De fans van W.F. Hermans zijn lekker ouderwets gebleven

Om even te lachen tussen de ellende door een fragmentje uit een stuk met schrijftips van een mij onbekende auteur: ‘Ik wilde schrijven! Maar ik kreeg geen woord op papier. Het voelde een beetje alsof ik een bakker was die heel graag wilde bakken, maar niet wist aan welk brood hij moest beginnen. Ik stond voor al die hete ovens, met al dat brandende schrijfverlangen. Maar op de een of andere manier wist ik gewoon niet of ik een wit tijgerbrood moest bakken, een meergranenbol of een croissant.’

Misschien is dit de werkelijke driedeling in de letteren: de tijgerbakkers (licht verteerbaar met een knapperige korst, type Griet Op de Beeck), de meergranenmannen (the real stuff, Charlotte Mutsaers) en het weldadige (late) ontbijtgevoel van croissantkoning Ilja Leonard Pfeijffer. (Eten ze croissants in Genua?) Bij de oververhitte metaforiek (‘Volg je verwarring en je twijfel terug naar de kern. Naar het vurige verlangen om te gaan schrijven. Rook ontstaat als je iets heel graag wilt. Zet die pen op papier, brand de woorden in het papier. De vlammen wijzen je de weg.’) moest ik toch vooral denken aan de man die als hij dit allemaal mee had moeten maken de aspirant letterbakker met een deegroller één droge tik op het achterhoofd gegeven zou hebben – om dan met opgetrokken schouders in zijn regenjas de natte sneeuw in te gaan: W.F. Hermans. Over hem verscheen de lekker ouderwets fraai vormgegeven bundel Het motorzijspan van Willem Frederik Hermans. Ook ouderwets streng is de reeks slordigheden die Hermans’ biograaf Willem Otterspeer voor de voeten wordt geworpen, met een gemene verwijzing naar ‘een van de weinige zo op het oog foutloze onderdelen van het boek, de inhoudsopgave’.

Maar net als bij WFH zelf zit de waarde niet in de onderhoudende agressie, maar in wat eromheen staat. Zoals het prachtportret dat Hans Renders maakte van de eigenzinnigste en meest tragische Hermansfan van allemaal: Tonnie Luiken, de maker van de WFH-verzamelkrant en van het door de erven Hermans verboden Sterfboek. Renders viste na Luikens zelfmoord in 2004 een autobiografie (De tweeledigheid en de tweedeligheid der elementen) uit de door Tonnie’s familie razendsnel gevulde vuilcontainer. Nu citeert hij onder meer over Luikens moeder. Dat was geen fijne vrouw. Ze trok de stekker uit het aquarium van haar zoon, ‘zodat ik regelmatig een dood visje zag drijven als ik thuis kwam. Op een keer trof ik zo een zwaardvisje aan, een mannetje, met een zwaardje. Ik heb dat visje uit het aquarium gehaald en ging naar de keuken om het op te bakken.’ Met de moeder-zoonrelatie kwam het niet meer goed, getuige het onderschrift bij een leeg vierkant in het boek: ‘Een foto van mijn moeder bezit ik niet. vandaar een foto van niks: precies wat mijn moeder voorstelt: niks.’ Zou hij zijn idool een exemplaar hebben gestuurd? Zo mooi worden de literaire fans niet meer, eh, gebakken.