Buitenaardse wezens spotten op Tahiti

Jean Giraud, een bewonderd striptekenaar in Frankrijk, beïnvloedde wereldwijd generaties tekenaars. Hij leefde solitair, maar sprak openhartig met Numa Sadoul. Die gesprekken zijn nu gebundeld.

De obsceniteit van ‘grote neuzen’ is veranderd in zelfspot in Inside Moebius, deel 6 Illustratie uit besproken boek

Striptekenaar kan in Frankrijk, zoals veel anders in La République, een groots beroep zijn, zelfs monumentaal. Dat geldt zeker voor Jean Giraud (1938-2012), internationaal waarschijnlijk de meest bewonderde Franse striptekenaar. In de jaren zestig brak hij door met de westernreeks Fort Navajo over de avonturen van luitenant Mike Blueberry (als ‘Gir’). Wereldfaam bereikte hij met surrealistisch werk onder het pseudoniem Moebius. Zijn afwisselend heldere en ruige stijl beïnvloedde generaties tekenaars, vormgevers en filmers.

Giraud gaf niet graag interviews. Maar de schrijver, acteur en regisseur Numa Sadoul, in de stripwereld bekend door zijn interviews met Hergé, slaagde erin het vertrouwen van Giraud/Moebius te winnen en voerde door de decennia heen een aantal wijdlopige gesprekken over zijn werk en leven, eerder al apart uitgegeven. Drie jaar na Girauds dood zijn die gebundeld, herzien en uitgebreid.

Het zijn typisch Franse gesprekken, breed en associatief, en met de sterke reuk van de jaren zeventig. Uitwaaierend van zijn jeugd naar psychoanalyse, drugs, het tekenen van vrouwen (en neuzen) en de mystiek van Carlos Castaneda. Amerikaanse invloeden en motieven waren dominant in het werk van Giraud, zoals in dat van meer Franse tekenaars in de jaren vijftig en zestig. Laatstgenoemde sjamanistische auteur Castaneda, in Amerika al lang ontmaskerd als een modieuze fantast, werd door Giraud zeer serieus genomen. Hij vond in diens werk een opening naar een ‘andere manier van kijken’. Dat was te merken, zelfs Blueberry begon magische trekjes te vertonen.

Het was voor de metafysicus Giraud geen bevlieging, blijkt uit de gesprekken. In de jaren tachtig meldde hij zich bij een Franse New Age-sekte die uitweek naar Tahiti, om de komst van buitenaardse wezens af te wachten. Ze kwamen niet, en Giraud vertrok naar Los Angeles, waar zijn roem hem was vooruit gesneld. Zijn fantastische werk als Moebius, getekend in een klare lijn, gooide hoge ogen in Hollywood. Hij was onder meer verantwoordelijk voor de vormgeving van het stoffige ruimteschip in de eerste Alien-film van regisseur Ridley Scott.

Sadoul brengt ook andere thema’s ter sprake, zoals Girauds oscillerende beweging tussen ruig realisme (Giraud) en lucide extravagantie (Moebius), of het zoeken naar een vaderfiguur, van scenarist Jean-Michel Charlier, tekenaar Joseph Gillain (Jijé) tot en met zijn spirituele gids Alexandro Jodorowsky. Zij komen zelf ook aan het woord, in korte getuigenissen en herinneringen aan Giraud. Minpunt van het boek is dat de vriendschappelijke gesprekken een nogal ongestructureerd karakter hebben, waardoor onderwerpen niet worden afgemaakt of juist blijven terugkeren, en Giraud soms een weinig consistente indruk maakt. Anderzijds, dat past bij het gespleten, intuïtieve karakter van een van de grootste striptekenaars van de twintigste eeuw. Een monumentje in stijl, dus.