS Global deze week. Ook de aanslag op een trein in Madrid in maart 2004 (191 doden) had „geen significante” economische gevolgen, zo stelde de Spaanse centrale bank in een studie vorig jaar.

Schade door terreur meestal tijdelijk

Na de aanslagen op 11 september 2001 in de VS (bijna 3.000 doden) kromp de economische groei daar even, met 1,3 procent, in het derde kwartaal. Investeringen vielen stil en vluchten werden geannuleerd. Volgens een Amerikaanse overheidsstudie kostten de aanslagen een half procentpunt aan economische groei (en 600.000 banen) in 2001. Maar de economie veerde meteen daarna alweer op.

In een lange periode van terreur worden de kosten hoger. Na het begin van het terrorisme in Baskenland, in de jaren zestig, bleef het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking met 10 procentpunt achter bij de hypothetische situatie dat er vrede was geweest, aldus een Amerikaans-Spaans onderzoek uit 2003. De vraag is dus of Frankrijk, en Europa, een periode tegemoet gaan van langdurige spanningen en aanslagen.

Maar meer defensie kost écht geld

Al jaren wijst Frankrijk – dat militaire operaties uitvoert in onder meer Mali, Irak en Syrië – zijn Europese partners erop dat veiligheid een prijs heeft. Sinds het einde van de Koude Oorlog zijn de defensiebudgetten in Europa steeds verder geslonken. Daardoor haalt het leeuwendeel van de Europese landen de officiële NAVO-norm van defensie-uitgaven van 2 procent van het bbp bij lange na niet meer. De grote uitzondering in de eurozone is uitgerekend Frankrijk, dat volgens het Zweedse defensie-onderzoeksinstituut SIPRI 2,2 procent van het bbp aan defensie besteedde in 2014. Anderen blijven daar ver onder.

Vorig jaar, op een topconferentie van de NAVO ten tijde van de Oekraïne-crisis, zegden veel Europese landen toe om de defensie-uitgaven weer te verhogen naar de norm van 2 procent. Dat zou vergaande gevolgen hebben voor de begrotingen. Op dit moment slagen slechts vier van de negentien eurolanden er niet in om hun begrotingstekort onder de 3 procent te houden. In het hypothetische geval dat elk euroland zich dit jaar had gehouden aan de NAVO-norm, zouden maar liefst 11 van de 19 landen het plafond van 3 procent doorbreken.

Had Hollande, president van een land dat zich wél aan de NAVO-norm houdt, daarom een punt toen hij maandag de begrotingsregels ter zijde schoof? Dat is relatief. Parijs is een ‘draaideurovertreder’ van die regels. Sinds de invoering van de euro wist het slechts vier jaar zijn begrotingstekort onder de 3 procent te houden. Als Frankrijk zich gewoon had gehouden aan de Europese begrotingsregels, zou er nu geen probleem zijn geweest.

Maar zijn meer defensiebestedingen dan ook niet goed voor de economie? De Amerikaanse econoom Robert Barro rekende in 2011 uit dat elke dollar of euro aan militaire uitgaven leidt tot slechts 0,4 tot 0,7 euro aan extra economische activiteit. En de rest? Dat zijn de nettokosten van de veiligheid. En die gaan in de vele miljarden euro’s lopen.