De grootsheid (van het al)

Ik ontmoet hem bij het eindpunt van metrolijn C, De Akkers. Ron Kommené: 26 jaar, vrolijk gezicht, knotje op het achterhoofd. Hij woont in een buurt met nette eengezinswoningen, in zijn geboortehuis. Ron bleef nadat zijn moeder verhuisde. Op de parkeerplaats voor de deur staat een container met grofvuil. „Schrik niet van de puinhoop hoor”, waarschuwt hij als we naar binnen stappen.

Ron had me gemaild: hij las mijn boek De Grootsheid van het al, over mijn voetreis van Rotterdam naar mijn moeder in Marseille, als padvinder in de Geheime Orde van Puck, mijn overleden hond. Ron deed de kunstacademie, maar werkte in een supermarkt. Toen ze hem een 36-urencontract aanboden, besloot hij dat het tijd was voor verandering.

In de huiskamer kijken we naar zijn wandelschoenen en rugzak: drie keer zo groot als de rugzak waarmee ik naar Marseille liep. Hij heeft wél getraind, een beetje. En tot Antwerpen heeft hij slaapplaatsen. Over de Pyreneeën wil hij nog niet denken. Over de rest eigenlijk ook niet. Morgenochtend trekt hij de deur achter zich dicht en daarna mag alles gebeuren.

Veel mensen verklaarden hem voor gek. Lopen, maar hoe dan? Want in het dagelijkse leven nemen we de auto, de bus, trein, metro of de fiets. „Gewoon met je voeten”, zei Ron steeds.

Hij zal de straat uitlopen, langs de bushalte, linksaf met het pontje en dan almaar rechtdoor, richting het zuiden. Tot hij in Barcelona is. Hij zal buitenwijken zien, blokkendozen, eindeloze industriegebieden, weilanden, bossen, bergen, bomen. Hij zal blaren krijgen, voetkramp, honger en kniepijn. Hij zal huilen langs de snelweg, zichzelf en de wereld vervloeken. Maar ergens onderweg zal hij begrijpen waarom hij dacht dat hij dit moest doen. En dat het een van de verstandigste dingen is die hij ooit gedaan heeft.

Hij vraagt me wat mijn reis mij heeft opgeleverd. „Veel meer dan ik had durven hopen”, zeg ik. Iedereen is aardig en interessant, als je de ander de kans geeft dat te laten zien. Dat is wat ik zag en ik ben het nooit meer vergeten. De wereld is veel mooier dan we denken.

Ron tilt zijn rugzak op zijn rug. Ik speld hem een Geheime Orde van Puck-badge op. De zon begint te schijnen en Ron lacht. „Ik kan niet wachten tot het morgen is.”