Bokito

In de lente van 2007 had ik een slecht betaald bijbaantje in Diergaarde Blijdorp. Ik verkocht ijs vanuit een kraampje naast de Oewanja Lodge, vlakbij de gorilla’s. Op de dag van het 150-jarig jubileum van Blijdorp, 18 mei 2007, had ik vrij. Dat was ook de dag waarop de zilverruggorilla Bokito besloot uit te breken. Bokito ging doelbewust achter een vrouw aan die hij ernstig verwondde. Drie anderen raakten ook gewond in de collateral damage van de gorillaterreur.

Vorige week ontsnapte er weer een dier uit Blijdorp. Hima de rode panda trok naar de rails bij het Centraal Station en legde het treinverkeer rondom Rotterdam plat.

Nader onderzoek leert dat Bokito en Hima geen incidenten zijn. Eerder ontsnapten onder andere de panda Rex (2008), een kale kapgier (2010) en een franjeaap (2011) uit de Rotterdamse dierentuin. Na elke ontsnapping werden wij, het publiek, gewaarschuwd voor het potentiële gevaar dat deze dieren vormen.

Dat lijkt mij niet onterecht, want deze ontsnapte dieren kunnen ons terroriseren door ons te bijten en onze infrastructuur aan te tasten.

Het woord Bokito is inmiddels zelfs een scheldwoord voor agressief en hufterig gedrag geworden. Maar is het niet verstandig om ook de hand in eigen boezem te steken? Hoe erg het ook is, dieren vallen ons niet zomaar aan. Zo bleek achteraf dat Bokito wekenlang getart was door de vrouw die hij aanviel. Yvonne de Horde bezocht de gorilla bijna elke dag en maakte oogcontact waarbij ze lachte. Bokito ‘lachte’ terug. Yvonne kon niet weten dat ‘lachen’ in gorillataal agressie betekent. Met de beste intenties lokte ze zo geweld uit bij Bokito.

We kunnen ons afvragen of we als Rotterdammers niet te paternalistisch zijn tegen dieren. Zo coördineert Blijdorp fokprogramma’s. Dat is heel nobel, maar toch sluiten we de dieren op om ze te helpen. Misschien willen dieren helemaal niet opgesloten worden. Misschien willen ze met rust gelaten worden en hebben ze geen behoefte aan buitensoortige inmenging in hun affaires.

Een oprechte bekommering om onze eigen mensenlevens vereist ook een zelfkritische houding. Zolang we niet durven erkennen dat ons gedrag tegenover dieren absoluut geen excuus, maar wél een factor kan zijn voor agressie, blijven we bij simplistische verklaringen steken wanneer het volgende dier ontsnapt en Rotterdam in gevaar brengt: „Het is nou eenmaal de aard van het beestje”, zullen we dan weer in koor zingen. Lekker makkelijk.